Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland 2025-09-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:11516
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Alkmaar Zaaknummer: 11577735 \ CV EXPL 25-936 (BvdL) Vonnis van 24 september 2025 in de zaak van LIANDER N.V. , te Arnhem, eisende partij, verwerende partij tegen de tegenvordering, hierna te noemen: Liander, gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , te [plaats], gedaagde partij, eisende partij met een tegenvordering, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. De zaak in het kort Na vermindering van eis vordert een netbeheerder alleen nog een proceskostenveroordeling. Gedaagde wordt in de proceskosten veroordeeld, omdat de netbeheerder terecht tot dagvaarding is overgegaan. Maar het door gedaagde te vergoeden griffierecht wordt beperkt, omdat van de netbeheerder verwacht mocht worden dat zij haar vordering al voor de eerste zittingsdag had verminderd. De tegenvordering van gedaagde wordt afgewezen omdat een grondslag daarvoor ontbreekt. 1 De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 17 februari 2025 met producties 1 tot en met 6 - de conclusie van antwoord, waarbij een tegenvordering is ingesteld, met producties 1 tot en met 19 - het tussenvonnis van 28 mei 2025 - de akte van Liander waarbij productie 7 is overgelegd en de eis is verminderd en gewijzigd - de mondelinge behandeling van 2 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt, en waar Liander de eis nogmaals heeft verminderd - de spreekaantekeningen van [gedaagde]. 2 De feiten 2.1. Liander is een regionale netbeheerder van elektriciteits- en gasnetten in de zin van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Liander is verantwoordelijk voor het transport van gas en elektriciteit over deze netten. Ook stelt Liander aansluitingen op de energienetten ter beschikking, zodat een door de afnemer gekozen energieleverancier elektriciteit en/of gas kan leveren aan het betreffende verbruiksadres. 2.2. [gedaagde] staat ingeschreven als bewoner van het pand aan het adres [adres] te [plaats] (hierna: het verbruiksadres). Het verbruiksadres beschikt over een aansluiting op het door Liander beheerde energienetwerk. In het verleden had [gedaagde] een contract met Innova voor de levering van gas en elektriciteit aan het verbruiksadres. 2.3. Via het Centraal Aansluitingenregister (C-AR) heeft Liander het bericht ontvangen dat Innova het energiecontract voor het verbruiksadres per 2 augustus 2024 heeft beëindigd. 2.4. Daarna is [gedaagde] meerdere keren schriftelijk door Liander geïnformeerd over de gevolgen van het ontbreken van een energieleverancier, namelijk afsluiting van de elektriciteits- en gasaansluiting. Daarbij is [gedaagde] erop gewezen dat hij deze afsluiting kan voorkomen door opnieuw een overeenkomst met een energieleverancier te sluiten. 2.5. Vervolgens heeft ook de gemachtigde van Liander (hierna te noemen: Bosveld) [gedaagde] herhaaldelijk aangeschreven. In een brief van 18 november 2024 schrijft Bosveld aan [gedaagde] dat hij een gerechtelijke procedure tot afsluiting kan voorkomen door alsnog een contract met een energieleverancier te sluiten of een afspraak met Liander te maken tot afsluiting van de energieaansluiting. In een brief van 7 januari 2025 heeft Bosveld een huisbezoek aangekondigd en [gedaagde] nogmaals de kans gegeven om een nieuw energiecontract aan te gaan. Met een deurwaardersexploot van 13 januari 2025 is [gedaagde] gesommeerd om binnen zeven dagen een overeenkomst met een energieleverancier te sluiten of een afspraak met Liander te maken voor afsluiting van de energieaansluiting op het verbruiksadres. Daarbij is aangezegd dat alle kosten die voortvloeien uit verdere rechtsmaatregelen voor rekening van [gedaagde] zullen komen. 2.6. Op 17 januari 2025 is [gedaagde] bij Bosveld op kantoor geweest. Daar heeft [gedaagde] diverse stukken achtergelaten die verband houden met bezwaren die hij heeft tegen het energieverbruik dat Innova voor de periode tot 2 augustus 2024 aan hem in rekening heeft gebracht. [gedaagde] heeft Liander van deze kwestie op de hoogte gesteld met brieven van 19 augustus en 14 november 2024 en vervolgens ook Bosveld met een brief van 26 november 2024, telefonisch op 25 november 2024 en 11 februari 2025 en met een bezoek aan kantoor op 17 januari 2025. [gedaagde] heeft Liander en Bosveld gevraagd om uitstel/afstel van de afsluiting en om Innova aan te spreken op de onjuiste afrekening op basis van de door Innova geschatte meterstanden die aanzienlijk hoger zijn dan de werkelijke meterstanden. Voor het eerst in een brief van 20 januari 2025 heeft Bosveld hierop summier inhoudelijk gereageerd met de mededeling dat het bezwaar tegen Innova niks te maken heeft met het dossier van Liander. [gedaagde] stelt dat hij deze brief pas bij de dagvaarding van 17 februari 2025 heeft ontvangen. De ontvangst van de onder de feiten genoemde brief van Bosveld van 11 februari 2025 betwist [gedaagde] niet. 4.3. De kantonrechter heeft begrip voor de frustratie van [gedaagde] over de kwestie met Innova, waarin hij kennelijk niet gehoord wordt. Maar zoals ook op de zitting aan [gedaagde] is uitgelegd kan de kantonrechter daarover in deze zaak geen oordeel geven. De zaak die nu ter beoordeling voorligt is tussen Liander en [gedaagde], niet tussen [gedaagde] en Innova. 4.4. [gedaagde] staat als bewoner ingeschreven op het verbruiksadres. Onbetwist staat vast dat hij daar de beschikking heeft over een elektriciteits- en gasaansluiting van Liander. Daarmee is [gedaagde] een afnemer in de zin van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. De vraag of [gedaagde] daadwerkelijk elektriciteit en/of gas afneemt en verbruikt is daarbij niet relevant. Liander vordert in dit geval ook geen kosten voor ‘verbruik zonder contract’. De stelling van [gedaagde] dat hij in de periode van 2 augustus 2024 tot 18 maart 2025 tijdelijk niet op het verbruiksadres heeft gewoond en dus geen energie heeft verbruikt kan dan ook verder onbesproken blijven. 4.5. [gedaagde] is als afnemer zoals hiervoor omschreven verplicht een contract af te sluiten met een energieleverancier. De omstandigheid dat [gedaagde] een geschil heeft met Innova brengt niet mee dat deze verplichting voor hem niet geldt. Vast staat dat [gedaagde] op het moment van dagvaarden geen energiecontract had voor de elektriciteits- en gasaansluiting op het verbruiksadres. In dat geval is Liander als netbeheerder wettelijk verplicht de energieaansluitingen af te sluiten. [gedaagde] is door Liander en Bosveld in de periode van augustus 2024 tot en met februari 2025 bij herhaling duidelijk gewezen op zijn verplichting en op de gevolgen van niet nakoming daarvan, te weten uiteindelijk een gerechtelijke procedure tot afsluiting waarvan de kosten voor rekening van [gedaagde] zullen komen. Desondanks heeft [gedaagde] tot 18 maart 2025 geen nieuw energiecontract gesloten. 4.6. Gelet op het voorgaande is Liander op 17 februari 2025 terecht tot dagvaarding overgegaan en [gedaagde] moet daarvan de consequenties dragen. [gedaagde] is gedagvaard om te verschijnen op de zitting van 19 maart 2025 om 09:30 uur. Na het uitbrengen van de dagvaarding heeft Liander, onverplicht, [gedaagde] nog de gelegenheid gegeven om voortzetting van de procedure te voorkomen door alsnog een nieuw energiecontract te sluiten en daarnaast de dagvaardingskosten van Liander te betalen. [gedaagde] heeft op 18 maart 2025 wel een nieuw energiecontract gesloten maar niet de dagvaardingskosten van Liander betaald, zodat Liander op goede gronden de dagvaarding bij de rechtbank heeft aangebracht. 4.7. Dit alles leidt tot de conclusie dat [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten van Liander, met inachtneming van het volgende. Het lag op de weg van Liander om voor de zitting van 19 maart 2025 om 09:30 uur haar eis te verminderen. Vast staat immers dat Liander op 18 maart 2025 bekend is geworden met het nieuwe energiecontract van [gedaagde]. Aan Liander is bij het uitroepen van de zaak op 19 maart 2025 op grond van de oorspronkelijke vorderi