Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-29
ECLI:NL:RBNHO:2024:14207
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Voorlopige voorziening
1,436 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 24/6373
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),
en
het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Zaffier, verweerder
(gemachtigde: mr. T. Beemsterboer).
Inleiding
In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de intrekking van zijn bijstandsuitkering.
Met het bestreden besluit van 2 september 2024 heeft verweerder het recht van verzoeker op bijstand op grond van de Participatiewet (PW) per 1 augustus 2024 ingetrokken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening ter treffen.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 29 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van verweerder.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling
1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
2. Verzoeker ontving sinds 10 oktober 2022 een uitkering van verweerder op grond van de PW. Naar aanleiding van een heronderzoek is een handhavingsonderzoek ingesteld, waaruit naar voren kwam dat verzoeker mogelijk een cryptorekening op zijn naam heeft staan. Verzoeker heeft op herhaalde verzoeken van verweerder geen overzicht van transacties en waarde van de cryptobeleggingen of een bewijsstuk dat de cryptorekening niet op zijn naam staat geleverd. Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft verweerder het recht op bijstand daarom per 1 augustus 2024 opgeschort. Ook de daarin gestelde termijn heeft verzoeker ongebruikt laten verstrijken. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.
3. Verzoeker voert aan dat hij keer op keer binnen zijn mogelijkheden naar eer en geweten alle beschikbare en verkrijgbare informatie heeft verstrekt. Uit het printscreen die bij het bezwaarschrift is gevoegd is volgens verzoeker op te maken dat hij niet meer informatie over dit cryptoaccount kan overleggen. Verweerder had zelf van de wettelijke mogelijkheid gebruik kunnen maken om informatie op te vragen bij de financiële ondernemingen. Het recht op bijstand had dan alsnog kunnen worden vastgesteld.
4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat verzoeker meermaals is gevraagd om gegevens over de cryptorekening. Die zijn niet vóór het besluit van 2 september 2024 geleverd. Uit het printscreen kan niet worden afgeleid op wiens naam het account staat, wat het saldo is en welke transacties hebben plaatsgevonden. Deze gegevens zijn nodig om het recht op uitkering vast te kunnen stellen. Het is aan verzoeker om deze gegevens te leveren.
5. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. In de bankafschriften die verzoeker heeft overgelegd zijn overschrijvingen naar een crypto-account (Bybit) te zien. Verweerder heeft ter zitting nader, met concrete feiten, toegelicht dat het niet mogelijk is geld over te maken naar een crypto-account van een ander en dat het crypto account wel van verzoeker zelf moet zijn. Het ter zitting ingenomen standpunt van verzoeker dat hij geen crypto-account heeft wordt daarom niet gevolgd. Van verzoeker mag worden verwacht dat hij de gevraagde gegevens kan leveren. Niet is gebleken dat hij daartoe niet in staat kan worden geacht. Het is daarom niet aan verweerder om zelf onderzoek in te stellen naar de overschrijvingen, zoals door verzoeker ter zitting werd geopperd.
6. Verweerder heeft zich gelet op het voorgaande vooralsnog terecht op het standpunt gesteld dat het recht op bijstand van verzoeker niet kan worden vastgesteld door het ontbreken van informatie over de crypto-rekening en -transacties. Hoewel het ontbreken van informatie niet in alle gevallen leidt tot de conclusie dat het recht niet is vast te stellen, geldt dat in dit geval wel, gelet op de forse bedragen die verzoeker heeft overgeschreven. De kans van slagen van het bezwaar is bij deze stand zaken daarom niet groot te achten.
7. De voorzieningenrechter ziet daarom geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
Conclusie
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de intrekking van de bijstand van verzoeker vooralsnog in stand blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 oktober 2024 door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.