Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:7156
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
831 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 10844014 \ VV EXPL 23-182
Vonnis in kort geding van 18 januari 2024
in de zaak van
de maatschap
[eiser]
,
te [plaats 2],
eisende partij,
gemachtigde: mr. M.M.H. Sangers,
tegen
[gedaagde]
,
te [plaats 1],
gedaagde partij,
niet verschenen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 december 2023 met producties 1 tot en met 9; - de mondelinge behandeling van 16 januari 2024, waarbij uitsluitend mr. Sangers is verschenen.
Beoordeling
2.1.
Hoewel gedaagde deugdelijk is opgeroepen, is zij niet ter zitting verschenen. Tegen gedaagde zal daarom verstek worden verleend.
2.2.
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Ook het spoedeisend belang is voldoende toegelicht. Daarom zullen de vorderingen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld.
2.3.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente. De proceskosten worden aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.160,84, waarvan € 107,84 aan dagvaardingskosten, € 524,- aan griffierecht en € 529,- aan salaris gemachtigde
2.4.
Een kostenveroordeling levert ook voor de nakosten een executoriale titel op (zie HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853). De kantonrechter zal daarom de nakosten niet afzonderlijk in de proceskostenveroordeling vermelden.
Dictum
De kantonrechter
3.1.
verleent verstek tegen gedaagde;
3.2.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van € 6.677,39, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de respectievelijke vervaldata van de declaraties (21 juni 2023 voor declaratie 20231712, 20 juli 2023 voor declaratie 20232139, 5 september 2023 voor declaratie 20232674, 20 september 2023 voor declaratie 20232891) tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van de buitengerechtelijke incassokosten van € 708,87, binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, en te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.4.
veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van eiseres begroot op € 1.160,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2024.
1538