Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-05-28
ECLI:NL:RBNHO:2025:11434
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,806 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11474312 \ CV EXPL 25-10
Uitspraakdatum: 28 mei 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] B.V.
te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: K.W.A. van der Meer
tegen
[gedaagde]
te gemeente [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 117,50 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
In de dagvaarding heeft de eisende partij gesteld dat de overeenkomst op afstand is gesloten. Anders dan de eisende partij stelt, is de kantonrechter van oordeel dat er in dit geval sprake is van een overeenkomst ‘anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte’ in de zin van artikel 6:230l BW. Dit wordt als volgt toegelicht.
2.3.
De gedaagde partij is eerst in de winkel van de eisende partij langs geweest met het verzoek tot reparatie van haar whirlpool wasmachine. De eisende partij heeft toen met akkoord van de gedaagde partij onderdelen besteld, maar daarna geen contact meer kunnen krijgen met de gedaagde partij. De eisende partij heeft vervolgens de onderdelen geretourneerd. Een paar maanden later heeft de gedaagde partij de eisende partij opnieuw benaderd. De overeenkomst is telefonisch tot stand gekomen. De kantonrechter is van oordeel dat er geen sprake is van een georganiseerd systeem voor verkoop en dat deze manier van contracteren in dit geval is te kenmerken als het sluiten van een overeenkomst ‘anders dan op afstand of buiten de verkoopruimte’.
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.4.
Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. De eisende partij heeft met de overgelegde toelichting voldoende onderbouwd dat is voldaan aan de informatieplichten van dit artikel.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.5.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.6.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van toepassing verklaard: Algemene Voorwaarden Elektrotechnische Detailhandel (hierna: de algemene voorwaarden).
2.7.
In een eerdere zaak van de eisende partij heeft de kantonrechter artikel 15 van de algemene voorwaarden oneerlijk bevonden en vernietigd en de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten daarom afgewezen. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt daarom dit beding. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
2.8.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
2.9.
De eisende partij maakt onder meer aanspraak op vergoeding van wettelijke rente. Ter onderbouwing van haar vordering stelt de eisende partij dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt na het verstrijken van de betalingstermijn zoals vermeld op de desbetreffende nota/factuur. Een betaaltermijn op een nota/factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen de betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat de gedaagde partij niet na het verstrijken van deze betalingstermijn in verzuim is geraakt. Uit de dagvaarding blijkt dat de eisende partij de gedaagde partij nog verschillende ingebrekestellingen heeft gestuurd waarvan minstens een voor het versturen van de veertiendagenbrief. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment dat de in de laatste ingebrekestelling gestelde betalingstermijn is verstreken, omdat vast staat dat de gedaagde partij in ieder geval vanaf dat moment in verzuim verkeert.
Proceskosten
2.10.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 117,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 2 september 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 135,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).
ECLI:NL:RBNHO:2025:4065 (tussenvonnis) en ECLI:NL:RBNHO:2025:4663 (eindvonnis).