Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-03-21
ECLI:NL:RBNHO:2024:2718
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Verstek
1,116 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 10806556 \ CV EXPL 23-3873
Uitspraakdatum: 21 maart 2024
Verstekvonnis in de zaak van:
Stichting Zaandams Volkshuisvesting (ZVH)
te Zaandam
de eisende partij
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1De verdere procedure
1.1.
Bij tussenvonnis van 11 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de
kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van bepaalde bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. De eisende partij heeft geen akte genomen.
2De vordering
2.1.
De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van de huurachterstand, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.
3De verdere beoordeling
3.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Er bestaat geen aanleiding om daarop terug te komen.
3.2.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter de artikelen 6.1, 13.1 en 13.2 van de algemene voorwaarden voor zover deze betrekking hebben op buitengerechtelijke incassokosten en rente. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Ontbinding, ontruiming, huurachterstand en gebruiksvergoeding
3.3.
De vordering wordt voor het overige toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De huurachterstand tot en met november 2023 bedraagt € 1.942,10. De ontruimingstermijn wordt gelet op de ingrijpende gevolgen voor de gedaagde partij vastgesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
3.4.
De gedaagde partij wordt overwegend in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld.
Dictum
De kantonrechter:
4.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij om het perceel aan de [adres] [plaats] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken (voor zover deze laatste niet het eigendom van de eisende partij zijn) en dit met afgifte van de sleutels en hetgeen daartoe verder behoort ter beschikking van de eisende partij te stellen;
4.3.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 1.942,10 aan achterstallige huurpenningen (tot en met november 2023);
4.4.
veroordeelt de gedaagde partij om aan de eisende partij te betalen een bedrag van € 578,10 per maand, voor iedere maand dat de gedaagde partij het gehuurde vanaf 1 december 2023 in gebruik houdt;
4.5.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:
€ 129,73 wegens dagvaardingskosten,
€ 365,00 wegens griffierecht en
€ 204,00 wegens salaris gemachtigde;
4.6.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter