Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-01-18
ECLI:NL:RBNHO:2024:568
Civiel recht
Wraking
779 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Wrakingskamer
Locatie Alkmaar
zaaknummer / rekestnummer: C/15/348157 KG RK 24/26
Dictum
op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker 1] en
[verzoeker 2],
gemachtigde: [naam],
wonende te Heiloo,
verzoekers.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. A.E. Merkus
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
De gemachtigde van verzoekers heeft op 12 december 2023 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter, in de hoofdzaak, bij deze rechtbank, sectie Kanton, locatie Alkmaar, aanhangig met als zaak- en rolnummer 10597255 \ CV EXPL 23-2986.
Verzoekers zijn in de hoofdzaak de eisende partijen.
1..2 Het wrakingsverzoek is behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 3 januari 2024. [verzoeker 2] en [naam] zijn verschenen. Ook de rechter is verschenen. .
1.3.
De wrakingskamer heeft na een schorsing direct na afloop van de mondelinge behandeling uitspraak gedaan en het wrakingsverzoek ongegrond verklaard.
1.4.
Dezelfde gemachtigde heeft op verzoek van dezelfde verzoekers bij e-mailbericht van 15 januari 2024 opnieuw een wrakingsverzoek tegen de rechter ingediend.
1.5.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
Beoordeling
2.1.
Volgens artikel 5 lid 2 onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan.
De rechter heeft in de hoofdzaak op 10 januari 2024 uitspraak gedaan en een eindbeslissing genomen op de vordering van de eisende partij en de tegenvordering van gedaagde partij in deze zaak.
2.2.
Verzoekers hebben de rechter pas na de einduitspraak gewraakt. Daarom zal de wrakingskamer zal het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.
Dictum
De rechtbank
3.1.
verklaart het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk;
3.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekers, hun gemachtigde, de rechter en aan de gedaagde partij in de hoofdzaak een afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Gisolf, voorzitter, mr. L.J. Saarloos en
mr. W.C. Oosterbroek, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van
mr. D.C.H.M. de Dood, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2024.
De griffier is buiten staat om deze beslissing voorzitter
te ondertekenen
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.