Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2025-01-24
ECLI:NL:RBNHO:2025:10979
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
987 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11273416 \ WM VERZ 24-1234
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 24 januari 2025
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 januari 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. Er is na de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat zij een persoonlijk gehandicaptenbegeleider is. Haar cliënt is niet in bezit van een DigiD en kon daarom niet worden aangemeld. Betrokkene stelt verder dat zij niet op de hoogte was van de wijziging en gaat in bezwaar tegen de opeenstapeling van de vele boetes. Betrokkene heeft haar gedrag niet kunnen aanpassen.
De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken dat de gehandicaptenparkeerkaart was gedigitaliseerd, zodat niet is voldaan aan de voorwaarden om te mogen parkeren op een plek voor vergunninghouders. De gedraging staat dus vast. De boete is daarom terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet wel aanleiding om de boete te matigen, gelet op de door betrokkene aangevoerde omstandigheden. Daarbij is van belang dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in een afhankelijke positie verkeerde ten opzichte van degene die zorg diende te dragen voor het tijdig digitaliseren van de gehandicaptenparkeerkaart van haar cliënt en daardoor pas later op de hoogte is geraakt van de boetes. De boete zal daarom worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
‒ verklaart het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd gegrond en wijzigt die beschikking, in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: