Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-02-14
ECLI:NL:RBNHO:2024:1616
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,736 tokens
Dictum
[klager],
[geboortedatum],
voor deze zaak woonplaats kiezend op het kantoor van mr. B. Helmich,
advocaat te Lelystad, (Zilverparkkade 85, 8232 WK Lelystad),
en
Hiltermann Lease B.V.,
gevestigd aan de Saffierlaan 3, 2132 VZ Hoofddorp,
hierna te noemen: de klaagsters.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 20 november 2023 onder [beslagene] in beslag is genomen een personenauto ([kenteken]) ten behoeve van de verbeurdverklaring. Hiltermann Lease B.V. is juridisch eigenaar van het voertuig door middel van een verstrekkingsvoorbehoud. [klager] heeft het voertuig onder zich door middel van financial lease. Dat contract loopt nog tot 5 mei 2026.
Tegen [beslagene] bestaat de verdenking dat hij heeft gereden in het voertuig met een ongeldig verklaard rijbewijs. Hij is de schoonzoon van klaagster [klager].
Procedure
Het klaagschrift van [klager] is op 14 december 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Daarnaast is het klaagschrift van Hiltermann Lease B.V. op 26 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 14 februari 2024 de klaagschriften in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de klaagster ([klager]), de advocaat, mr. B. Helmich voornoemd, en de officier van justitie op zitting gehoord.
De klaagster Hiltermann Lease B.V. is na schriftelijke mededeling niet verschenen. De belanghebbende dhr. [beslagene] is tevens niet verschenen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.
De klaagster ([klager]) is in de gelegenheid gesteld het klaagschrift nader toe te lichten. Die toelichting komt er – kort samengevat – op neer dat zij haar auto heeft uitgeleend aan haar zwangere dochter, waarna haar schoonzoon zonder haar medeweten en toestemming in de auto is gaan rijden. Klaagster heeft de auto nodig om haar werk uit te voeren. Het is een bestelbus en klaagster heeft een vloerverwarmingsbedijf. Klaagster voert aan dat het buiten haar schuld ligt dat het voertuig in beslag is genomen en dat het persoonlijk belang moet prevaleren boven het strafvorderlijk belang.
Klaagster Hiltermann Lease B.V. heeft meegedeeld het contract te zullen ontbinden en de auto te zullen ophalen, als het voertuig niet aan klaagster zal worden teruggegeven.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie geeft aan dat zij zich gelet op de verklaring ter zitting niet langer verzet tegen teruggave van het voertuig aan klaagster, [klager], en eist dat het klaagschrift gegrond zal worden verklaard. De auto heeft klaagster meegegeven aan haar dochter en niet aan haar schoonzoon. Het is weliswaar meerdere keren voorgekomen dat de schoonzoon zonder rijbewijs in de auto van klaagster heeft gereden, maar er is slechts één keer eerder aan haar meegedeeld dat haar schoonzoon zonder rijbewijs in haar auto heeft gereden. De persoonlijke omstandigheden prevaleren boven het strafvorderlijk belang. Handhaving van het beslag zou een te zware consequentie zijn.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. De klaagsters zijn daarom ontvankelijk in hun beklag.
De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet (langer) verzet tegen opheffing van het beslag op de auto en dat de auto kan worden teruggegeven aan [klager]. Volgens art. 116, eerste lid, Sv doet het openbaar ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Indien het openbaar ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in art. 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van de strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, dient de rechter zonder zelf in een beoordeling van dat punt te treden, dat standpunt te volgen en het klaagschrift gegrond te verklaren.
Hoofdregel is dan dat het beslagen voorwerp wordt teruggegeven aan, in dit geval [klager], omdat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt rechthebbende te zijn van de inbeslaggenomen auto. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en teruggave aan [klager] gelasten van dit voorwerp.
Omdat de rechtbank heeft besloten tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan [klager], dient het beklag van Hiltermann Lease B.V. ongegrond te worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het beklag van klaagster, [klager], gegrond.
De rechtbank verklaart het beklag van klaagster, Hiltermann Lease B.V., ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. E. Saelens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.
Zie: Hoge Raad 25-11-2014, ECLI:NL:HR:2914:3424
Dictum
[klager],
[geboortedatum],
voor deze zaak woonplaats kiezend op het kantoor van mr. B. Helmich,
advocaat te Lelystad, (Zilverparkkade 85, 8232 WK Lelystad),
en
Hiltermann Lease B.V.,
gevestigd aan de Saffierlaan 3, 2132 VZ Hoofddorp,
hierna te noemen: de klaagsters.
