Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-01
ECLI:NL:RBNHO:2024:731
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,148 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10662677 \ CV EXPL 23-2771
Uitspraakdatum: 1 februari 2024
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Sportify Kids BSO B.V.
gevestigd te Purmerend
de eisende partij
gemachtigde: Beverwijk Van Gilst Advocaten
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1Het verdere procesverloop
1.1.
Bij tussenvonnis van 2 november 2023 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over haar algemene voorwaarden. De eisende partij heeft dat nagelaten.
2De verdere beoordeling
2.1.
De gevorderde hoofdsom komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen.
Algemene voorwaarden Sportify Kids juli 2012 (hierna: Algemene Voorwaarden)
2.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, heeft de eisende partij zich niet uitgelaten over het (on)eerlijke karakter van de artikelen 8.3 en 8.6 van de Algemene Voorwaarden. De kantonrechter blijft dan ook bij haar oordeel dat de artikelen 8.3 en 8.6 van de Algemene Voorwaarden in de gegeven omstandigheden onredelijk bezwarend zijn. Zoals in het tussenvonnis is overwogen zal de kantonrechter deze bedingen vernietigen. Dit heeft tot gevolg dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Wettelijke rente
2.3.
De eisende partij stelt dat wettelijke rente is verschuldigd vanaf zeven dagen na de factuurdatum omdat dat op de facturen staat, maar die stelling volgt de kantonrechter niet. Het feit dat er een betalingstermijn op een factuur staat, betekent namelijk nog niet die termijn ook is overeengekomen en dus ook niet dat verzuim is ingetreden vanaf het verstrijken van die datum. Bovendien is de stelling feitelijk niet juist, omdat er in dit geval geen betalingstermijn van zeven dagen op de facturen staat. Daarop staat dat de bedragen middels automatische incasso worden afgeschreven, zonder dat daarbij een termijn is genoemd. In elk geval heeft de eisende partij de gedaagde partij op 1 februari 2023 in gebreke gesteld en een betalingstermijn van 10 dagen gegeven. Vast staat dat de gedaagde partij niet heeft betaald binnen die termijn, zodat het verzuim is ingetreden op 11 februari 2023. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf 11 februari 2023.
2.4.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door eisende partij wordt gemaakt. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 2.521,72, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 februari 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 136,10 wegens dagvaardingskosten,
€ 487,00 wegens griffierecht en
€ 238,00 wegens salaris gemachtigde;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 116,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de eisende partij worden gemaakt;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter