Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-03-14
ECLI:NL:RBNHO:2025:11051
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,384 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
zaaknummer / rekestnummer: C/15/331787 / FA RK 22-4224
Beschikking d.d. 14 maart 2025 betreffende de echtscheiding
in de zaak van:
[de vrouw] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.E. Groot, gevestigd te Heerhugowaard,
tegen
[de man] ,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. J.J.M. Kleiweg, gevestigd te Amsterdam.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van de vrouw met bijlagen, ingekomen op 9 september 2022;
- het F-formulier namens de vrouw van 15 september 2022;
- het verweerschrift met zelfstandig verzoek en bijlagen van 9 december 2022;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek, ingekomen op 7 februari 2023;
- het F-formulier namens de vrouw van 3 oktober 2023;
- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 14 december 2023;
- het F-formulier met bijlage, namens de man van 15 februari 2024;
- het F-formulier namens de vrouw van 29 oktober 2024;
- de brief met bijlagen namens de man van 20 januari 2025;
- het gewijzigd verzoek met bijlagen van de vrouw van 23 januari 2025;
- de brief met bijlagen, namens de vrouw van 28 januari 2025;
- de brief met bijlagen, namens de man van 29 januari 2025;
- het F-formulier met gewijzigd verzoek en bijlagen, namens de vrouw van 30 januari 2025;
- het F-formulier met bijlage, namens de man van 12 februari 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 februari 2025.
Verschenen zijn; de vrouw, bijgestaan door mr. M.E. Groot, en de man, bijgestaan door mr. J.J.M. Kleiweg. Verder was namens de Raad als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] .
Beide advocaten hebben ter zitting een pleitnota overgelegd. De man en de vrouw hebben verder elk ter zitting een door hen geschreven stuk overgelegd.
1.3.
Na de zitting is ter griffie ontvangen:
- het F-formulier namens de man van 14 februari 2025;
- het F-formulier namens de vrouw van 17 februari 2025.
Beoordeling
2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] te [plaats] .
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
2.3.
De man heeft van 22 juli 2022 tot 8 december 2022 in voorlopige hechtenis gezeten. Bij de schorsing van de voorlopige hechtenis is als voorwaarde opgelegd dat de man op geen enkele wijze - direct of indirect- contact zal hebben of zoeken met zijn kinderen en zich niet binnen een straal van 50 meter rondom zijn huisadres in [plaats] zal bevinden.
2.4.
Bij beschikking van deze rechtbank van 4 april 2023 inzake de voorlopige voorzieningen is het verzoek van de man om een zorgregeling vast te stellen afgewezen. De rechtbank heeft een voorlopige kinderbijdrage ter hoogte van € 274 per kind per maand vastgesteld en een onderzoek door de Raad gelast.
2.5.
De man is bij vonnis van deze rechtbank van 7 november 2023 veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 5 jaren, wegens het bezit en vervaardiging van kinderporno, waaronder pornografisch materiaal van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] , terwijl van deze misdrijven een gewoonte werd gemaakt, en wegens het plegen van ontucht met [de minderjarige 2] . Ook is aan de man, naast de bijzondere voorwaarden van reclasseringscontact en behandeling door De Waag, een contactverbod opgelegd met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en een locatieverbod met betrekking tot hun school voor de duur van één jaar, met bevel dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De man heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis.
2.6.
De Raad heeft in zijn rapport van 14 december 2023 geadviseerd om de man te verbieden contact te hebben met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] (hierna: de kinderen) omdat omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen, de man kennelijk ongeschikt moet worden geacht tot omgang en omgang anderszins in strijd met zwaarwegende belangen van de kinderen is.
2.7.
Bij vonnis van deze rechtbank van 11 december 2024 is aan de man een contactverbod opgelegd met de kinderen en de vrouw en een locatieverbod met betrekking tot de school van de kinderen, totdat in de echtscheidingsprocedure onherroepelijk is beslist over het gezag en de omgang, echter maximaal voor de duur van twee jaar.
2.8.
Scheiding
2.8.1.
De vrouw heeft verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken. Zij heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht.
De man heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.8.2.
Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.
2.9.
Gezag
2.9.1.
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat het gezag over de kinderen na de echtscheiding alleen aan haar toekomt. Zij heeft daartoe gesteld dat tussen partijen geen enkele communicatie meer mogelijk is. De man heeft zich als ouder van de kinderen gediskwalificeerd omdat hij een ernstig misdrijf tegen de kinderen heeft gepleegd en is ook niet in staat om het ouderlijk gezag uit te oefenen omdat er al lange tijd geen contact tussen de man en de kinderen is geweest en hij ook geen informatie over de kinderen heeft gekregen vanwege het indirecte contactverbod.
2.9.2.
De man heeft daartegen als verweer gevoerd dat partijen altijd goed met elkaar hebben kunnen communiceren. De vrouw loopt volgens hem op de feiten vooruit omdat het hoger beroep in de strafzaak nog loopt. De man zal in het belang van zijn kinderen zijn medewerking verlenen als zijn toestemming nodig is en dat deed hij ook voor hulpverlening voor de kinderen. Het gezag betekent veel voor de man en hij wil betrokken blijven als vader. Hij is verder bang dat de vrouw de kinderen meeneemt naar haar geboorteland [land] en dat hij hen dan nooit meer te zien krijgt. De man acht het in het belang van de kinderen dat hij mede belast blijft met het gezag over de kinderen. Subsidiair stelt de man zich op het standpunt dat een onderzoek door de Raad naar het gezag nodig is.
2.9.3.
De Raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat het genoemde reclasseringsrapport van 12 december 2024 en de brief van de Waag van 13 december 2024 (waarop de rechtbank later in deze beschikking verder in zal gaan) een nieuw licht werpen op de situatie zodat een nieuw onderzoek naar zowel het gezag als de omgang nodig is.
2.9.4.
De rechtbank overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat ouders na echtscheiding het ouderlijk gezag gezamenlijk blijven uitoefenen. Op grond van artikel 251a BW kan de rechter in uitzonderingsgevallen op verzoek van een ouder bepalen dat het gezag alleen aan een ouder toekomt. Dat gebeurt kort gezegd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem en verloren raakt tussen de ouders en niet te verwachten valt dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering komt. Er is een risico op klem en verloren raken als de ouders niet in staat zijn om beslissingen van enig belang over hun kinderen in gezamenlijk overleg te nemen. Het ontbreken van een goede communicatie tussen de ouders is op zichzelf niet voldoende om het gezag aan een ouder alleen toe te kennen. Afgezien van het voorgaande kunnen er ook andere redenen zijn waarom het in het belang van het kind noodzakelijk is dat het gezag aan een van de ouders wordt toegekend.
2.9.5.
De rechtbank acht in dit geval wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk omdat bij partijen de minimale noodzakelijke basis voor gezamenlijk gezag ontbreekt waardoor zij geen beslissingen in gezamenlijk overleg kunnen nemen. Het navolgende is hiervoor redengevend.
Partijen hebben een verschillende visie op hun onderlinge communicatie en verstandhouding tijdens het huwelijk tot aan de aanhouding van de man. Volgens de man was de communicatie met de vrouw goed, maar de vrouw stelt dat hij jarenlang dagelijks schreeuwde en schold.
De man is tweeëneenhalf jaar geleden, in juli 2022, aangehouden, in voorlopige hechtenis genomen en in november 2023 veroordeeld wegens een misdrijf tegen de kinderen, kort gezegd bezit van kinderporno en het plegen van ontucht met het jongste kind. De vrouw en de kinderen hebben sinds juli 2022 geen contact meer met de man gehad. Eerst gold er een strafrechtelijk contactverbod en vervolgens is aan de man ook een civiel contactverbod met de kinderen opgelegd dat geldt tot uiterlijk 11 december 2026.
Uit de stellingen van de vrouw, nader toegelicht ter zitting, volgt dat het vertrouwen van de vrouw in de man als vader door de ingrijpende gebeurtenissen van de afgelopen tweeëneenhalf jaar onherstelbaar en zo ernstig beschadigd is dat het voor haar onmogelijk is om in gezamenlijk overleg met de man beslissingen in het belang van de kinderen te nemen. Gelet op de aard en de ernst van die omstandigheden kan niet verwacht worden dat die situatie binnen afzienbare tijd verbetert, ook niet als de definitieve beslissing in de strafzaak van de man anders uitvalt dan in eerste aanleg. Daarmee bestaat het risico dat beslissingen over de kinderen niet in het vereiste tempo kunnen worden genomen en dat de kinderen klem en verloren zullen raken.
De rechtbank ziet gelet op het voorgaande ook geen aanleiding om een raadsonderzoek te gelasten naar de vraag of handhaving van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen is.
Dictum
De rechtbank:
3.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd te [plaats] op [huwelijksdatum] ;
3.2.
bepaalt dat het gezag over de minderjarige kinderen van partijen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] en
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
alleen toekomt aan de vrouw;
3.3.
wijst af het verzoek ten aanzien van de hoofdverblijfplaats;
3.4.
bepaalt dat de man € 400 per maand per kind dient te betalen aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de voornoemde minderjarigen, met ingang van 1 maart 2025, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
3.5.
verklaart de beslissing over het gezag en de kinderbijdrage uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, met inachtneming van de overwegingen onder 2.11.6, onderzoek te verrichten ter beantwoording van de vraag of het belang van de minderjarigen zich tegen contactherstel verzet en zo dit niet het geval is, op welke manier het beste aan contactherstel kan worden gewerkt en de rechtbank daarover te adviseren;
3.7.
houdt de beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tot 12 september 2025 PRO FORMA;
3.8.
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming het rapport uiterlijk op die datum in te dienen dan wel vόόr die datum om uitstel te verzoeken.
Wijst er op dat de rechtbank daarna zal beslissen over de verdere voortgang van de procedure.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.E.J. van Schie op 14 maart 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden en overeenkomstig artikel 820 lid 2 Rv openlijk bekend is gemaakt.
Beoordeling
Dat de vrouw, als zij alleen het gezag heeft, naar [land] zou verhuizen is niet verder niet aannemelijk geworden gelet op de verklaring van de vrouw ter zitting dat zij de Nederlandse taal spreekt, een opleiding volgt en dat haar toekomst in Nederland ligt.
2.10.
Hoofdverblijfplaats
2.10.1.
De vrouw heeft verzocht te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar zal zijn.
De man heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.10.2.
De rechtbank zal het verzoek van de vrouw afwijzen bij gebrek aan belang, nu de rechtbank haar met het eenhoofdig gezag over de kinderen zal belasten. Op grond van artikel 1:12 lid 1 BW hebben de kinderen dan hun woonplaats bij de gezag hebbende ouder.
2.11.
Zorgregeling
2.11.1.
De vrouw heeft verzocht de man het recht op omgang met de kinderen te ontzeggen.
2.11.2.
De man heeft van zijn kant verzocht te bepalen dat in overleg met Preventieve Jeugdzorg een zorgregeling tussen de man en de kinderen wordt vastgesteld, waarbij toegewerkt wordt naar een regeling waarbij de kinderen elke week in de weekenden bij de man verblijven van vrijdag 16.00 uur tot zondag 19.00 uur alsmede een extra doordeweekse dag en de helft van de vakanties.
De man stelt daartoe het navolgende. Uit het raadsonderzoek komt naar voren dat Preventieve Jeugdzorg zich zorgen maakt dat de vrouw de kinderen wil beschermen door de man uit hun leven te bannen. De vrouw laat zich negatief uit over de man tegen de kinderen en laat ook de grootouders vz. niet meer toe in hun leven. Zowel Preventieve Jeugdzorg als Slachtofferhulp zien dat de kinderen worden beschadigd vanwege ouderonthechting. Het advies van de Raad is dat de vrouw de man een plek geeft in het leven van de kinderen. Voorts komt uit het Raadsonderzoek naar voren dat de man behandeling bij de Waag moet volgen en dat hij zijn eigen aandeel zou moeten inzien om verantwoordelijkheid te nemen voor wat hij heeft gedaan. Er wordt getwijfeld aan de leerbaarheid van de man, terwijl de man toen nog maar net was begonnen met zijn behandeling bij de Waag. De Raad concludeert om de man het recht om omgang te ontzeggen, ongeacht de uitkomst van het hoger beroep in de strafzaak. De man is echter nog niet onherroepelijk veroordeeld en is overtuigd van zijn onschuld. Dat neemt niet weg dat de man inziet dat hij niet had moeten doen wat hij met onschuldige intentie heeft gedaan, namelijk zo veel foto’s en video’s van de kinderen maken. Voor de man is het onbegrijpelijk dat de Raad tot de conclusie komt dat de man ook bij vrijspraak het contact met de kinderen moet worden ontzegd. Tussen de man en de kinderen was sprake van een sterke hechtingsband en de wens van de man om tot contactherstel te komen wordt ondersteund door de behandelaars van de man bij de Waag en Reclassering. Uit psychologisch onderzoek is naar voren gekomen dat de man een groot onvermogen heeft om zijn wensen, handelingen en gedachten op een sociaal adequate manier over te brengen. Er zijn bij de man geen aanwijzingen gevonden voor seksuele problematiek. De man is gemotiveerd om met behulp van hulpverlening aan gedragsverandering te werken. De Reclassering meent dat herstelbemiddeling binnen de relationele context, mits goed begeleid en gekaderd, een goede start kan zijn van het herstelproces van alle betrokken partijen. De veiligheid van de kinderen kan, mits goed begeleid, worden gewaarborgd.
2.11.3.
De vrouw heeft daartegen als verweer gevoerd dat de man ter bevrediging van zijn lustgevoelens ernstige misdrijven tegen de kinderen heeft gepleegd. Voor de kinderen is hulpverlening ingeschakeld om de gebeurtenissen te verwerken. Gelet op hun jonge leeftijd en wat zij hebben meegemaakt dient een grote mate van voorzichtigheid in acht te worden genomen. Als de kinderen in contact met de man worden gebracht kan dat ernstige psychologische schade of trauma bij hen veroorzaken. Traumatische herinneringen zouden hierdoor naar boven kunnen komen en het zal een ingrijpende en verwarrende ervaring voor hen zijn om op latere leeftijd te beseffen dat zij contact moesten hebben met een man die ernstige misdrijven tegen hen heeft gepleegd. De kinderen hebben de man al 2,5 jaar niet gezien en na het politieverhoor is de oudste erg boos op de man geweest. Tijdens het huwelijk van partijen had de man weinig aandacht voor de kinderen, dronk overmatig en veroorzaakte veel spanning binnen het gezin. Kort nadat de man in voorlopige hechtenis was genomen voelden de kinderen zich opgelucht en inmiddels gaat het goed met het gezin. De vrouw heeft een nieuwe woning, parttime baan en volgt een opleiding. De vrouw onderschrijft het raadsrapport. Het rapport van Reclassering en de brief van de Waag doen daar niet aan af. Deze instanties hebben alleen met de man en niet met de vrouw of de kinderen gesproken en in de stukken staan feitelijke onjuistheden vermeld. De man ziet de ernst van zijn gedragingen nog steeds niet en bagatelliseert wat er is gebeurd. De man heeft geen besef van wat hij de vrouw en de kinderen heeft aangedaan, blijft volhouden dat hij onterecht is veroordeeld en dat hij contactherstel met de kinderen wil. Ondanks de bezwaren van de man is het contactverbod bij het vonnis van 11 december 2024 verlengd. Dit geeft de vrouw voor nu rust maar het is belangrijk dat er voor de toekomst duidelijkheid komt over het contact tussen de man en de kinderen.
2.11.4.
De Raad heeft ter zitting geadviseerd om opnieuw onderzoek te doen. Bij de afweging of er ruimte voor contactherstel is moeten de recente bevindingen van de Waag en Reclassering worden meegenomen, evenals de uitkomst van het hoger beroep in de strafzaak van de man, een onderzoek naar de weerbaarheid en draagkracht van de vrouw en de kinderen en een onderzoek naar de vraag of sprake is van ouderonthechting.
2.11.5.
De man heeft de rechtbank na de zitting bericht dat hij op 13 februari 2025 (één dag na de zitting) te horen heeft gekregen dat de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep op 7 oktober 2025 zal plaatsvinden. De uitspraak zal dan op 21 oktober 2025 zijn. De vrouw heeft als reactie daarop laten weten dat tegen die uitspraak nog beroep in cassatie open staat en dat de behandeling daarvan nog eens anderhalf tot twee jaar in beslag zal nemen.
2.11.6.
De rechtbank stelt voorop dat een ouder en zijn kinderen in beginsel recht hebben op omgang met elkaar, tenzij dat in strijd is met zwaarwegende belangen van de kinderen. Of daarvan in dit geval sprake is kan de rechtbank op basis van de nu voorhanden zijnde informatie niet beoordelen. Weliswaar is er in 2023 al onderzoek door de Raad gedaan maar de bevindingen van het rapport van 13 december 2023 zijn inmiddels gedateerd en daarbij is de door de man overgelegde informatie van de Waag en de Reclassering nog niet betrokken. Daarom is de rechtbank met de Raad van oordeel dat nader onderzoek en advies van de Raad noodzakelijk is.
Het onderzoek en het advies moet gaan over de vraag of het belang van de kinderen zich tegen contact herstel met de man verzet en zo niet, hoe daaraan het beste kan worden gewerkt. Daarbij moet in elk geval betrokken worden de (mate van) weerbaarheid en de draagkracht van de vrouw en de kinderen, en of er sprake is van ouderonthechting.