Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-18
ECLI:NL:RBNHO:2024:13662
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
10,972 tokens
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11090053 \ CV EXPL 24-2799
Vonnis van 18 december 2024
in de zaak van
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen in enkelvoud te noemen: [eisers].,
gemachtigde: mr. J. Evers,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. M.B. van Munster.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord met producties,
- de akte van [eisers]. met aanvullende producties,
- de mondelinge behandeling van 5 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij beide partijen gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eisers]. is eigenaar van een woning aan de [adres] te [plaats 1] (hierna: de woning). De woning is in 2019 casco aan [eisers]. opgeleverd.
2.2.
Op 8 april 2019 is tussen partijen een overeenkomst tot aanneming van werk tot stand gekomen op grond waarvan [gedaagde] een verbouwing zou uitvoeren aan de binnenkant van de woning. De aanneemsom bedroeg € 341.312,66 inclusief btw. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 (hiena: AVA 2013) van toepassing verklaard.
2.3.
Op 6 augustus 2019 is [gedaagde] met de werkzaamheden gestart.
2.4.
Op 6 april 2020 heeft een vooroplevering plaatsgevonden waarbij [eisers]. alle punten heeft aangeduid die volgens hem nog niet akkoord waren.
2.5.
[eisers]. heeft Vereniging Eigen Huis (VEH) ingeschakeld om een opleveringskeuring uit te voeren. Deze keuring heeft plaatsgevonden op 10 april 2020. Door VEH worden 27 tekortkomingen in het werk van [gedaagde] geconstateerd. Op de laatste pagina van het keuringsrapport staat: De contractpartij verklaart zich akkoord met de in dit proces-verbaal geregistreerde gegevens. Tevens verklaart de contractspartij dat hij bovenstaande tekortkomingen binnen de in de contractstukken bepaalde periode zal hebben hersteld. Indien en voor zover de contractstukken geen periode voorschrijven, zullen de genoemde tekortkomingen onverwijld, maar uiterlijk binnen 3 maanden na heden worden hersteld”. Zowel [gedaagde] als [eisers] hebben deze pagina van het rapport ondertekend.
2.6.
Met ingang van 23 april 2020 woont [eisers]. in de woning.
2.7.
Nadien hebben partijen gecorrespondeerd over de afhandeling van een aantal tekortkomingen. [gedaagde] heeft daarbij diverse werkzaamheden in de woning verricht.
2.8.
Op 22 juli 2020 heeft [eisers]. de eindfactuur van [gedaagde] betaald. Daarop is na overleg tussen partijen, een korting van € 6.068,57 toegepast.
2.9.
In de periode januari tot en met mei 2021 hebben partijen wederom contact gehad over een aantal tekortkomingen in het werk. [gedaagde] heeft in januari/februari 2021 werkzaamheden verricht in de woning.
2.10.
Per brief van 6 september 2021 heeft [eisers]. aan [gedaagde] laten weten dat zij nog steeds wacht op de uitvoering van een aantal werkzaamheden in de woning. Diezelfde maand heeft [gedaagde] een lekkage in de woning verholpen.
2.11.
In oktober 2021 heeft [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) het leidingtracé geïnspecteerd op herstelkwaliteit en de omvang van de opgetreden gevolgschade van de lekkage in kaart gebracht. De schimmel- en zwamvorming is verwijderd door een gespecialiseerd schimmelbestrijdingsbedrijf.
2.12.
Per brief van 26 maart 2022 heeft (de gemachtigde van) [eisers]. [gedaagde] ten aanzien van 19 “openstaande punten en gebreken” in gebreke gesteld en gesommeerd om deze punten binnen dertig dagen kosteloos te herstellen.
2.13.
Op 31 oktober 2022 heeft Top Expertise in opdracht van [eisers]. een onderzoek uitgevoerd naar gebreken in de woning. Bij dat onderzoek was ook [gedaagde] aanwezig.
2.14.
Op 14 maart 2023 heeft Top Expertise haar definitieve rapport aan (de gemachtigde van) [eisers]. toegestuurd. Top Expertise concludeert daarin dat sprake is van elf gebreken in de woning die voor rekening van [gedaagde] komen. De kosten van herstel daarvan worden door Top Expertise begroot op € 5.266,50.
2.15.
Per brief van 13 april 2023 heeft (de gemachtigde van) [eisers]. het rapport van Top Expertise toegestuurd aan [gedaagde]. De brief vermeldt dat [eisers]. in plaats van nakoming van de overeenkomst vervangende schadevergoeding wil ontvangen en dat [eisers]. betaling vordert van € 10.862,80. In de brief staat voor zover van belang:(…) Op 26 maart 2022 heb ik [gedaagde] namens cliënten in gebreke gesteld ten aanzien van diverse gebreken. Vervolgens heeft nadere correspondentie tussen partijen plaatsgevonden en is [gedaagde] op 11 mei 2022 op locatie geweest om de gebreken te bekijken. Bij brief van 23 juni 2022 is [gedaagde] voor de laatste maal in de gelegenheid gesteld om tot herstel van de gebreken over te gaan. Vanwege de zomervakantie is deze termijn verlengd tot 15 september 2022. [gedaagde] heeft enkel het schilderwerk dat gebrekkig was vanwege een lekkage nogmaals uitgevoerd. (…) [gedaagde] heeft – hoewel daartoe meerdere malen in de gelegenheid gesteld en met uitzondering van het schilderwerk in verband met de lekkage – geen deugdelijk herstel uitgevoerd. Derhalve is [gedaagde] in verzuim ingevolge artikel 6:81 BW ten aanzien van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst.(…) Vervolgens hebben cliënten een onafhankelijke deskundige ingeschakeld om de situatie te beoordelen. Op 31 oktober 2022 heeft het deskundigenonderzoek plaatsgevonden waarbij ook [gedaagde] aanwezig was in het kader van hoor en wederhoor. (…)De deskundige heeft bevestigd dat er sprake is van een aantal gebreken:
• de standleiding van de riolering van de hoofdbadkamer op de eerste verdieping dient gevuld te worden met isolerende vlokken (punt 1);
• De scharnieren in een deur van Exclusive Steel dienen vervangen te worden. Dit is tot op heden nog steeds niet gebeurd (punt 5);
• De deskundige heeft geconstateerd dat op diverse plaatsen het stucwerk niet vlak is aangebracht en niet voldoet aan de oppervlakte beoordelingscriteria voor stukadoorswerk (punt 6);
• Twee plinten in de keuken zijn los. Dit voldoet niet aan de redelijk te stellen eisen van goed en deugdelijk werk (punt 7);
• De afwerking van de nis voldoet niet aan de overeenkomst (punt 9);
• De vloer van het plateau boven de douche in de hoofdbadkamer is niet deugdelijk afgewerkt. Het hout zal naar het oordeel van de deskundige moeten worden bewerkt of afgewerkt, zodat het bestand is tegen vocht en schoongemaakt kan worden. Daarnaast moet het schilderwerk worden hersteld (punt 10);
• Het scharnier van de glazen douchedeur is buiten de wand geplaatst. Dit voldoet volgens de deskundige niet aan de redelijk te stellen eisen van goed en deugdelijk werk. Het scharnier moet alsnog vlak met de wand (zoals het scharnier aan de bovenzijde) geplaatst worden. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de glazen wand zullen ook aangepast moeten worden (punt 11);
• Wat betreft de openhaard stelt de deskundige dat het de verantwoordelijkheid van [gedaagde] was om een complete openhaard te leveren en te plaatsen (punt 13);
• De deskundige heeft geconstateerd dat slechts één van de schakelaars op de eerste verdieping functioneerde. Het betreft een gebrek dat verholpen dient te worden (punt 14);
• De lichtspot van de wc op de eerste etage is niet conform de tekening aangebracht. Het lichtpunt dient verplaatst te worden (punt 15);
• De nis boven het bad dient opnieuw geschilderd te worden
• De deskundige wijst erop dat de wand in de badkamer naast de douche met de juiste, schimmelwerende verf had moeten worden hersteld. De deskundige merkt op dat [gedaagde] niet kon aantonen dat dezelfde, schimmelwerende verf is gebruikt tijdens het herstel. De deskundige kan niet vaststellen welke verf is gebruikt (punt 18);
• De deskundige heeft geconstateerd dat de trap bij het bordes aan de rechterzijde niet is voorzien van een houten leuning, zoals wel het geval is op de overige delen van de trap. Op de tekening van de trap van leverancier Eestairs staat ook afgebeeld dat de balustrade daar ook voorzien had moeten worden van een leuning. Rondom het bevestigingspunt is het stucwerk losgekomen.
Geschil
3.1.
[eisers]. vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van:
primair
- € 9.616,50, te vermeerderen met wettelijke rente en € 883,63 aan buitengerechtelijke incassokosten;
subsidiair
- € 5.266,50, te vermeerderen met wettelijke rente en € 638,33 aan buitengerechtelijke incassokosten;
zowel primair als subsidiair:
- € 1.246,30 en € 2.178,00 aan deskundigenkosten.
3.2.
[eisers]. legt aan de vordering (samengevat) ten grondslag dat [gedaagde] te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst. Volgens [eisers]. vertoont het werk van [gedaagde] c.s. een (groot) aantal gebreken. Omdat [gedaagde], ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet is overgegaan tot herstel daarvan, heeft [eisers]. zijn recht op nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Op grond van het rapport van Top Expertise bedragen de herstelkosten € 5.266,50. Omdat [gedaagde] die kosten zelf € 4.350,00 hoger heeft ingeschat, vordert [eisers]. primair betaling van € 9.616,50. Daarnaast maakt [eisers]. aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de onderzoeken van [bedrijf] en Top Expertise.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert (samengevat) aan dat [eisers]. de gestelde gebreken redelijkerwijs bij de oplevering had moeten en kunnen ontdekken. Omdat [eisers]. de gebreken toen niet heeft gemeld, is [gedaagde] daarvoor niet aansprakelijk. Ook binnen de onderhoudstermijn van 30 dagen heeft [eisers]. niet over de gebreken geklaagd. Verder heeft [eisers]. volgens [gedaagde] te lang met het instellen van de vordering gewacht, waardoor deze is vervallen en verjaard. Daarbij komt volgens [gedaagde] dat de gestelde gebreken geen werkelijke tekortkomingen zijn. Tevens betwist [gedaagde] dat zij in verzuim is. Ten slotte voert zij verweer tegen de hoogte van de vordering, onder meer omdat het primair gevorderde bedrag is gebaseerd op een evidente verschrijving van [gedaagde]. Daarnaast voert [gedaagde] verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en onderzoekskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Aansprakelijkheid voor gebreken na oplevering
4.1.
Artikel 7:758 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat de aannemer na de oplevering ontslagen is van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.
4.2.
[gedaagde] heeft terecht aangevoerd dat de oplevering van de werkzaamheden heeft plaatsgevonden op 10 april 2020. Op die datum vond de opleveringskeuring van VEH plaats en hebben beide partijen het opleveringsrapport ondertekend. De vraag die moet worden beantwoord is of [eisers]. op dat moment ook de gebreken waarvoor hij nu de herstelkosten vordert, redelijkerwijs had moeten en kunnen ontdekken. Wanneer dat het geval is, is [gedaagde] ontslagen van zijn aansprakelijkheid. Een inhoudelijke beoordeling van de gestelde gebreken kan dan achterwege blijven, evenals beantwoording van de vraag of een vervaltermijn is verstreken of de vordering is verjaard.
4.3.
Top Expertise heeft onderzoek gedaan naar de negentien “openstaande punten en gebreken” die [eisers]. in de brief van 26 maart 2022 heeft vermeld. Ten aanzien van elf van deze punten concludeert Top Expertise dat sprake is van een gebrek dat voor rekening van [gedaagde] komt. Ook geeft zij per punt een raming van de kosten van herstel. Het gaat om de volgende punten:- De standleiding van de riolering van de hoofdbadkamer op de eerste verdieping maakt een storend geluid (herstelkosten: € 1.000,00) (punt 1);
- Op de muren in het toilet is een zeer dunne stuclaag aangebracht (herstelkosten € 1.500,00) (punt 6);
- De plint bij de keukendeur en het kozijn rondom de deur bij de opbergruimte boven de wc laat steeds los (herstelkosten: € 50,00) (punt 7);
- De bodem van de nis in de keuken is niet deugdelijk afgewerkt (herstelkosten: € 200,00) (punt 9);
- De vloer van het plateau boven de douche in de hoofdbadkamer is niet deugdelijk afgewerkt (herstelkosten: € 450,00) (punt 10);
- De glazen douchedeur van de hoofdbadkamer staat scheef (herstelkosten: € 200,00) (punt 11);
- Een aantal vuurvaste stenen ontbreekt in de open haard (herstelkosten: € 100,00) (punt 13);
- De schakelaar 1A op de eerste verdieping is niet verbonden met spot 1A of defect (herstelkosten: € 100,00) (punt 14);
- Het plafond van de wc op de eerste etage is slecht afgewerkt en de plafondspot bevindt zich in een hoek in plaats van het midden (herstelkosten: € 450,00) (punt 15); - Er is een donkere streep ontstaan in het schilderwerk in de hoofdbadkamer over de gehele breedte in de nis boven het bad (herstelkosten: € 400,00) (punt 17);- De stalen trapophanging is zeer slordig bevestigd in het plafond. Het stucwerk eromheen laat los (herstelkosten: € 200,00) (punt 19).
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] ten aanzien van de punten 6, 9, 10, 13, 14 en 15 en 19 is ontslagen van haar aansprakelijkheid op grond van artikel 7:758 BW. Niet is gebleken dat [eisers]. specifiek deze punten bij de oplevering heeft gemeld aan [gedaagde]. Het betreffen echter stuk voor stuk gebreken die [eisers]. op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs had moeten en kunnen ontdekken. - Ten aanzien van de punten 6 en 15 geldt dat de afwerking van het plafond en de wanden in het toilet op de eerste verdieping zichtbaar zijn. Deze punten moeten bij de oplevering al aanwezig zijn geweest, zodat geen sprake is van verborgen gebreken. Ook voor de afwijkende positie van de plafondspot geldt dat dit is een duidelijk zichtbaar gebrek is. - Verder leidt de kantonrechter uit het rapport van Top Expertise af dat zowel de bodem van de nis in de keuken (punt 9) als het plateau in de badkamer (punt 10) kunnen worden waargenomen (al dan niet vanaf een ladder), zodat ook ten aanzien hiervan geldt dat [eisers]. hierover bij de oplevering had moeten klagen. - Ook het ontbreken van de vuurvaste stenen (punt 13) en het niet functioneren van een schakelaar (punt 14) betreffen gebreken die redelijkerwijs bij de oplevering ontdekt hadden moeten worden. - Dit laatste geldt ook voor punt 19. Uit het rapport van Top Expertise blijkt immers dat het kitwerk rondom het bevestigingspunt van de stalen trapophanging is losgekomen omdat het stucwerk rondom de bevestiging niet is gekit. [eisers]. heeft verklaard het plafond al was dichtgestuct voordat de trap was geplaatst. Het slordige kitwerk moet dan ook al bij de oplevering zichtbaar zijn geweest.Bij al het voorgaande speelt mee dat [eisers]. zich tijdens de oplevering heeft laten bijstaan door een deskundige van VEH. In het inspectierapport van VEH worden deze onderdelen niet als gebrek vermeld (en overigens is evenmin gebleken dat [eisers]. in de onderhoudstermijn van 30 dagen over deze onderdelen heeft geklaagd), zodat [eisers]. wordt geacht deze onderdelen van het werk te hebben geaccepteerd.
Geen gebreken
4.5.
Ten aanzien van de overige punten geldt dat, anders dan [gedaagde] heeft betoogd, niet kan worden gezegd dat [eisers]. deze op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De vordering van [eisers]. is echter toch niet toewijsbaar omdat niet is komen vast te staan dat deze onderdelen kwalificeren als een tekortkoming van [gedaagde] danwel dat [gedaagde] ten aanzien van het herstel in verzuim is komen te verkeren. Daarvoor is het volgende relevant, waarbij als uitgangspunt geldt dat het op de weg van [eisers]. die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde gebreken beroept, om die gebreken voldoende te onderbouwen.
4.6.
[eisers]. klaagt over een storende geluid van de standleiding van de riolering van de hoofdbadkamer (punt 1). Uit het rapport van Top Expertise blijkt dat de standleiding geïsoleerd is. Top Expertise concludeert uitsluitend op basis van haar ervaring dat dit niet toereikend is, en stelt dat uitgebreide geluidsmetingen moeten plaatsvinden om vast te stellen of deze vorm van isolatie voldoet. Daaruit blijkt dat niet zonder meer kan worden gesproken over een gebrek. Bovendien is dit punt in mei 2020 tussen partijen ter sprake is gekomen. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij toen heeft aangegeven het probleem te willen verhelpen en daartoe de benodigde materialen (isolatievlokken) te hebben aangeschaft. Zij heeft echter niet de gelegenheid gekregen om de werkzaamheden uit te voeren omdat [eisers]. de aanvankelijke afspraak daartoe heeft afgezegd. Vervolgens heeft [eisers]. te kennen gegeven dat hij eerst een plan van aanpak wil hebben in verband met het risico vanwege de hoge temperaturen van de naastgelegen schoorsteen. Ter zitting heeft [eisers]. ook aangegeven dat hij de oplossing van [gedaagde] niet zonder meer vertrouwt. In het rapport van Top Expertise staat echter dat de oplossing van [gedaagde] een goede aanvulling zou zijn op de al aanwezige isolatie rondom de standleiding. [gedaagde] is hiertoe echter niet in de gelegenheid gesteld. Voor zover het storende geluid al als een tekortkoming van [gedaagde] moet worden aangemerkt, is van verzuim van [gedaagde] geen sprake.
4.7.
Ten aanzien van punt 7 heeft Top Expertise geconstateerd dat twee plinten in de keuken loslaten omdat deze niet voldoende verlijmd waren. In reactie daarop heeft [gedaagde] aangevoerd dat de loslatende plint het gevolg is van normaal gebruik. Omdat hierover niets is gemeld bij de oplevering of tijdens de onderhoudsperiode, staat ook niet vast dat de plint al vanaf het begin losliet. [eisers]. heeft aangegeven dat de plint vanaf het begin al los was omdat [gedaagde] geen lijm heeft aangebracht. Dat valt uit het rapport echter niet op te maken omdat daarin alleen staat dat de plinten niet voldoende verlijmd waren. Als dit gebrek zich al vanaf de oplevering voordeed, valt zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet in te zien waarom [eisers] c,s, daar niet al eerder over heeft geklaagd.
Conclusie
4.10.
De conclusie is dat de vordering van [eisers]. moet worden afgewezen. Gelet hierop bestaat ook geen grond voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en expertisekosten.
Proceskosten
4.11.
[eisers], is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers]. af,
5.2.
veroordeelt [eisers]. in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers]. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.
Op grond van artikel 6:87 BW.
Op grond van artikel 7:758 lid 2 en 3 BW
Artikel 9 lid 8 van de AVA 2013.
Op grond van artikel 16.3 lid 2 sub a en lid 3 AVA 2013.
Op grond van artikel 7:761 BW.
Inleiding
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11090053 \ CV EXPL 24-2799
Vonnis van 18 december 2024
in de zaak van
1
[eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen in enkelvoud te noemen: [eisers].,
gemachtigde: mr. J. Evers,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. M.B. van Munster.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties,- de conclusie van antwoord met producties,
- de akte van [eisers]. met aanvullende producties,
- de mondelinge behandeling van 5 november 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij beide partijen gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
[eisers]. is eigenaar van een woning aan de [adres] te [plaats 1] (hierna: de woning). De woning is in 2019 casco aan [eisers]. opgeleverd.
2.2.
Op 8 april 2019 is tussen partijen een overeenkomst tot aanneming van werk tot stand gekomen op grond waarvan [gedaagde] een verbouwing zou uitvoeren aan de binnenkant van de woning. De aanneemsom bedroeg € 341.312,66 inclusief btw. Op de overeenkomst zijn de Algemene Voorwaarden voor Aanneming van werk 2013 (hiena: AVA 2013) van toepassing verklaard.
2.3.
Op 6 augustus 2019 is [gedaagde] met de werkzaamheden gestart.
2.4.
Op 6 april 2020 heeft een vooroplevering plaatsgevonden waarbij [eisers]. alle punten heeft aangeduid die volgens hem nog niet akkoord waren.
2.5.
[eisers]. heeft Vereniging Eigen Huis (VEH) ingeschakeld om een opleveringskeuring uit te voeren. Deze keuring heeft plaatsgevonden op 10 april 2020. Door VEH worden 27 tekortkomingen in het werk van [gedaagde] geconstateerd. Op de laatste pagina van het keuringsrapport staat: De contractpartij verklaart zich akkoord met de in dit proces-verbaal geregistreerde gegevens. Tevens verklaart de contractspartij dat hij bovenstaande tekortkomingen binnen de in de contractstukken bepaalde periode zal hebben hersteld. Indien en voor zover de contractstukken geen periode voorschrijven, zullen de genoemde tekortkomingen onverwijld, maar uiterlijk binnen 3 maanden na heden worden hersteld”. Zowel [gedaagde] als [eisers] hebben deze pagina van het rapport ondertekend.
2.6.
Met ingang van 23 april 2020 woont [eisers]. in de woning.
2.7.
Nadien hebben partijen gecorrespondeerd over de afhandeling van een aantal tekortkomingen. [gedaagde] heeft daarbij diverse werkzaamheden in de woning verricht.
2.8.
Op 22 juli 2020 heeft [eisers]. de eindfactuur van [gedaagde] betaald. Daarop is na overleg tussen partijen, een korting van € 6.068,57 toegepast.
2.9.
In de periode januari tot en met mei 2021 hebben partijen wederom contact gehad over een aantal tekortkomingen in het werk. [gedaagde] heeft in januari/februari 2021 werkzaamheden verricht in de woning.
2.10.
Per brief van 6 september 2021 heeft [eisers]. aan [gedaagde] laten weten dat zij nog steeds wacht op de uitvoering van een aantal werkzaamheden in de woning. Diezelfde maand heeft [gedaagde] een lekkage in de woning verholpen.
2.11.
In oktober 2021 heeft [bedrijf] (hierna: [bedrijf]) het leidingtracé geïnspecteerd op herstelkwaliteit en de omvang van de opgetreden gevolgschade van de lekkage in kaart gebracht. De schimmel- en zwamvorming is verwijderd door een gespecialiseerd schimmelbestrijdingsbedrijf.
2.12.
Per brief van 26 maart 2022 heeft (de gemachtigde van) [eisers]. [gedaagde] ten aanzien van 19 “openstaande punten en gebreken” in gebreke gesteld en gesommeerd om deze punten binnen dertig dagen kosteloos te herstellen.
2.13.
Op 31 oktober 2022 heeft Top Expertise in opdracht van [eisers]. een onderzoek uitgevoerd naar gebreken in de woning. Bij dat onderzoek was ook [gedaagde] aanwezig.
2.14.
Op 14 maart 2023 heeft Top Expertise haar definitieve rapport aan (de gemachtigde van) [eisers]. toegestuurd. Top Expertise concludeert daarin dat sprake is van elf gebreken in de woning die voor rekening van [gedaagde] komen. De kosten van herstel daarvan worden door Top Expertise begroot op € 5.266,50.
2.15.
Per brief van 13 april 2023 heeft (de gemachtigde van) [eisers]. het rapport van Top Expertise toegestuurd aan [gedaagde]. De brief vermeldt dat [eisers]. in plaats van nakoming van de overeenkomst vervangende schadevergoeding wil ontvangen en dat [eisers]. betaling vordert van € 10.862,80. In de brief staat voor zover van belang:(…) Op 26 maart 2022 heb ik [gedaagde] namens cliënten in gebreke gesteld ten aanzien van diverse gebreken. Vervolgens heeft nadere correspondentie tussen partijen plaatsgevonden en is [gedaagde] op 11 mei 2022 op locatie geweest om de gebreken te bekijken. Bij brief van 23 juni 2022 is [gedaagde] voor de laatste maal in de gelegenheid gesteld om tot herstel van de gebreken over te gaan. Vanwege de zomervakantie is deze termijn verlengd tot 15 september 2022. [gedaagde] heeft enkel het schilderwerk dat gebrekkig was vanwege een lekkage nogmaals uitgevoerd. (…) [gedaagde] heeft – hoewel daartoe meerdere malen in de gelegenheid gesteld en met uitzondering van het schilderwerk in verband met de lekkage – geen deugdelijk herstel uitgevoerd. Derhalve is [gedaagde] in verzuim ingevolge artikel 6:81 BW ten aanzien van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst.(…) Vervolgens hebben cliënten een onafhankelijke deskundige ingeschakeld om de situatie te beoordelen. Op 31 oktober 2022 heeft het deskundigenonderzoek plaatsgevonden waarbij ook [gedaagde] aanwezig was in het kader van hoor en wederhoor. (…)De deskundige heeft bevestigd dat er sprake is van een aantal gebreken:
• de standleiding van de riolering van de hoofdbadkamer op de eerste verdieping dient gevuld te worden met isolerende vlokken (punt 1);
• De scharnieren in een deur van Exclusive Steel dienen vervangen te worden. Dit is tot op heden nog steeds niet gebeurd (punt 5);
• De deskundige heeft geconstateerd dat op diverse plaatsen het stucwerk niet vlak is aangebracht en niet voldoet aan de oppervlakte beoordelingscriteria voor stukadoorswerk (punt 6);
• Twee plinten in de keuken zijn los. Dit voldoet niet aan de redelijk te stellen eisen van goed en deugdelijk werk (punt 7);
• De afwerking van de nis voldoet niet aan de overeenkomst (punt 9);
• De vloer van het plateau boven de douche in de hoofdbadkamer is niet deugdelijk afgewerkt. Het hout zal naar het oordeel van de deskundige moeten worden bewerkt of afgewerkt, zodat het bestand is tegen vocht en schoongemaakt kan worden. Daarnaast moet het schilderwerk worden hersteld (punt 10);
• Het scharnier van de glazen douchedeur is buiten de wand geplaatst. Dit voldoet volgens de deskundige niet aan de redelijk te stellen eisen van goed en deugdelijk werk. Het scharnier moet alsnog vlak met de wand (zoals het scharnier aan de bovenzijde) geplaatst worden. Eventuele afwijkingen ten opzichte van de glazen wand zullen ook aangepast moeten worden (punt 11);
• Wat betreft de openhaard stelt de deskundige dat het de verantwoordelijkheid van [gedaagde] was om een complete openhaard te leveren en te plaatsen (punt 13);
• De deskundige heeft geconstateerd dat slechts één van de schakelaars op de eerste verdieping functioneerde. Het betreft een gebrek dat verholpen dient te worden (punt 14);
• De lichtspot van de wc op de eerste etage is niet conform de tekening aangebracht. Het lichtpunt dient verplaatst te worden (punt 15);
• De nis boven het bad dient opnieuw geschilderd te worden
• De deskundige wijst erop dat de wand in de badkamer naast de douche met de juiste, schimmelwerende verf had moeten worden hersteld. De deskundige merkt op dat [gedaagde] niet kon aantonen dat dezelfde, schimmelwerende verf is gebruikt tijdens het herstel. De deskundige kan niet vaststellen welke verf is gebruikt (punt 18);
• De deskundige heeft geconstateerd dat de trap bij het bordes aan de rechterzijde niet is voorzien van een houten leuning, zoals wel het geval is op de overige delen van de trap. Op de tekening van de trap van leverancier Eestairs staat ook afgebeeld dat de balustrade daar ook voorzien had moeten worden van een leuning. Rondom het bevestigingspunt is het stucwerk losgekomen.
Geschil
3.1.
[eisers]. vordert dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van:
primair
- € 9.616,50, te vermeerderen met wettelijke rente en € 883,63 aan buitengerechtelijke incassokosten;
subsidiair
- € 5.266,50, te vermeerderen met wettelijke rente en € 638,33 aan buitengerechtelijke incassokosten;
zowel primair als subsidiair:
- € 1.246,30 en € 2.178,00 aan deskundigenkosten.
3.2.
[eisers]. legt aan de vordering (samengevat) ten grondslag dat [gedaagde] te kort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de aannemingsovereenkomst. Volgens [eisers]. vertoont het werk van [gedaagde] c.s. een (groot) aantal gebreken. Omdat [gedaagde], ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet is overgegaan tot herstel daarvan, heeft [eisers]. zijn recht op nakoming omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. Op grond van het rapport van Top Expertise bedragen de herstelkosten € 5.266,50. Omdat [gedaagde] die kosten zelf € 4.350,00 hoger heeft ingeschat, vordert [eisers]. primair betaling van € 9.616,50. Daarnaast maakt [eisers]. aanspraak op buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de onderzoeken van [bedrijf] en Top Expertise.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert (samengevat) aan dat [eisers]. de gestelde gebreken redelijkerwijs bij de oplevering had moeten en kunnen ontdekken. Omdat [eisers]. de gebreken toen niet heeft gemeld, is [gedaagde] daarvoor niet aansprakelijk. Ook binnen de onderhoudstermijn van 30 dagen heeft [eisers]. niet over de gebreken geklaagd. Verder heeft [eisers]. volgens [gedaagde] te lang met het instellen van de vordering gewacht, waardoor deze is vervallen en verjaard. Daarbij komt volgens [gedaagde] dat de gestelde gebreken geen werkelijke tekortkomingen zijn. Tevens betwist [gedaagde] dat zij in verzuim is. Ten slotte voert zij verweer tegen de hoogte van de vordering, onder meer omdat het primair gevorderde bedrag is gebaseerd op een evidente verschrijving van [gedaagde]. Daarnaast voert [gedaagde] verweer tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en onderzoekskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
Beoordeling
Aansprakelijkheid voor gebreken na oplevering
4.1.
Artikel 7:758 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat de aannemer na de oplevering ontslagen is van de aansprakelijkheid voor gebreken die de opdrachtgever op het tijdstip van oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken.
4.2.
[gedaagde] heeft terecht aangevoerd dat de oplevering van de werkzaamheden heeft plaatsgevonden op 10 april 2020. Op die datum vond de opleveringskeuring van VEH plaats en hebben beide partijen het opleveringsrapport ondertekend. De vraag die moet worden beantwoord is of [eisers]. op dat moment ook de gebreken waarvoor hij nu de herstelkosten vordert, redelijkerwijs had moeten en kunnen ontdekken. Wanneer dat het geval is, is [gedaagde] ontslagen van zijn aansprakelijkheid. Een inhoudelijke beoordeling van de gestelde gebreken kan dan achterwege blijven, evenals beantwoording van de vraag of een vervaltermijn is verstreken of de vordering is verjaard.
4.3.
Top Expertise heeft onderzoek gedaan naar de negentien “openstaande punten en gebreken” die [eisers]. in de brief van 26 maart 2022 heeft vermeld. Ten aanzien van elf van deze punten concludeert Top Expertise dat sprake is van een gebrek dat voor rekening van [gedaagde] komt. Ook geeft zij per punt een raming van de kosten van herstel. Het gaat om de volgende punten:- De standleiding van de riolering van de hoofdbadkamer op de eerste verdieping maakt een storend geluid (herstelkosten: € 1.000,00) (punt 1);
- Op de muren in het toilet is een zeer dunne stuclaag aangebracht (herstelkosten € 1.500,00) (punt 6);
- De plint bij de keukendeur en het kozijn rondom de deur bij de opbergruimte boven de wc laat steeds los (herstelkosten: € 50,00) (punt 7);
- De bodem van de nis in de keuken is niet deugdelijk afgewerkt (herstelkosten: € 200,00) (punt 9);
- De vloer van het plateau boven de douche in de hoofdbadkamer is niet deugdelijk afgewerkt (herstelkosten: € 450,00) (punt 10);
- De glazen douchedeur van de hoofdbadkamer staat scheef (herstelkosten: € 200,00) (punt 11);
- Een aantal vuurvaste stenen ontbreekt in de open haard (herstelkosten: € 100,00) (punt 13);
- De schakelaar 1A op de eerste verdieping is niet verbonden met spot 1A of defect (herstelkosten: € 100,00) (punt 14);
- Het plafond van de wc op de eerste etage is slecht afgewerkt en de plafondspot bevindt zich in een hoek in plaats van het midden (herstelkosten: € 450,00) (punt 15); - Er is een donkere streep ontstaan in het schilderwerk in de hoofdbadkamer over de gehele breedte in de nis boven het bad (herstelkosten: € 400,00) (punt 17);- De stalen trapophanging is zeer slordig bevestigd in het plafond. Het stucwerk eromheen laat los (herstelkosten: € 200,00) (punt 19).
4.4.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] ten aanzien van de punten 6, 9, 10, 13, 14 en 15 en 19 is ontslagen van haar aansprakelijkheid op grond van artikel 7:758 BW. Niet is gebleken dat [eisers]. specifiek deze punten bij de oplevering heeft gemeld aan [gedaagde]. Het betreffen echter stuk voor stuk gebreken die [eisers]. op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs had moeten en kunnen ontdekken. - Ten aanzien van de punten 6 en 15 geldt dat de afwerking van het plafond en de wanden in het toilet op de eerste verdieping zichtbaar zijn. Deze punten moeten bij de oplevering al aanwezig zijn geweest, zodat geen sprake is van verborgen gebreken. Ook voor de afwijkende positie van de plafondspot geldt dat dit is een duidelijk zichtbaar gebrek is. - Verder leidt de kantonrechter uit het rapport van Top Expertise af dat zowel de bodem van de nis in de keuken (punt 9) als het plateau in de badkamer (punt 10) kunnen worden waargenomen (al dan niet vanaf een ladder), zodat ook ten aanzien hiervan geldt dat [eisers]. hierover bij de oplevering had moeten klagen. - Ook het ontbreken van de vuurvaste stenen (punt 13) en het niet functioneren van een schakelaar (punt 14) betreffen gebreken die redelijkerwijs bij de oplevering ontdekt hadden moeten worden. - Dit laatste geldt ook voor punt 19. Uit het rapport van Top Expertise blijkt immers dat het kitwerk rondom het bevestigingspunt van de stalen trapophanging is losgekomen omdat het stucwerk rondom de bevestiging niet is gekit. [eisers]. heeft verklaard het plafond al was dichtgestuct voordat de trap was geplaatst. Het slordige kitwerk moet dan ook al bij de oplevering zichtbaar zijn geweest.Bij al het voorgaande speelt mee dat [eisers]. zich tijdens de oplevering heeft laten bijstaan door een deskundige van VEH. In het inspectierapport van VEH worden deze onderdelen niet als gebrek vermeld (en overigens is evenmin gebleken dat [eisers]. in de onderhoudstermijn van 30 dagen over deze onderdelen heeft geklaagd), zodat [eisers]. wordt geacht deze onderdelen van het werk te hebben geaccepteerd.
Geen gebreken
4.5.
Ten aanzien van de overige punten geldt dat, anders dan [gedaagde] heeft betoogd, niet kan worden gezegd dat [eisers]. deze op het tijdstip van de oplevering redelijkerwijs had moeten ontdekken. De vordering van [eisers]. is echter toch niet toewijsbaar omdat niet is komen vast te staan dat deze onderdelen kwalificeren als een tekortkoming van [gedaagde] danwel dat [gedaagde] ten aanzien van het herstel in verzuim is komen te verkeren. Daarvoor is het volgende relevant, waarbij als uitgangspunt geldt dat het op de weg van [eisers]. die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde gebreken beroept, om die gebreken voldoende te onderbouwen.
4.6.
[eisers]. klaagt over een storende geluid van de standleiding van de riolering van de hoofdbadkamer (punt 1). Uit het rapport van Top Expertise blijkt dat de standleiding geïsoleerd is. Top Expertise concludeert uitsluitend op basis van haar ervaring dat dit niet toereikend is, en stelt dat uitgebreide geluidsmetingen moeten plaatsvinden om vast te stellen of deze vorm van isolatie voldoet. Daaruit blijkt dat niet zonder meer kan worden gesproken over een gebrek. Bovendien is dit punt in mei 2020 tussen partijen ter sprake is gekomen. [gedaagde] heeft toegelicht dat zij toen heeft aangegeven het probleem te willen verhelpen en daartoe de benodigde materialen (isolatievlokken) te hebben aangeschaft. Zij heeft echter niet de gelegenheid gekregen om de werkzaamheden uit te voeren omdat [eisers]. de aanvankelijke afspraak daartoe heeft afgezegd. Vervolgens heeft [eisers]. te kennen gegeven dat hij eerst een plan van aanpak wil hebben in verband met het risico vanwege de hoge temperaturen van de naastgelegen schoorsteen. Ter zitting heeft [eisers]. ook aangegeven dat hij de oplossing van [gedaagde] niet zonder meer vertrouwt. In het rapport van Top Expertise staat echter dat de oplossing van [gedaagde] een goede aanvulling zou zijn op de al aanwezige isolatie rondom de standleiding. [gedaagde] is hiertoe echter niet in de gelegenheid gesteld. Voor zover het storende geluid al als een tekortkoming van [gedaagde] moet worden aangemerkt, is van verzuim van [gedaagde] geen sprake.
4.7.
Ten aanzien van punt 7 heeft Top Expertise geconstateerd dat twee plinten in de keuken loslaten omdat deze niet voldoende verlijmd waren. In reactie daarop heeft [gedaagde] aangevoerd dat de loslatende plint het gevolg is van normaal gebruik. Omdat hierover niets is gemeld bij de oplevering of tijdens de onderhoudsperiode, staat ook niet vast dat de plint al vanaf het begin losliet. [eisers]. heeft aangegeven dat de plint vanaf het begin al los was omdat [gedaagde] geen lijm heeft aangebracht. Dat valt uit het rapport echter niet op te maken omdat daarin alleen staat dat de plinten niet voldoende verlijmd waren. Als dit gebrek zich al vanaf de oplevering voordeed, valt zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet in te zien waarom [eisers] c,s, daar niet al eerder over heeft geklaagd.
Conclusie
4.10.
De conclusie is dat de vordering van [eisers]. moet worden afgewezen. Gelet hierop bestaat ook geen grond voor toewijzing van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en expertisekosten.
Proceskosten
4.11.
[eisers], is in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
812,00
(2 punten × € 406,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
947,00
Dictum
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eisers]. af,
5.2.
veroordeelt [eisers]. in de proceskosten van € 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisers]. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.
Op grond van artikel 6:87 BW.
Op grond van artikel 7:758 lid 2 en 3 BW
Artikel 9 lid 8 van de AVA 2013.
Op grond van artikel 16.3 lid 2 sub a en lid 3 AVA 2013.
Op grond van artikel 7:761 BW.