Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-15
ECLI:NL:RBNHO:2024:3232
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,752 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10745087 CV EXPL 23-3461
Uitspraakdatum: 15 februari 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
de stichting Stichting Zaandams Volkshuisvesting (ZVH)
te Zaandam
de eisende partij
gemachtigde: O.J. Boeder
tegen
1
[gedaagde 1]
2. [gedaagde 2]
te [plaats]
de gedaagde partijen, hierna te noemen gedaagde sub 1 en gedaagde sub 2 dan wel gezamenlijk de gedaagde partijen
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
Op 28 december 2023 heeft de kantonrechter een tussenvonnis gewezen en daarin de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bedingen in de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering. De eisende partij heeft vervolgens een akte genomen op 25 januari 2024.
2De verdere beoordeling
2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partijen tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partijen tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
Gedaagde sub 2
2.3.
De kantonrechter constateert op basis van de overgelegde huurovereenkomst dat alleen gedaagde sub 1 partij is bij de huurovereenkomst. De eisende partij heeft niet toegelicht op welke grond gedaagde sub 2 aansprakelijk zou zijn voor de huurbetaling en ook niet op welke grond de overige vorderingen jegens hem zouden moeten worden toegewezen. Ook de aanmaning van 12 september 2023 is alleen gericht aan gedaagde sub 1. Bij gebrek aan een (deugdelijke) grondslag voor toewijzing van de vorderingen ten aanzien van gedaagde sub 2 zullen de vorderingen jegens hem worden afgewezen.
Ambtshalve toetsing van:
Algemene Huurvoorwaarden Huurovereenkomst zelfstandige woonruimte (december 2020)
Buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten
2.4.
De eisende partij heeft in de akte gesteld dat artikel 6.1, artikel 13.2 in combinatie met artikel 13.1 en het boetebeding van artikel 15 van de algemene voorwaarden niet oneerlijk zijn. Volgens de eisende partij zetten de dwingendrechtelijke verplichtingen met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten zoals gevorderd in de dagvaarding deze bedingen buiten werking, zodat er geen sprake is van nadeel of oneerlijke bedingen.
2.5.
De kantonrechter volgt dit betoog niet. Dat de eisende partij zich niet op beroept op voornoemde bepalingen in de algemene voorwaarden maar alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt is niet relevant, zie daarvoor ook r.o. 2.3 van het tussenvonnis. In de toelichting van de eisende partij ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van genoemde bedingen dan in het tussenvonnis. Onder verwijzing naar r.o. 2.9 en 2.10 van het tussenvonnis vernietigt de kantonrechter de bedingen in artikel 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op rente en buitengerechtelijke kosten. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
Huurachterstand
2.6.
Gedaagde partij sub 1 moet de huurachterstand betalen. Ten tijde van het uitbrengen van de dagvaarding bedroeg de huurachterstand tot en met oktober 2023 € 3.774,13. Dit bedrag is toewijsbaar.
Ontbinding, ontruiming en gebruiksvergoeding
2.7.
De gevorderde ontbinding, ontruiming en gebruiksvergoeding zijn ook toewijsbaar ten aanzien van gedaagde sub 1, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. Er is sprake van een huurachterstand van meer dan drie maanden.
2.8.
Gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij sub 1 wordt de ontruimingstermijn gesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
Conclusie
2.9.
De vordering wordt gedeeltelijk toegewezen.
2.10.
De gedaagde partij sub 1 wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het nemen van de akte blijven voor de eisende partij omdat het aan haar te wijten was dat het nodig was om deze te nemen. Ten aanzien van de gedaagde partij sub 2 zal de eisende partij worden veroordeeld in de proceskosten, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten zullen worden begroot op nihil.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
ontbindt de tussen de eisende partij en gedaagde sub 1 bestaande huurovereenkomst;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij sub 1 om het perceel aan de [adres] te ([postcode]) [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken (voor zover deze laatste niet het eigendom van de eisende partij zijn) en onder afgifte van de sleutels aan de eisende partij;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij sub 1 om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 3.774,13 aan achterstallige huurpenningen;
3.4.
veroordeelt de gedaagde partij sub 1 om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 798,96 per maand, voor iedere maand dat de gedaagde partij sub 1 het gehuurde vanaf 1 november 2023 in gebruik houdt;
3.5.
veroordeelt de gedaagde partij sub 1 in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 130,32 wegens dagvaardingskosten,
€ 487,00 wegens griffierecht en
€ 271,00 wegens salaris gemachtigde;
3.6.
veroordeelt de eisende partij in de proceskosten van de gedaagde partij sub 2, tot op heden begroot op nihil;
3.7.
verklaart de veroordelingen in 3.2 tot en met 3.6. uitvoerbaar bij voorraad;
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter