Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-05-22
ECLI:NL:RBNHO:2024:5319
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,627 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10355101 \ CV EXPL 23-1129
Uitspraakdatum: 22 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [plaats],
eiseres
hierna te noemen de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Austrian Airlines AG,
gevestigd te Schwechat, Oostenrijk,
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. R.W.L. Russell (Russell Advocaten)
1Het procesverloop
1.1.
Bij tussenvonnis van 16 augustus 2023 is de passagier in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen. Daaraan heeft de passagier voldaan. Vervolgens is vonnis bepaald op heden.
Beoordeling
2.1.
De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis is geoordeeld en overweegt voor het overige als volgt.
2.2.
De vraag die nog beantwoord moet worden is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging als gevolg van de buitengewone omstandigheden te voorkomen of te beperken. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt naar een vlucht die volgens haar 23 uur en 53 minuten na de oorspronkelijke aankomsttijd, is aangekomen. Naar aanleiding van de door de vervoerder overgelegde schermafbeelding heeft de passagier aangevoerd dat daaruit slechts de on-block tijd van de vlucht blijkt en dus niet de aankomsttijd. Gelet op de jurisprudentie van het Hof is voor de aankomsttijd bepalend wanneer de eerste passagiers het toestel mochten verlaten. Dit betoog slaagt.
2.3.
In het arrest van 4 september 2014 (Germanwings, C-452/13) heeft het Hof geoordeeld dat met het begrip ‘aankomsttijd’ in de Verordening is bedoeld het tijdstip waarop ten minste één vliegtuigdeur opent, met dien verstande dat de passagiers op dat tijdstip het toestel mogen verlaten. Uit het overgelegde vluchtrapport blijkt dat het toestel op 24 april 2020 om 15:13 uur lokale tijd ‘on block’ is gegaan, maar niet hoe laat de deuren zijn geopend. De vervoerder heeft ook niet toegelicht of en in hoeverre het tijdstip van ‘on block’ gaan samenviel met het moment van het openen van de deuren, hetgeen wel op zijn weg had gelegen. Niet kan worden uitgesloten dat tussen het tijdstip van het ‘on block’ gaan van het toestel en het openen van de deuren meer dan zeven minuten zat. Daardoor staat niet vast dat de passagier met minder dan 24 uur vertraging op de eindbestemming is aangekomen. Daarom vormt de alternatief aangeboden vlucht in beginsel geen redelijke maatregel. De vervoerder heeft niet aangevoerd dat geen andere mogelijkheid bestond voor een vlucht die op een op een minder laat tijdstip aankwam. De slotsom is dat niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier op de eindbestemming als gevolg van de vertraging van de vlucht te voorkomen dan wel te beperken. De vordering van de passagier zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
2.4.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder heeft deze vordering (gemotiveerd) betwist. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Voldoende aannemelijk is gemaakt dat de passagier buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven zoals vervat in het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II; de tarieven neergelegd in het Besluit worden geacht redelijk te zijn. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding omdat de passagier in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon.
2.5.
De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder, omdat deze in het ongelijk wordt gesteld. Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 460,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 400,00 vanaf 23 april 2020, en over € 60,00 vanaf 30 januari 2023, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
3.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 125,86;griffierecht € 86,00;salaris gemachtigde € 337,00;vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
3.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening;
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter