Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10996
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,392 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11252204 \ WM VERZ 24-1160
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen).
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich op het standpunt gesteld dat er ten onrechte is afgezien van een staandehouding. Gemachtigde van betrokkene voert aan dat uit de verklaring van de verbalisant niet gebleken waarom er sprake zou zijn van een gevaarlijke situatie.
In het door de officier van justitie toegezonden zaakoverzicht is de volgende toelichting van de verbalisant vermeld: “Het betrof een duidelijk zichtbare dubbele doorgetrokken streep. Ik zag dat betrokkene deze streep van rechts naar links overschreed. (…)
Reden geen staandehouding: Niet in de gelegenheid om bestuurder staande te houden omdat mijn voertuig geen stoptransparant heeft en de verkeersveiligheid in het geding was… ”
Naar aanleiding van de verweren van betrokkene heeft de officier van justitie een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, opgemaakt op ambtsbelofte, is het volgende vermeld: “(…) Daar werd ik ingehaald door een personenauto met kenteken 99SPZ4 terwijl op deze weg een dubbele doorgetrokken streep loopt en er dus een inhaalverbod geldt. Voertuiggegevens, merk type en kleur ter plekke nagetrokken in de systemen en die kwamen overeen.”
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting verzocht het beroep gegrond te verklaren omdat er niet kan worden vastgesteld dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De enkele vermelding dat de verbalisant in een voertuig reed zonder stoptransparant en dat er sprake was van een gevaarlijke situatie, is onvoldoende om te concluderen dat er geen reële mogelijkheid was de bestuurder staande te houden, aldus de vertegenwoordiger van de officier van justitie.
De kantonrechter volgt de vertegenwoordiger van de officier van justitie en bepaalt daarom dat het beroep gegrond is en de beslissing van officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd zullen worden vernietigd.
Het verzoek om een proceskostenvergoeding wordt toegewezen, omdat betrokkene (gedeeltelijk) gelijk krijgt. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen de kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 777,00. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 323,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 647,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 453,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 907,00).
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een bedrag van € 777,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: