Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-05-29
ECLI:NL:RBNHO:2024:5191
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
2,282 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/349712 / HA ZA 24-122
Vonnis in incident van 29 mei 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [plaats 1],
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. K. Zeylmaker te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1],
wonende te [plaats 2],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 32
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 en 2
de conclusie van antwoord in incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
Geschil
3De vordering in het incident
3.1.
[gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan de volgende drie onderaannemers in vrijwaring op te roepen:
de heer [betrokkene 1], h.o.d.n. [bedrijf 2], gevestigd in [plaats 3];
de heer [betrokkene 2], h.o.d.n. [bedrijf 3], gevestigd in [plaats 4];
de heer [betrokkene 3], h.o.d.n. [bedrijf 4], gevestigd in [plaats 5].
3.2.
[gedaagde] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de werkzaamheden aan het dak van de woning van [eiseres] (uitsluitend) door deze drie (onder)aannemers zijn uitgevoerd. Voor zover mocht blijken dat [eiseres] aanspraak zou kunnen maken op betaling van enig bedrag van [gedaagde] dan heeft hij er recht en belang bij om zijn onderaannemers in vrijwaring op te roepen. Alle eventuele fouten in de werkzaamheden uitgevoerd op en aan het dak van de woning dienen te worden toegerekend aan [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] voornoemd. Aldus zijn zij toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de opdracht van [gedaagde], indien zou komen vast te staan in de hoofdzaak dat [gedaagde] toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in de uitvoering van de opdracht van [eiseres]. Derhalve heeft [gedaagde] alsdan regres op hen voor de aldus door hem geleden schade.
3.3.
[eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
4.1.
Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
5.1.
staat toe dat [betrokkene 1] h.o.d.n. [bedrijf 2], [betrokkene 2] h.o.d.n. [bedrijf 3] en [betrokkene 3] h.o.d.n. [bedrijf 4] door [gedaagde] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 juli 2024,
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 juli 2024 voor conclusie van antwoord,
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.
type: 1589
coll:
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/349712 / HA ZA 24-122
Vonnis in incident van 29 mei 2024
in de zaak van
[eiseres]
,
wonende te [plaats 1],
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. K. Zeylmaker te Rotterdam,
tegen
[gedaagde] H.O.D.N. [bedrijf 1],
wonende te [plaats 2],
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. J.N. Heeringa te Amsterdam.
Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 t/m 32
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 en 2
de conclusie van antwoord in incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vordering in de hoofdzaak
2.1.
Geschil
3De vordering in het incident
3.1.
[gedaagde] vordert dat hem wordt toegestaan de volgende drie onderaannemers in vrijwaring op te roepen:
de heer [betrokkene 1], h.o.d.n. [bedrijf 2], gevestigd in [plaats 3];
de heer [betrokkene 2], h.o.d.n. [bedrijf 3], gevestigd in [plaats 4];
de heer [betrokkene 3], h.o.d.n. [bedrijf 4], gevestigd in [plaats 5].
3.2.
[gedaagde] legt aan zijn vordering ten grondslag dat de werkzaamheden aan het dak van de woning van [eiseres] (uitsluitend) door deze drie (onder)aannemers zijn uitgevoerd. Voor zover mocht blijken dat [eiseres] aanspraak zou kunnen maken op betaling van enig bedrag van [gedaagde] dan heeft hij er recht en belang bij om zijn onderaannemers in vrijwaring op te roepen. Alle eventuele fouten in de werkzaamheden uitgevoerd op en aan het dak van de woning dienen te worden toegerekend aan [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3] voornoemd. Aldus zijn zij toerekenbaar tekortgeschoten in de uitvoering van de opdracht van [gedaagde], indien zou komen vast te staan in de hoofdzaak dat [gedaagde] toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in de uitvoering van de opdracht van [eiseres]. Derhalve heeft [gedaagde] alsdan regres op hen voor de aldus door hem geleden schade.
3.3.
[eiseres] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
4.1.
Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eiser in het incident, de gewaarborgde, zich met redenen omkleed beroept op een rechtsverhouding met een derde, de waarborg, die meebrengt dat de waarborg verplicht is om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen. Het bestaan van die rechtsverhouding behoeft in het vrijwaringsincident niet vast te staan.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
5.1.
staat toe dat [betrokkene 1] h.o.d.n. [bedrijf 2], [betrokkene 2] h.o.d.n. [bedrijf 3] en [betrokkene 3] h.o.d.n. [bedrijf 4] door [gedaagde] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 juli 2024,
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 juli 2024 voor conclusie van antwoord,
5.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.
type: 1589
coll: