Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-04-24
ECLI:NL:RBNHO:2024:3905
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
2,417 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 10929605 \ CV EXPL 24-465
Uitspraakdatum: 24 april 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Basic-Fit Nederland B.V., handelend onder de naam [bedrijf]
gevestigd te Hoofddorp
de eisende partij
verder te noemen: Basic-Fit
gemachtigde: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2]
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
Basic-Fit heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
Basic-Fit vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 386,51, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 329,89 vanaf 28 december 2023. Daarnaast vordert zij veroordeling van de gedaagde partij in de proceskosten.
Basic-Fit legt aan de vordering ten grondslag dat tussen partijen een dienstenovereenkomst bestond met betrekking tot een sportschoollidmaatschap en dat de gedaagde partij tekort is geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichting.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021.
Precontractuele informatieplichten
2.3.
Basic-Fit vindt dat zij heeft voldaan aan de hiervoor genoemde (pre)contractuele informatieplichten. Ter onderbouwing hiervan heeft zij onder meer schermafdrukken van het aanmeldproces, een voorbeeldbevestiging en schermafdrukken van het account van de gedaagde partij overgelegd, alles voorzien van een toelichting.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat Basic-Fit voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de precontractuele informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 BW.
Contractuele informatieplichten
2.5.
Voor wat betreft de contractuele informatieplicht (artikel 6:230v lid 7 BW) heeft Basic-Fit niet voldoende gesteld en onderbouwd dat deze is nagekomen.
2.6.
Basic-Fit heeft hierbij verwezen naar een voorbeeldbestelbevestiging en schermafdrukken van het Mybasic-fit account van de gedaagde partij. Op basis van de overgelegde voorbeeldbestelbevestiging kan niet worden vastgesteld dat is voldaan aan artikel 6:230v lid 7 onder a BW. Daarvoor moet een aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging van Basic-Fit worden overgelegd die voldoet aan de eisen van dat artikel. Dat wil zeggen een concrete, daadwerkelijk aan de gedaagde partij verzonden bestelbevestiging. Die ontbreekt in dit geval. Daar verbindt de kantonrechter echter geen gevolgen aan vanwege het volgende. Gegeven de toelichting van Basic-Fit op het Mybasic-fit account van de gedaagde partij heeft Basic-Fit voldoende aannemelijk gemaakt dat dat account kan worden aangemerkt als een ‘duurzame gegevensdrager’ in de zin van de artikelen 6:230v lid 7 onder a en 6:230g lid 1 onder h BW. In het account is immers de bestelling terug te vinden, informatie over de bestelling wordt hierin toegankelijk gemaakt voor toekomstig gebruik en informatie blijft ongewijzigd. Bovendien heeft ieder lid, waaronder ook de gedaagde partij, als gevolg van het gesloten contract standaard een Mybasic-fit account, waarin hij de digitaal opgeslagen gegevens en de status van de overeenkomst zelf kan raadplegen.
2.7.
Basic-Fit heeft echter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat volledig is voldaan aan artikel 6:230v lid 7 BW. De door Basic-Fit overgelegde schermafdrukken van het account bevatten niet alle in artikel 6:230m lid 1 BW genoemde informatie. Informatie over de contactgegevens van Basic-Fit, de wijze van betaling en het herroepingsrecht ontbreekt. Daarom is niet volledig voldaan aan artikel 6:230v lid 7 BW.
2.8.
De kantonrechter zal daarvoor een sanctie toepassen.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
Opzeggingsbeding: artikel 5 sub g algemene voorwaarden
2.9.
Uit de overlegde stukken blijkt dat op de overeenkomst de algemene voorwaarden van Basic-Fit van toepassing zijn verklaard. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Dit artikel is in het Nederlandse recht tot uitdrukking gebracht in artikel 6:233 onder a BW, waarin kort gezegd is bepaald dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak niet eerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen, ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak.
2.10.
Artikel 5 sub g van de algemene voorwaarden luidt als volgt:
“Als je ook nadat we je in gebreke hebben gesteld, niet aan je betalingsverplichting voldoet, dan ben je in verzuim. Op dat moment kunnen wij incassokosten in rekening brengen en kunnen wij de vordering uit handen geven. Ook kunnen we de overeenkomst met directe ingang beëindigen. Op dat moment ben je alle lidmaatschapsgelden verschuldigd die zouden moeten worden voldaan gedurende de looptijd van de overeenkomst plus de incassokosten die in rekening worden gebracht.”
2.11.
Op grond van voornoemd artikel kan Basic-Fit de overeenkomst met directe ingang beëindigen, indien de gedaagde partij niet aan zijn betalingsverplichting voldoet, terwijl deze wel alle lidmaatschapsgelden voor de resterende looptijd van de overeenkomst verschuldigd is. De kantonrechter heeft op 13 maart 2024 in een andere uitspraak geoordeeld dat dit beding oneerlijk is. Basic-Fit heeft in de dagvaarding geen argumenten aangevoerd waardoor de kantonrechter tot een ander oordeel zou moeten komen. De kantonrechter blijft dan ook bij haar oordeel dat het beding oneerlijk is. Ook als Basic-Fit de overeenkomst niet direct heeft beëindigd maar pas tegen het einde van de contractsdatum (10 december 2023) en dat het lid tot dat moment gebruik mocht maken van de faciliteiten van Basic-Fit, is het beding oneerlijk. Basic-Fit zou namelijk op grond van dit beding wel over kunnen gaan tot onmiddellijke beëindiging bij enige tekortkoming van de consument. De kantonrechter vernietigt daarom dit beding voor zover dat ziet op de beëindiging van de overeenkomst.
2.12.
Basic-Fit heeft gesteld dat het abonnement vroegtijdig is beëindigd door de schuld van de gedaagde partij. De kantonrechter begrijpt dat Basic-Fit de overeenkomst heeft opgezegd omdat de gedaagde partij niet betaalde. Hoewel dit niet door Basic-Fit is gesteld, leidt de kantonrechter uit productie 5 af dat de opzegdatum van de overeenkomst 3 maart 2023 is. Als gevolg van de vernietiging van artikel 5 sub g van de algemene voorwaarden kan Basic-Fit niet op die grond de betaling van de resterende termijnen over de periode 3 maart 2023 tot 10 december 2023 vorderen. Dit leidt ertoe dat Basic-Fit de betaling van die termijnen ook niet op een andere rechtsgrond kan vorderen. Daarbij weegt ook mee dat Basic-Fit gedurende die periode haar eigen verplichtingen heeft opgeschort. Dat deel van de vordering zal dus worden afgewezen. De gevorderde achterstallige maandtermijnen tot 3 maart 2023 zijn in beginsel wel toewijsbaar.
Wat is toewijsbaar?
2.13.
De kosten van het abonnement bedragen € 29,99 per maand. De startdatum van de overeenkomst is 11 december 2022. De gedaagde partij is de kosten voor het lidmaatschap verschuldigd van 11 december 2022 tot 3 maart 2023.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 22 mei 2024 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten zoals is overwogen in r.o. 2.13.;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Hoge Raad 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677, te vinden op rechtspraak.nl
Rechtbank Noord-Holland 13 maart 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:2661, te vinden op rechtspraak.nl