Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-05-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:4917
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,640 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10849477 \ CV EXPL 23-4158
Uitspraakdatum: 16 mei 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap Auto- en Bergingsbedrijf van den Boogaard B.V.
gevestigd te Beverwijk
eiseres
verder te noemen: Van den Boogaard
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
procederend in persoon
De zaak in het kort
In deze zaak vordert eiser betaling van een factuur voor transport- en hijswerkzaamheden. De kantonrechter wijst de vordering toe, omdat de werkzaamheden zijn uitgevoerd en gedaagde daarvoor dus moet betalen. Het verweer van gedaagde dat hij extra kosten heeft moeten maken doordat eiser de overeenkomst niet goed is nagekomen, kan niet slagen. Gedaagde heeft namelijk onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd dat hij kosten heeft gemaakt en schade heeft geleden.
1Het procesverloop
1.1.
Van den Boogaard heeft met een dagvaarding van 14 december 2023 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling en schriftelijk geantwoord.
1.2.
Van den Boogaard heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.
Feiten
2.1.
Partijen hebben een overeenkomst gesloten op basis waarvan Van den Boogaard op 24 november 2021 voor [gedaagde] met een kraan transport- en hijswerkzaamheden heeft uitgevoerd.
2.2.
Van den Boogaard heeft [gedaagde] hiervoor een factuur gestuurd voor een bedrag van € 533,91. [gedaagde] heeft die factuur niet betaald.
3De vordering en het verweer
3.1.
Van den Boogaard vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 644,02. Van den Boogaard legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij in opdracht en voor rekening van [gedaagde] een kraan ter beschikking heeft gesteld en dat [gedaagde] de factuur daarvoor van € 533,91 nog moet betalen. Ook maakt Van den Boorgaard aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en rente.
3.2.
[gedaagde] betwist de vordering. [gedaagde] voert aan – samengevat – dat Van den Boogaard in eerste instantie een ongeschikte kraan ter beschikking heeft gesteld, die ook later arriveerde dan afgesproken, waardoor [gedaagde] extra kosten heeft moeten maken. Volgens [gedaagde] zijn die kosten hoger dan het bedrag van de factuur van Van den Boogaard en hoeft hij die factuur daarom niet te betalen.
Beoordeling
4.1.
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van de factuur van € 533,91 en bijkomende kosten.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat partijen zijn overeengekomen dat Van den Boogaard met een kraan transport- en hijswerkzaamheden voor [gedaagde] uitvoert. Ook staat vast dat die werkzaamheden zijn uitgevoerd op 24 november 2021. Dat betekent dat [gedaagde] de factuur daarvoor in principe gewoon moet betalen.
4.3.
[gedaagde] voert als verweer aan dat hij extra kosten heeft moeten maken doordat Van den Boogaard in eerste instantie een ongeschikte kraan ter beschikking heeft gesteld en die kraan ook later arriveerde dan afgesproken. Naar de kantonrechter begrijpt, stelt [gedaagde] daarmee dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en dat Van den Boogaard de schade die [gedaagde] daardoor lijdt, moet vergoeden. Ook zou deze stelling van [gedaagde] kunnen worden gezien als een beroep op verrekening met een schadevergoeding.
4.4.
Van den Boogaard heeft erkend dat de kraan op 24 november 2021 later arriveerde dan was afgesproken en dat in eerste instantie een lichtere kraan ter beschikking is gesteld dan door [gedaagde] was besteld. Dat betekent dat Van de Boogaard de overeenkomst in eerste instantie niet goed is nagekomen.
4.5.
Echter, [gedaagde] heeft zijn stelling dat hij daardoor extra kosten heeft moeten maken en schade heeft geleden, niet voldoende gemotiveerd en onderbouwd. [gedaagde] heeft niet gesteld om welke kosten het gaat, hij heeft geen bedragen genoemd en hij heeft geen berekening of stukken overgelegd waaruit de kosten blijken. Gelet daarop kan de kantonrechter niet vaststellen dat [gedaagde] schade heeft geleden als gevolg van de tekortkoming van Van den Boogaard.
4.6.
Dat betekent ook dat de schadeclaim van [gedaagde] en het beroep op verrekening niet kan slagen.
4.7.
De conclusie is dus dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 533,91. De gevorderde rente van € 30,02 wordt ook toegewezen, omdat [gedaagde] te laat betaalt en in verzuim is.
4.8.
Van den Boogaard heeft verder voldoende onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan incassokosten van € 80,09 komt overeen met de gebruikelijke tarieven en is eveneens toewijsbaar.
4.9.
De proceskosten (inclusief nakosten) komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Van den Boogaard van € 644,02, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 533,91 vanaf 14 december 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Van den Boogaard tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 106,73
griffierecht € 322,00
salaris gemachtigde € 270,00 (2 punten)
nasalaris € 67,50 te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter