Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-22
ECLI:NL:RBNHO:2025:11198
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,408 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
Zittingsplaats: Haarlem
zaakgegevens: C/15/361209 / JU RK 25-99
datum beschikking: 22 januari 2025
beschikking spoeduithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
gevestigd te Amsterdam.
betreffende
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in de gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] , hierna te noemen: de moeder,
wonende te [plaats] ,
[de vader] , hierna te noemen: de vader,
wonende te [plaats] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlage(n) van de GI van 22 januari 2025, ingekomen ter griffie op 22 januari 2025.
Feiten
Het ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[de minderjarige] woont bij de ouders.
Bij beschikking van de kinderrechter van 11 december 2024 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling thans nog voortduurt tot 11 december 2025.
Het verzoek
De GI heeft een (spoed)machtiging verzocht om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in de in het verzoekschrift genoemde verblijfplaats voor de duur van zes (6) maanden.
Beoordeling
Uit het verzoek blijkt dat het dringend en onverwijld noodzakelijk is dat [de minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst.
Er is al lange tijd sprake van een spanningsvolle thuissituatie, waarin er verbale en fysieke ruzies tussen ouders zijn. Ouders hebben besloten om uit elkaar te gaan, maar wonen nog wel samen met [de minderjarige] onder één dak. Beide ouders willen niet tijdelijk de woning verlaten en dit blijft zorgen voor spanningen in huis. Er is een contactregeling afgesproken waarbij de moeder van maandag tot en met donderdag de volledige zorg voor [de minderjarige] heeft en de vader van vrijdag tot en met zondag. [de minderjarige] moet er zelf voor zorgen dat hij de juiste ouder aanspreekt, ook al zijn beide ouders in de woning. De ouders mogen niet in dezelfde ruimte in de woning zijn. Ouders hebben geen onderlinge communicatie over [de minderjarige] en wanneer dit wel het geval is leidt dit tot veel spanning en strijd, die zich kan uiten in verbale en fysiek agressie. De school van [de minderjarige] heeft inmiddels aangegeven dat het niet goed met [de minderjarige] gaat. Hij schopt en slaat andere kindjes en schreeuwt. De Kindbehartiger heeft aangegeven dat [de minderjarige] bang is, omdat zijn moeder heel hard schreeuwt. Er is sprake van een zeer onveilige thuissituatie voor [de minderjarige] . Het is daarom noodzakelijk dat [de minderjarige] zo snel mogelijk hieruit wordt gehaald en op een rustige en veilige plek kan verblijven, waar volwassenen zijn die emotioneel beschikbaar voor hem zijn en hem steun, stabiliteit en bescherming kunnen bieden. [de minderjarige] kan bij opa en oma (vz) verblijven.
Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] .
De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.
In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoekschrift zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.
Dictum
De kinderrechter:
verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkgezin met begeleiding van pleegzorg met ingang van 22 januari 2025 voor de duur van vier weken;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
houdt het verzoek voor het overige aan;
bepaalt dat de verzoeker en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van [zittingsdatum] , welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw De Appelaar, Simon de Vrieshof 1 te Haarlem.
Deze beslissing is gegeven door mr. G.D. de Jong, kinderrechter, in tegenwoordigheid van E. van Graafeijland als griffier in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofAmsterdam. 1