Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-04-12
ECLI:NL:RBNHO:2024:4242
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,412 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/350498 / FA RK 24-1416
beschikking van de enkelvoudige kamer van 12 april 2024,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. P.J. van de Pol, kantoorhoudende te Haarlem.
1Procedure
1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 maart 2024, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn onder andere de volgende bijlagen gevoegd:
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 maart 2024;
de medische verklaring van 20 maart 2024;
een eigen plan van aanpak van 28 februari 2024;
het zorgplan van 14 februari 2024.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 april 2024, op het huisadres van betrokkene.
1.4.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[casemanager tevens verpleegkundige] , casemanager tevens verpleegkundige;
de partner van betrokkene.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een eetstoornis. Daarnaast is eerder de diagnose PTSS en een depressieve stoornis vastgesteld. Vaststaat dat deze psychische stoornis ernstig nadeel veroorzaakt.2.2. Door en namens betrokkene is tijdens de mondelinge behandeling verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat het op dit moment beter met betrokkene gaat en zij zelfstandig in de thuissituatie een aantal kilo’s is aangekomen. Daarnaast is sprake van ziekte-besef en is betrokkene vrijwillig in behandeling bij de GGZ.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de casemanager toegelicht dat de behandeling van de psychische problematiek sinds de aanvraag van de zorgmachtiging beter verloopt, omdat betrokkene een aantal kilo’s is aangekomen. Dit heeft zij op eigen kracht gedaan. Tijdens eerdere opnames is het niet gelukt om aan te komen. De situatie omtrent het gewicht van betrokkene blijft echter zorgelijk en daarnaast gaat er veel veranderen in de thuissituatie van betrokkene. Een zorgmachtiging kan als vangnet dienen voor situaties dat betrokkene door een laag gewicht in levensgevaar komt. Het klopt dat zij vrijwillig meewerkt met de GGZ. De psychische problematiek kon alleen steeds niet behandeld worden omdat het gewicht te laag was.
2.4.
De rechtbank overweegt dat ter zitting is gebleken dat betrokkene op vrijwillige basis mee wil blijven werken met haar behandeling en ook achter de behandeling staat. Daarnaast is het betrokkene in de thuissituatie gelukt om zelfstandig een aantal kilo’s aan te komen, waardoor het contact met de behandelaren beter is geworden en de psychische problematiek behandeld kan worden. Gelet op het voorgaande is er op dit moment geen sprake van verzet, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Beek, rechter, in tegenwoordigheid van mr. N.L. de Groot als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 april 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/350498 / FA RK 24-1416
beschikking van de enkelvoudige kamer van 12 april 2024,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. P.J. van de Pol, kantoorhoudende te Haarlem.
1Procedure
1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 maart 2024, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn onder andere de volgende bijlagen gevoegd:
de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 maart 2024;
de medische verklaring van 20 maart 2024;
een eigen plan van aanpak van 28 februari 2024;
het zorgplan van 14 februari 2024.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 april 2024, op het huisadres van betrokkene.
1.4.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[casemanager tevens verpleegkundige] , casemanager tevens verpleegkundige;
de partner van betrokkene.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een eetstoornis. Daarnaast is eerder de diagnose PTSS en een depressieve stoornis vastgesteld. Vaststaat dat deze psychische stoornis ernstig nadeel veroorzaakt.2.2. Door en namens betrokkene is tijdens de mondelinge behandeling verzocht om het verzoek af te wijzen, omdat het op dit moment beter met betrokkene gaat en zij zelfstandig in de thuissituatie een aantal kilo’s is aangekomen. Daarnaast is sprake van ziekte-besef en is betrokkene vrijwillig in behandeling bij de GGZ.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de casemanager toegelicht dat de behandeling van de psychische problematiek sinds de aanvraag van de zorgmachtiging beter verloopt, omdat betrokkene een aantal kilo’s is aangekomen. Dit heeft zij op eigen kracht gedaan. Tijdens eerdere opnames is het niet gelukt om aan te komen. De situatie omtrent het gewicht van betrokkene blijft echter zorgelijk en daarnaast gaat er veel veranderen in de thuissituatie van betrokkene. Een zorgmachtiging kan als vangnet dienen voor situaties dat betrokkene door een laag gewicht in levensgevaar komt. Het klopt dat zij vrijwillig meewerkt met de GGZ. De psychische problematiek kon alleen steeds niet behandeld worden omdat het gewicht te laag was.
2.4.
De rechtbank overweegt dat ter zitting is gebleken dat betrokkene op vrijwillige basis mee wil blijven werken met haar behandeling en ook achter de behandeling staat. Daarnaast is het betrokkene in de thuissituatie gelukt om zelfstandig een aantal kilo’s aan te komen, waardoor het contact met de behandelaren beter is geworden en de psychische problematiek behandeld kan worden. Gelet op het voorgaande is er op dit moment geen sprake van verzet, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor verplichte zorg. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. van Beek, rechter, in tegenwoordigheid van mr. N.L. de Groot als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2024.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 25 april 2024.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.