Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-07-31
ECLI:NL:RBNHO:2024:14284
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,541 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/345747 / JU RK 23-1679
Datum uitspraak:31 juli 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Jeugdbescherming Regio Amsterdam te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] ,
advocaat mr. D.J. Klock te Haarlem,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. A.E. Muller te Haarlem,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] , [land] .
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- de beschikking van 21 mei 2024;
de update (samenvatting en conclusie ten behoeve van de zitting 21 mei 2024 aangehouden deel OTS en MUHP) van de GI met bijlagen van 21 mei 2024;
de update (gezinsplan ten behoeve van zitting 31 juli 2024 aangehouden deel OTS en MUHP) van de GI met bijlagen van 24 juli 2024.
1.2.
Op 31 juli 2024 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling van de zaak met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- [de minderjarige] , die apart is gehoord, met haar advocaat;
de moeder met haar advocaat;
[vertegenwoordiger van de GI] namens de GI.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
Feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft sinds november 2023 bij haar moeder, na een verblijf vanaf januari 2023 in de accommodatie van een jeugdhulpaanbieder de [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] in [plaats] .
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 december 2022 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is verlengd en duurt voort tot 5 augustus 2024.
2.4.
Bij beschikking van 21 december 2022 is een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie 24-uur jeugdhulp tot 21 juni 2023. Op 5 december 2023 is opnieuw een machtiging verleend om [de minderjarige] uit huis te plaatsen en deze machtiging is verlengd en duurt voort tot 5 augustus 2024.
3Het verzoek
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] voor de duur van een jaar. Thans is nog aan de orde de aangehouden vier maanden van de verzoeken van de GI, te weten tot 21 december 2024 (de ondertoezichtstelling) resp. 5 december 2024 (de machtiging uithuisplaatsing).
3.2.
Ter onderbouwing van het verzoek heeft de GI naar voren gebracht dat er sinds de zitting van 21 mei 2024 naar een nieuwe plek op maat voor [de minderjarige] is gezocht. Uiteindelijk is [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] bereid gevonden om op korte termijn een plek te creëren voor [de minderjarige] . De GI heeft goede ervaring met [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] , zij hebben een stabiel team en vaste begeleiders die eerder met jongeren hebben gewerkt die dezelfde constructie nodig hebben als [de minderjarige] . Deze plek zal naar verwachting in de tweede week van augustus 2024 vrij komen. [de minderjarige] heeft inmiddels kennis gemaakt met de gedragsdeskundige en een mentor/begeleider. Het kennismakinggesprek verliep erg positief. [de minderjarige] zat er blij en ontspannen bij. Met de ouders zal er ook een kennismakingsgesprek plaats vinden. Er zal ook goed nagedacht worden over wat werkt voor [de minderjarige] en hoe de begeleiding daarop in te zetten. Er zal gezocht worden naar voldoende afstand vs. nabijheid in de begeleiding, maar ook naar wat [de minderjarige] allemaal kan. Daarnaast zal er met [de minderjarige] gesproken worden en zullen afspraken gemaakt worden over wat te doen als het even niet goed gaat en hoe haar te helpen met betrekking tot haar boosheid. [de minderjarige] begrijpt dit goed en wil graag meedenken om een plan te maken zodat het goed blijft gaan. De GI verzoekt om het resterende deel van de verzoeken toe te wijzen. De GI heeft de hoop dat de relatie tussen [de minderjarige] en haar ouders ook verbetert wanneer zij zelfstandig woont. [accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] hecht eraan om de komende tijd samen te werken met de GI om het proces goed te begeleiden. De gemeente zal op de achtergrond betrokken blijven zodat de plek van [de minderjarige] ook na haar 18de jaar veilig wordt gesteld. Een overdracht naar de gemeente is op dit moment nog niet passend.
4De standpunten
4.1.
[de minderjarige] heeft naar voren gebracht dat ze blij is met het huis dat voor haar is gevonden. Ze is er nog niet geweest omdat er nu nog iemand anders woont maar heeft wel al kennis gemaakt met de begeleider en gedragsdeskundige. [de minderjarige] denkt dat ze vanuit de rust van een eigen huis alles op een rijtje kan zetten en gaat er met vertrouwen in. Ze vindt het belangrijk dat er duidelijke (huis)afspraken met haar worden gemaakt. Verder vindt [de minderjarige] het belangrijk dat haar vrienden weten waar ze woont en dat ze langs kunnen komen. [de minderjarige] gaat volgend jaar de opleiding facilitair medewerker doen bij het ROC [ROC] in [plaats] , dat is in de buurt.
4.2.
De moeder is opgelucht dat er een plek voor [de minderjarige] is gevonden. Het is ook dubbel, want [de minderjarige] is nog maar 17, maar het lijkt een leuke plek voor haar. Het is een lang proces geweest en de moeder merkt dat [de minderjarige] meer zin heeft in het leven.
4.3.
De vader heeft in een e-mail aan de GI aangegeven dat hij achter de verzoeken staat.
Beoordeling
5.1.
Gelet op de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is de kinderrechter van oordeel dat de gronden voor een ondertoezichtstelling nog steeds aanwezig zijn. Hoewel het beter gaat sinds [de minderjarige] weet dat er een plek voor haar is gevonden vertoont zij nog steeds zelfbepalend gedrag en emotieregulatieproblemen. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen tot 5 december 2024.
5.2.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk om de plaatsing van [de minderjarige] bij de zojuist gevonden plek te waarborgen. Iedereen is enthousiast over deze plek en hiermee is tegemoet gekomen aan de luide en consistente wens van [de minderjarige] om op zichzelf te wonen. [de minderjarige] zal begeleiding krijgen, onder meer om beter om te leren gaan met haar boosheid. [de minderjarige] begrijpt dat zij deze begeleiding nodig heeft en staat hiervoor open. Voor [de minderjarige] is het heel belangrijk dat er duidelijke afspraken worden gemaakt zodat zij weet van haar wordt verwacht. Daarnaast dient de GI betrokken te blijven voor een overdracht naar de gemeente zodat [de minderjarige] ook na haar 18de op de gevonden plek kan blijven wonen. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengen tot 5 december 2024.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] tot 5 december 2024;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdaanbieder tot 5 december 2024;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2024 door mr. E.C.M. van Mierlo, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.E.J. van Schie als griffier, en op schrift gesteld op 8 augustus 2024.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Amsterdam .