Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:11000
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,084 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11177934 \ WM VERZ 24-948
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat de maandelijkse schouwrapporten ontbreken in het dossier, waardoor niet is voldaan aan de randvoorwaarden om de gedraging vast te stellen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting de schouwrapporten ‘verkeersbordenschouw gesloten- verklaring Alkmaar’ overgelegd van 7 maart 2023 en meegedeeld dat de gedraging, op basis van de schouwrapporten en de foto van de gedraging, kan worden vastgesteld. De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit beide schouwrapporten blijkt dat de bebording met betrekking tot de geslotenverklaring (bord C1) juist was opgesteld en dat de bebording duidelijk zichtbaar was. Aanwijzingen dat dit op de datum van de constatering van de gedraging, 3 maart 2023, 20:57 uur, anders zou zijn geweest, zijn er niet, zodat ervan kan worden uitgegaan dat de bebording ook toen aanwezig is geweest. De kantonrechter ziet derhalve geen reden eraan te twijfelen dat de geslotenverklaring op juist wijze was aangegeven. Nu de gedraging voor het overige niet wordt ontkend, stelt de kantonrechter vast dat de gedraging is verricht.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: