Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-05-07
ECLI:NL:RBNHO:2024:4473
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,499 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15-240197-23 (P)
Uitspraakdatum: 7 mei 2024
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 januari, 15 februari en 23 april 2024 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].
De politierechter heeft de zaak naar de meervoudige kamer verwezen.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. M.A. Hobbelink, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. J.J. Jorna, advocaat te Den Helder, naar voren hebben gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 13 september 2023 te Schagen, althans in Nederland, openlijk, te weten in de trein (het treintraject van Den Helder naar Nijmegen) en/of op het perron Schagen, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen één of meerdere persoon, te weten [benadeelde 1], conducteur bij de Nederlandse Spoorwegen, belast met de controle van vervoersbewijzen op het treintraject Den Helder naar Nijmegen, [benadeelde 2], [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] door in de trein- die [benadeelde 1] tegen het lichaam te slaan en/of schoppen en/of- die [benadeelde 1] in zijn hand te bijten en/of- die [benadeelde 1] in zijn hand te steken met een schroevendraaier, in elk geval een scherp voorwerp en/of- door middel van een sprong, een trappende beweging in de richting van die [benadeelde 4] te maken en/ofdoor op en/of nabij het station Schagen- die [benadeelde 2] te trappen tegen het gezicht, althans het hoofd en/of- een trappende beweging richting die [benadeelde 3] te maken en/of- die uit te halen, al dan niet met een scherp voorwerp, in de richting van die [benadeelde 3]terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten één of meerdere wonden aan de hand, voor die [benadeelde 1] en/of hoofdpijn voor die [benadeelde 2] ten gevolge heeft gehad;subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij, op of omstreeks 13 september 2023 te Schagen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [benadeelde 1], conducteur bij de Nederlandse Spoorwegen, belast met de controle van vervoersbewijzen op het treintraject Den Helder naar Nijmegen, heeft mishandeld door die [benadeelde 1]- tegen het lichaam te slaan en/of schoppen en/of- in zijn hand te bijten en/of- in zijn hand te steken met een schroevendraaier, in elk geval een scherp voorwerp.
2Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit, met uitzondering van de strafverzwarende omstandigheid dat aan [benadeelde 2] enig lichamelijk letsel is toegebracht, omdat dit letsel niet vast staat. Wat betreft het lichamelijk letsel van [benadeelde 1], te weten één wond op de hand, is de officier van justitie van oordeel dat dat letsel maar aan één verdachte kan worden toegeschreven en bij de andere verdachte tot vrijspraak moet leiden. Als niet duidelijk is welke van de twee verdachten verantwoordelijk is voor de handeling die tot het letsel heeft geleid, heeft de officier van justitie subsidiair gevorderd om beide verdachten vrij te spreken van het strafverzwarende gedeelte.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feit kan worden bewezen.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Partiële vrijspraak
Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd jegens [benadeelde 2], zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken. Uit de aangifte van [benadeelde 2] van 13 september 2023 blijkt namelijk dat de verdachte hem weliswaar met zijn voet heeft geraakt op zijn gezicht, maar dat de andere jongen de verdachte probeerde tegen te houden. De medeverdachte heeft zich aldus gedistantieerd van dit geweld, zodat van openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen [benadeelde 2] geen sprake is.
3.3.2
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.
3.3.3
Nadere bewijsoverwegingen
Op 13 september 2023 heeft een incident plaatsgevonden in de trein van Den Helder naar Nijmegen, ter hoogte van het treinstation Schagen. De heer [benadeelde 1] (hierna: [benadeelde 1]) was aan het werk als conducteur in de trein. Het viel hem op dat twee jongens – de verdachte en een tweede jongen – van hem wegliepen toen hij de kaartjes van passagiers aan het controleren was. Hij is toen achter hen aangelopen. Ook een groep scholieren die in de trein zat, is achter de jongens aangelopen en heeft hen tegengehouden bij de uitgang van de trein. [benadeelde 1] is tussen beiden gekomen en heeft één van de jongens vastgepakt. Uit de verschillende aangiftes en getuigenverklaringen blijkt dat de jongens [benadeelde 1] vervolgens hebben geschopt en geslagen en één van de jongens [benadeelde 1] in zijn hand heeft gebeten en de andere jongen (de verdachte) [benadeelde 1] in zijn hand heeft gestoken met een schroevendraaier. Daarbij is ook een trappende beweging naar één van de scholieren in de trein gemaakt. De jongens zijn daarna de trein uitgerend. Een aantal scholieren is achter hen aangerend. Op straat heeft vervolgens ook nog geweld plaatsgevonden. [benadeelde 1] heeft bij het incident letsel opgelopen, namelijk twee wonden aan zijn hand. Uit de letselverklaring blijkt dat de geconstateerde verwondingen passen bij de door [benadeelde 1] beschreven toedracht, te weten het bijten en het steken met een schroevendraaier. Daarnaast heeft [benadeelde 1] psychisch letsel in de vorm van PTSS aan het incident overgehouden. [benadeelde 1] heeft als gevolg van het incident 202 dagen niet kunnen werken.
Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake van openlijke geweldpleging, in vereniging gepleegd. De verdachte en zijn medeverdachte hebben namelijk beiden een significante en wezenlijke bijdrage gehad in het uitgeoefende geweld. Ook stelt de rechtbank vast dat de gedragingen hebben plaatsgevonden op een openbare plek, namelijk in de trein en op/nabij het treinstation Schagen. De gedragingen van de verdachte hebben enig lichamelijk letsel tot gevolg gehad, te weten een verwonding aan de hand van [benadeelde 1], zodat ook het strafverzwarende bestanddeel van de tenlastelegging kan worden bewezen.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 13 september 2023 te Schagen, althans in Nederland, openlijk, op de openbare weg en een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in de trein (het treintraject van Den Helder naar Nijmegen) en op of aan de openbare weg , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde 1], conducteur bij de Nederlandse Spoorwegen, belast met de controle van vervoersbewijzen op het treintraject Den Helder naar Nijmegen, [benadeelde 3] en [benadeelde 4] door in de trein- die [benadeelde 1] tegen het lichaam te slaan en/of schoppen en- die [benadeelde 1] in zijn hand te bijten en - die [benadeelde 1] in zijn hand te steken met een schroevendraaier en- door middel van een sprong, een trappende beweging in de richting van die [benadeelde 4] te maken en door op en/of nabij het station Schagen- een trappende beweging richting die [benadeelde 3] te maken en - uit te halen, al dan niet met een scherp voorwerp, in de richting van die [benadeelde 3]terwijl dit door hem gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten één wond aan de hand, voor die [benadeelde 1] ten gevolge heeft gehad.
Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
Het bewezenverklaarde levert op:
openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.
5Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
Motivering
6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft daarbij gevorderd dat aan de proeftijd de bijzondere voorwaarden worden verbonden die de reclassering heeft geadviseerd.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij is bezig met een inburgeringscursus en een gevangenisstraf werkt averechts. De verdachte wil meewerken aan alle voorwaarden die hem worden opgelegd en is bereid om een taakstraf uit te voeren. De raadsman heeft, gelet op de ernst van het feit, een forse taakstraf van 150 uren, bepleit en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Aard en ernst van het feit
De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging jegens [benadeelde 1], een conducteur van de Nederlandse Spoorwegen. De verdachte en zijn mededader hadden alcohol gedronken en misdroegen zich in de trein. Zij zijn weggelopen toen de conducteur hun treinkaartje wilde controleren en zijn tegengehouden door een groep scholieren die ook in de trein zat. De conducteur is tussen beide groepen gekomen en heeft de mededader vastgepakt om te voorkomen dat hij weg zou lopen. De verdachte en zijn mededader hebben de conducteur als reactie daarop niet alleen geschopt en geslagen, maar ook hebben zij de conducteur in zijn hand gebeten en gestoken met een schroevendraaier. Eén van hen heeft in de trein een trappende beweging naar één van de scholieren gemaakt. Vervolgens zijn zij de trein uitgerend. Buiten hebben zij een trappende beweging gemaakt richting één van de scholieren, [benadeelde 3], en met een scherp voorwerp in diens richting uitgehaald. Dit handelen van de verdachte en zijn mededader is volstrekt ontoelaatbaar. Niet alleen hebben zij daarmee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de conducteur, ook hebben zij belemmerd dat de conducteur op een normale en veilige manier zijn werk kon uitoefenen. De conducteur heeft als gevolg van dit geweld lange tijd niet kunnen werken en is niet meer dezelfde conducteur als voorheen. De conducteur heeft bovendien nog altijd last van zijn linkerhand door dit incident. Daarbij is deze gebeurtenis niet alleen heel naar en beangstigend voor de conducteur, het zorgt ook voor onrust en angstgevoelens bij de overige passagiers die veilig met de trein willen reizen en in de maatschappij als geheel. De rechtbank rekent de verdachte dit alles aan.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op
het op naam van de verdachte staand strafblad (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 20 maart 2024. Hieruit blijkt dat de verdachte eerder voor openlijk geweld in vereniging en belediging is veroordeeld. De rechtbank weegt dit in het nadeel van de verdachte mee. Ook weegt de rechtbank in het nadeel van de verdachte mee dat uit zijn proceshouding niet blijkt dat hij op enig moment verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zijn handelen of dat hij het laakbare daarvan inziet en/of berouw toont.
De rechtbank betrekt bij de straftoemeting ook het advies van de reclassering van 29 november 2023, waarin zij heeft geconcludeerd dat het recidiverisico als gemiddeld wordt ingeschat. Geadviseerd wordt om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht bij de reclassering en een ambulante behandeling.
Straf
De rechtbank heeft bij het bepalen van de soort en zwaarte van de op te leggen straf acht geslagen op de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Strafinhoud (LOVS). Die noemen voor het begaan van openlijke geweldpleging met lichamelijk letsel ten gevolge als oriëntatiepunt een taakstraf van 150 uur. Voor zover het feit is begaan tegen een functionaris in het openbaar vervoer kan de in het oriëntatiepunt genoemde straf worden verhoogd met 33% tot 100%.
De officier van justitie heeft het opleggen van een fors hogere straf, namelijk een gevangenisstraf van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk, gevorderd. Naar het oordeel van de rechtbank is het echter niet opportuun om aan de verdachte een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelet op zijn jonge leeftijd, zijn persoonlijke omstandigheden en de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. Aan de verdachte zal daarom een gevangenisstraf worden opgelegd voor de duur van 93 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Met de voorwaardelijke gevangenisstraf wil de rechtbank een flinke stok achter de deur creëren, zodat hij niet nogmaals de fout in gaat. Aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf zullen de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden. Gelet op de aard en de ernst van het feit acht de rechtbank het passend en geboden dat aan de verdachte daarnaast een forse taakstraf wordt opgelegd. Alles overwegend zal de rechtbank de verdachte een taakstraf opleggen van 180 uren.
7Bijkomende straf
De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een schroevendraaier (PL1100-2023198027-1525434) dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat
het bewezen verklaarde feit met betrekking tot dat voorwerp, dat aan de verdachte toebehoort, is begaan.
8Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
Immateriële schade
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.500,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
De officier van justitie heeft gevorderd deze vordering hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft geen verweer gevoerd.
De rechtbank is van oordeel dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het bewezen verklaarde feit. Vergoeding van de schade komt de rechtbank billijk voor gelet op de onderbouwing van de vordering en de toelichting daarop op de zitting. Er is sprake van een aantasting van de persoon op een andere wijze, zoals bedoeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek. De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 september 2023 tot aan de dag van volledige betaling.
De verdachte is voor de schade naar burgerlijk recht met zijn medeverdachte hoofdelijk aansprakelijk.
Dictum
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 93 (drieënnegentig) dagen.
Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 90 (negentig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.
Stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- meldplicht bij de reclassering
De verdachte meldt zich bij Reclassering Nederland op het adres Drechterwaard 102 te Alkmaar. De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
- ambulante behandeling
De verdachte laat zich onderzoeken door de GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering Indien uit de diagnostiek naar voren komt dat er behandeling nodig is, dient de verdachte hier aan mee te werken. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van
medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 180 (honderdtachtig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd:
1. STK Schroevendraaier (PL1100-2023198027-1525434)
Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 1] geleden schade tot een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 september 2023 tot aan de dag van volledige betaling, aan [benadeelde 1] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Veroordeelt de verdachte hoofdelijk in de kosten door de benadeelde partij [benadeelde 1] gemaakt, tot op heden begroot op € 59,22 (zegge: negenenvijftig euro en tweeëntwintig cent), en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
Bepaalt dat indien genoemde bedragen geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [benadeelde 1] hoofdelijk de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 2.500,- (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2023 tot aan de dag van volledige betaling. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partij [benadeelde 1] en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.
Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij [benadeelde 1] in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 1].
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
C.W.M. Giesen, voorzitter,
M. Rigter en S. van Excel, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier M. van Splunter,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 mei 2024.
Bijlage
De bewijsmiddelen
De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.
De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting
De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 23 april 2024 heeft afgelegd, houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in.
Ik was op 13 september 2023 in de trein aanwezig. Ik heb met de conducteur gevochten. Ik had een schroevendraaier in de trein gevonden.
Een proces-verbaal van aangifte (pagina 9 e.v.). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 13 september 2023 door aangever [benadeelde 1] ten overstaan van verbalisant [verbalisant 1] afgelegde verklaring:
Op woensdag 13 september 2023 om 15:50 uur was ik aan het werk als conducteur bij de Nederlandse Spoorwegen. We zouden elk moment aankomen bij station Schagen, dus moest voorkomen worden dat ze (de rechtbank begrijpt: de twee jongens) weggingen. Ik heb toen jongen 1 vastgepakt. Toen ik dit deed kwam hij met zijn hoofd naar mijn linkerhand toe. Ik zag en ik voelde dat hij in mijn hand beet. Ik voelde dat hij met kracht beet, dit deed pijn. Uit reactie hierop trok ik mijn hand terug. Ik wilde hem vervolgens weer vastpakken. Ik zag toen dat jongen 2 met iets in zijn hand stekende bewegingen maakte naar mij toe. Ik denk dat hij een schroevendraaier of een priem vast had. Dit wilde ik afweren door mijn linkerhand voor mij te houden. Hierbij ben ik in mijn linkerhand gestoken. Ik zag dat jongen 2 mij in mijn hand stak met een voorwerp. Ik voelde direct een stevige pijn in mijn hand, waardoor ik hem direct terug trok.
Een proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever (pagina 12 e.v.).