Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-01
ECLI:NL:RBNHO:2024:4694
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
2,468 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/94
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 februari 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. R.P. Kuijper),
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder
(gemachtigde: drs. M.M. van Dongen).
Inleiding
1.1.
Bij besluit van 26 april 2023 heeft verweerder verzoeker verplicht een cursus over verantwoord rijgedrag te volgen (de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer, EMG).
1.2.
Op 20 december 2023 heeft verweerder een afloopbericht van de cursusleider ontvangen. Het resultaat is negatief. De toelichting luidt:
“20-12 veel moeten waarschuwen in EMG 2 had ook nu weer zijn boekje niet bij zich.. Vervelend aanwezig in groepsproces in EMG 2”
1.3.
Vervolgens heeft verweerder met het besluit van 21 december 2023 het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard.
1.4.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.5.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
1.7.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.
3. De voorzieningenrechter heeft op de zitting de vraag aan de orde gesteld welke van de door de cursusleiders beschreven gedragingen door verweerder zijn aangemerkt als het verstoren van het groepsproces. In de toelichting van de cursusleiders staan namelijk zowel kwalificaties van gedragingen als feitelijke beschrijvingen.
4. Gemachtigde van verweerder heeft daarop aangegeven dat hij in de e-mails van de cursusleiders geen feitelijke beschrijvingen ziet van gedragingen die het groepsproces hebben verstoord. Gemachtigde heeft daarbij aangegeven dat het niet meewerken aan de cursus ook op andere gronden gestoeld kan worden dan op verstoring van het groepsproces en dat mogelijke gebreken in de motivering bij de beslissing op bezwaar hersteld kunnen worden.
5. De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande, nu het bestreden besluit slechts als grondslag heeft verstoring van het groepsproces, aanleiding voor het toewijzen van het verzoek.
6. Weliswaar bestaat de mogelijkheid om in bezwaar gebreken in het besluit te herstellen, maar wat de uitkomst van de bezwaarprocedure zal zijn is onzeker. De belangen van verzoeker om over zijn rijbewijs te beschikken wegen in dit geval zwaarder dan de belangen van verweerder welke zijn gelegen in de verkeersveiligheid.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 21 december 2023 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,00. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,00.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,00 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,00 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/94
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 februari 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. R.P. Kuijper),
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerder
(gemachtigde: drs. M.M. van Dongen).
Inleiding
1.1.
Bij besluit van 26 april 2023 heeft verweerder verzoeker verplicht een cursus over verantwoord rijgedrag te volgen (de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer, EMG).
1.2.
Op 20 december 2023 heeft verweerder een afloopbericht van de cursusleider ontvangen. Het resultaat is negatief. De toelichting luidt:
“20-12 veel moeten waarschuwen in EMG 2 had ook nu weer zijn boekje niet bij zich.. Vervelend aanwezig in groepsproces in EMG 2”
1.3.
Vervolgens heeft verweerder met het besluit van 21 december 2023 het rijbewijs van verzoeker ongeldig verklaard.
1.4.
Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.5.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
1.6.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 1 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
1.7.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe.
3. De voorzieningenrechter heeft op de zitting de vraag aan de orde gesteld welke van de door de cursusleiders beschreven gedragingen door verweerder zijn aangemerkt als het verstoren van het groepsproces. In de toelichting van de cursusleiders staan namelijk zowel kwalificaties van gedragingen als feitelijke beschrijvingen.
4. Gemachtigde van verweerder heeft daarop aangegeven dat hij in de e-mails van de cursusleiders geen feitelijke beschrijvingen ziet van gedragingen die het groepsproces hebben verstoord. Gemachtigde heeft daarbij aangegeven dat het niet meewerken aan de cursus ook op andere gronden gestoeld kan worden dan op verstoring van het groepsproces en dat mogelijke gebreken in de motivering bij de beslissing op bezwaar hersteld kunnen worden.
5. De voorzieningenrechter ziet in het voorgaande, nu het bestreden besluit slechts als grondslag heeft verstoring van het groepsproces, aanleiding voor het toewijzen van het verzoek.
6. Weliswaar bestaat de mogelijkheid om in bezwaar gebreken in het besluit te herstellen, maar wat de uitkomst van de bezwaarprocedure zal zijn is onzeker. De belangen van verzoeker om over zijn rijbewijs te beschikken wegen in dit geval zwaarder dan de belangen van verweerder welke zijn gelegen in de verkeersveiligheid.
Conclusie
7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 21 december 2023 is geschorst tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
8. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoeker vergoeden. Daarom krijgt verzoeker ook een vergoeding van zijn proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,00. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.750,00.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het primaire besluit tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 187,00 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.750,00 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.