Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-06-19
ECLI:NL:RBNHO:2024:6598
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
970 tokens
=== VOLLEDIG ===
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10968809 \ CV EXPL 24-622
Uitspraakdatum: 19 juni 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de stichting Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland
te Alkmaar
de eisende partij
gemachtigde: Huting & van der Mije Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
onbekende woon- of verblijfplaats
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 17 april 2024 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Ter voldoening aan het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.
2De verdere beoordeling
2.1.
In de akte heeft de eisende partij gesteld dat de verzuimbepalingen in de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden losstaan staan van het boetebeding in artikel 15 van de algemene voorwaarden. Volgens de eisende partij heeft artikel 15 betrekking op feitelijke gedragsovertredingen, zoals bijvoorbeeld hennepteelt. De kantonrechter volgt de eisende partij hierin niet. Dat regulier betalingsverzuim niet valt onder artikel 15 volgt niet (duidelijk) uit dat beding. Daarin staat immers dat een boete is verschuldigd als huurder “enige bepaling uit deze Algemene Huurvoorwaarden overtreedt.” Het op tijd betalen van de huur staat ook in een bepaling in de huurovereenkomst (artikel 6.1) en artikel 15 van de algemene voorwaarden bevat geen uitzondering ten aanzien van die verplichting van de huurder.
2.2.
Verder verwijst de eisende partij nog naar artikel 16.1 van de algemene voorwaarden (de reparatiebepaling). Ook daaraan gaat de kantonrechter voorbij. Dat artikel luidt: ‘Indien een deel van de overeenkomst of van deze Algemene Huurvoorwaarden vernietigbaar is, dan laat dit de geldigheid van de overige artikelen onverlet. In plaats van het vernietigde of nietige deel geldt alsdan als overeengekomen hetgeen op wettelijk toelaatbare wijze het dichtst komt bij hetgeen partijen overeengekomen zouden zijn indien zij de nietigheid of vernietigbaarheid gekend zouden hebben.’ Deze bepaling is niet duidelijk. De consument zou dan kennelijk zelf moeten raden wat partijen zouden zijn overeengekomen als zij de vernietigbaarheid van een bepaald beding hadden gekend. Toepassing van dit beding zou bovendien leiden tot het omzeilen van consumentenbescherming en verstoring van het evenwicht tussen partijen. Ook deze bepaling is dus niet eerlijk en kan niet leiden tot het oordeel dat moet worden uitgegaan van een gewijzigd beding.
2.3.
Uit het voorgaande vloeit voort dat de kantonrechter blijft bij het oordeel dat de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor zover deze betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke incassokosten en daarom worden deze vernietigd. Als gevolg daarvan zullen de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
3De verdere beslissing
De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte van 1 januari 2015