Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:11002
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,443 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11252310 \ WM VERZ 24-1170
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen).
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat er ten onrechte is afgezien van een staandehouding. Gemachtigde van betrokkene stelt dat een prio 2 melding onvoldoende is om af te zien van een staandehouding.
In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Ik, verbalisant, zag . Dat genoemd voertuig reed over de N242 in de richting van winkel. Ik zag dat hij een vrachtwagen inhaalde, als bestuurder, de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen) (…)
Reden geen staandehouding: Reed ik verbalisant in een opvallende dienstauto maar in verband met een prio2 melding geen staande houding uitgevoerd.”
Naar aanleiding van de verweren van betrokkene heeft de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, opgemaakt op ambtsbelofte, is het volgende vermeld: “ (…) Ik hoorde de regionale meldkamer te Haarlem een melding uitgeven aan de 14.05. Ik hoorde de centralist zeggen; “ 14.05 kunt u gaan naar de Action in Anna Paulowna aldaar heeft het personeel een conflict met twee jongens en een er van zou ook wat gestolen hebben”. Omdat de melding in Anna Paulowna mogelijk twee aanhoudingen teweeg zou brengen wilde ik snelheid maken, mij aanmelden bij de meldingen halverwege de Alkmaarseweg rechtsaf slaan de Groetweg op om ook richting Anna Paulowna te gaan. (…) Ik (…) heb vervolgens de beslissing genomen om rechts af te slaan de Groetweg op om mij naar de conflict melding in Anna Paulowna te begeven. Dit omdat er op dat moment niet zeker was dat het winkelpersoneel veilig was en de collega’s van de 14.05 niet ter plaatse waren. (…)”
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
Daarnaast is in dit geval voldoende gebleken dat zich geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan, omdat de verbalisant blijkens het aanvullend proces-verbaal voldoende heeft verklaard dat de gekregen prio 2 melding voorrang kreeg op het staande houden van betrokkene. Derhalve is de boete terecht met toepassing van artikel 5 WAHV aan de kentekenhouder opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: