Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-17
ECLI:NL:RBNHO:2024:9951
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
1,617 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10542917 \ CV FORM 23-3517
Uitspraakdatum: 17 juli 2024
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1
[verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]beiden wonende te [plaats 1]3. [verzoeker 3], wonende te [plaats 2]4. [verzoeker 4], wonende te [plaats 3]5. [verzoeker 5]6. [verzoeker 6]beiden wonende te [plaats 4]7. [verzoeker 7]8. [verzoeker 8]beiden wonende te [plaats 5]9. [verzoeker 9]10. [verzoeker 10]beiden wonende te [plaats 6]11. [verzoeker 11]12. [verzoeker 12]beiden wonende te [plaats 7]13. [verzoeker 13]14. [verzoeker 14]beiden wonende te [plaats 8]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Ryanair DAC
gevestigd te Dublin, Ierland
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)
1Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 5 juni 2023;
het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 9 oktober 2023.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 28 februari 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Dublin Airport, Ierland, met vlucht FR3101 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd, waardoor de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 3.500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 574,75 dan wel € 544,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Volgens de vervoerder was de vertraging het gevolg van een grote schroef op de ladingsbaan. Deze had zich in een van de banden geboord van het neuswiel van het toestel dat de vlucht uit zou voeren (zie de overgelegde technische rapportage en foto’s). Na inspectie bleek dat de band moest worden vervangen. Op Schiphol waren echter geen reserveonderdelen aanwezig. Daarom heeft de vervoerder gekozen om een reserveband met een reservevliegtuig in te laten vliegen vanaf zijn thuisbasis in Stansted, Verenigd Koninkrijk. De vlucht is uiteindelijk uitgevoerd met het reservevliegtuig.
4.3.
Het verweer van de vervoerder slaagt. In een arrest van 4 april 2019 (ECLI:EU:C:2019:288, Germanwings) heeft het Hof geoordeeld dat de beschadiging van een band van een vliegtuig door een vreemd voorwerp, zoals losliggend puin, op de start- of landingsbaan van een vliegveld een buitengewone omstandigheid is. De vertraging was het gevolg van de beschadiging van een band door een vreemd voorwerp op de landingsbaan. Daarom was de vertraging van de vlucht het gevolg van een buitengewone omstandigheid.
4.4.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt dat er geen reservebanden op Schiphol beschikbaar waren en dat hij meteen het reservevliegtuig heeft ingevlogen na het constateren van het defect. Om de vertraging te beperken heeft de vervoerder de vlucht uitgevoerd met het reservevliegtuig.
4.5.
Ook dit betoog slaagt. Niet valt in te zien wat de vervoerder in de gegeven omstandigheden meer of anders had kunnen doen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De passagiers hebben hier ook niets over aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij in het ongelijk worden gesteld. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 271,00 aan salaris gemachtigde en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 135,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open