Feiten
Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 20 november 2023 onder [beslagene] in beslag is genomen een personenauto ([kenteken]) ten behoeve van de verbeurdverklaring. Hiltermann Lease B.V. is juridisch eigenaar van het voertuig door middel van een verstrekkingsvoorbehoud. [klager] heeft het voertuig onder zich door middel van financial lease. Dat contract loopt nog tot 5 mei 2026.
Tegen [beslagene] bestaat de verdenking dat hij heeft gereden in het voertuig met een ongeldig verklaard rijbewijs. Hij is de schoonzoon van klaagster [klager].
Procedure
Het klaagschrift van [klager] is op 14 december 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Daarnaast is het klaagschrift van Hiltermann Lease B.V. op 26 januari 2024 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
De rechtbank heeft op 14 februari 2024 de klaagschriften in openbare raadkamer behandeld.
De rechtbank heeft de klaagster ([klager]), de advocaat, mr. B. Helmich voornoemd, en de officier van justitie op zitting gehoord.
De klaagster Hiltermann Lease B.V. is na schriftelijke mededeling niet verschenen. De belanghebbende dhr. [beslagene] is tevens niet verschenen.
Beklag
Het beklag strekt tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp.
De klaagster ([klager]) is in de gelegenheid gesteld het klaagschrift nader toe te lichten. Die toelichting komt er – kort samengevat – op neer dat zij haar auto heeft uitgeleend aan haar zwangere dochter, waarna haar schoonzoon zonder haar medeweten en toestemming in de auto is gaan rijden. Klaagster heeft de auto nodig om haar werk uit te voeren. Het is een bestelbus en klaagster heeft een vloerverwarmingsbedijf. Klaagster voert aan dat het buiten haar schuld ligt dat het voertuig in beslag is genomen en dat het persoonlijk belang moet prevaleren boven het strafvorderlijk belang.
Klaagster Hiltermann Lease B.V. heeft meegedeeld het contract te zullen ontbinden en de auto te zullen ophalen, als het voertuig niet aan klaagster zal worden teruggegeven.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie geeft aan dat zij zich gelet op de verklaring ter zitting niet langer verzet tegen teruggave van het voertuig aan klaagster, [klager], en eist dat het klaagschrift gegrond zal worden verklaard. De auto heeft klaagster meegegeven aan haar dochter en niet aan haar schoonzoon. Het is weliswaar meerdere keren voorgekomen dat de schoonzoon zonder rijbewijs in de auto van klaagster heeft gereden, maar er is slechts één keer eerder aan haar meegedeeld dat haar schoonzoon zonder rijbewijs in haar auto heeft gereden. De persoonlijke omstandigheden prevaleren boven het strafvorderlijk belang. Handhaving van het beslag zou een te zware consequentie zijn.
Beoordeling
De rechtbank is bevoegd.
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. De klaagsters zijn daarom ontvankelijk in hun beklag.
De officier van justitie heeft ter zitting verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet (langer) verzet tegen opheffing van het beslag op de auto en dat de auto kan worden teruggegeven aan [klager]. Volgens art. 116, eerste lid, Sv doet het openbaar ministerie de inbeslaggenomen voorwerpen teruggeven aan de beslagene zodra het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet. Indien het openbaar ministerie bij de behandeling van een beklag als bedoeld in art. 552a Sv te kennen geeft van oordeel te zijn dat het belang van de strafvordering zich niet meer tegen de gevraagde teruggave verzet, dient de rechter zonder zelf in een beoordeling van dat punt te treden, dat standpunt te volgen en het klaagschrift gegrond te verklaren.
Hoofdregel is dan dat het beslagen voorwerp wordt teruggegeven aan, in dit geval [klager], omdat zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt rechthebbende te zijn van de inbeslaggenomen auto. De rechtbank zal het beklag gegrond verklaren en teruggave aan [klager] gelasten van dit voorwerp.
Omdat de rechtbank heeft besloten tot teruggave van de inbeslaggenomen auto aan [klager], dient het beklag van Hiltermann Lease B.V. ongegrond te worden verklaard.
Dictum
De rechtbank verklaart het beklag van klaagster, [klager], gegrond.
De rechtbank verklaart het beklag van klaagster, Hiltermann Lease B.V., ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door
mr. L.J. Saarloos, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. E. Saelens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.
Zie: Hoge Raad 25-11-2014, ECLI:NL:HR:2914:3424