Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-09-26
ECLI:NL:RBNHO:2024:9813
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,262 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10848464 \ CV EXPL 23-4137
Uitspraakdatum: 26 september 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] , h.o.d.n. [bedrijf]
wonende te [woonplaats]
eiser
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: Incassocenter B.V.
tegen
de besloten venoootschap Hommes Vastgoedonderhoud B.V.
gevestigd te Zaandam
gedaagde
verder te noemen: Hommes
1Het procesverloop
1.1.
[eiser] heeft bij dagvaarding van 21 november 2023 een vordering tegen Hommes ingesteld. Hommes heeft in eerste instantie mondeling geantwoord en heeft zijn verweer vervolgens schriftelijk verder aangevuld.
1.2.
Op 8 mei 2024 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiser] bij brief van 24 april 2024 nog stukken toegezonden.
1.3.
Naar aanleiding van hetgeen op de zitting is besproken is [eiser] in de gelegenheid gesteld nog een akte te nemen en aanvullende stukken in het geding te brengen. [eiser] heeft dit gedaan, waarna Hommes nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
[eiser] heeft als zzp’er in opdracht en voor rekening van Hommes elektrische onderhoudswerkzaamheden verricht. Een deel van de deze werkzaamheden zijn door [eiser] uitgevoerd bij Floor Retail Services B.V.
2.2.
Vanaf juli 2023 heeft [eiser] geen werkzaamheden meer verricht voor Hommes en is hij volledig gaan werken voor Floor Retail Services B.V.
2.3.
Voor de door hem verrichte werkzaamheden in de maand juni 2023 heeft [eiser] Hommes een factuur van € 8.993,50 toegestuurd. Hommes heeft deze factuur onbetaald gelaten.
3De vordering en het verweer
3.1.
[eiser] vordert dat de kantonrechter Hommes veroordeelt tot betaling van € 11.024,99, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en de proceskosten. Het door [eiser] gevorderde bedrag bestaat naast de hoofdsom van € 8.993,50 uit buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw van € 1.632,33 en wettelijke handelsrente van € 399,16.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Hommes ten onrechte de factuur voor de door [eiser] verrichte werkzaamheden onbetaald heeft gelaten. Vanwege het uitblijven van betaling heeft [eiser] zijn vordering uit handen moeten geven en heeft hij kosten moeten maken. Hommes is daarom ook buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente verschuldigd.
3.3.
Hommes erkent dat hij [eiser] in juni 2023 werkzaamheden voor haar heeft verricht. In eerste instantie heeft Hommes echter aangevoerd dat een deel van die werkzaamheden zijn verricht voor Floor Retail Services B.V. en dat afgesproken is dat [eiser] de uren van die werkzaamheden rechtstreeks aan Floor Retail Services B.V. zou factureren. Hommes hoeft dat deel van de vordering dus niet te betalen. In haar laatste akte heeft Hommes echter aangegeven dat zij alsnog bereid is de factuur volledig te betalen. Doordat [eiser] echter nooit een correcte factuur heeft gestuurd en de gemachtigde van [eiser] niet heeft gereageerd op de pogingen tot overleg van Hommes, is Hommes geen buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente verschuldigd.
Beoordeling
4.1.
Voordat de kantonrechter toekomt aan een inhoudelijke behandeling van het geschil, moet eerst beslist worden op het door Hommes ingenomen standpunt dat de akte die [eiser] na de zitting heeft genomen buiten beschouwing moet worden gelaten, omdat [eiser] deze te laat heeft ingediend. Hoewel [eiser] de akte eigenlijk eerder in had moeten dienen, zal de kantonrechter de akte wel accepteren. Daarvoor is van belang dat het te laat indienen van de akte niet tot een onredelijke vertraging van de procedure heeft geleid en Hommes in de gelegenheid is gesteld op de akte te reageren.
4.2.
Ondanks dat Hommes in eerste instantie de verschuldigdheid van de door [eiser] verstuurde factuur heeft betwist, heeft zij in haar laatste akte aangegeven zich toch te kunnen vinden in de bij de factuur behoren urenspecificatie en heeft zij zich bereid verklaard de factuur alsnog te betalen. Doordat Hommes haar verweer tegen de hoofdsom niet langer handhaaft, is de door [eiser] gevorderde hoofdsom toewijsbaar.
4.3.
Hommes maakt nog wel bezwaar tegen de door [eiser] gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. Volgens Hommes heeft [eiser] het aan zichzelf en haar gemachtigde te danken dat de factuur niet eerder is betaald, aangezien zij de juiste urenspecificatie nooit heeft ontvangen. Hommes voert aan dat zij daardoor geen wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. Vast staat echter dat Hommes in ieder geval vanaf het moment dat de dagvaarding werd betekend, te weten 21 november 2023, over de bij de factuur behorende urenspecificatie beschikte. Hommes had de factuur toen alsnog kunnen betalen. Dat zij dit heeft nagelaten, komt voor haar rekening en risico. De wettelijke handelsrente zal daarom worden toegewezen vanaf 21 november 2023.
4.4.
Ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten heeft Hommes aangevoerd dat [eiser] nooit zelf contact met Hommes heeft opgenomen over het uitblijven van betaling, maar meteen haar gemachtigde heeft ingeschakeld. Vervolgens zou de gemachtigde van [eiser] nooit hebben gereageerd op alle pogingen van Hommes om in contact te komen, maar heeft zij uitsluitend standaard aanmaningen gestuurd. [eiser] heeft niet gereageerd op dit verweer van Hommes en heeft daarmee onvoldoende gesteld dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht die meer hebben omvat dan het sturen van standaard aanmaningen. De door [eiser] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
4.5.
Hommes moet aangemerkt worden als de overwegend ongelijk krijgende partij en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
109,44
- griffierecht
€
244,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.166,44
4.6.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Hommes tot betaling aan [eiser] van € 8.993,50 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 21 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt Hommes in de proceskosten van € 1.166,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Hommes niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt Hommes tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Flipse en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter