Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-24
ECLI:NL:RBNHO:2024:13567
Civiel recht
Wraking
1,164 tokens
Dictum
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/359826/HA RK 24/180
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
verzoekster,
gemachtigde: dhr. [gemachtigde]
Het verzoek is gericht tegen:
mr. M.W. Koenis,
hierna te noemen: de rechter.
Procesverloop
1.1.
Verzoekster heeft op 7 december 2024 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Insolventie, locatie Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer 11226443 CV EXPL 24-5233, hierna te noemen: de hoofdzaak.
1.2.
De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.
1.3.
Het verzoek is vervolgens behandeld ter openbare zitting van de wrakingskamer van 19 december 2024. Verzoekster, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. De gemachtigde van verzoekster is verschenen. De rechter en de wederpartij in de hoofdzaak hebben van de geboden gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2Het standpunt van verzoekster
2.1.
Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek – samengevat – het volgende aangevoerd. De rechter heeft de schijn van partijdigheid gewekt door, ondanks eerder tijdig kenbaar gemaakte verzoeken, een verzoek om een comparitie te houden te weigeren. Door een comparitie uit te sluiten biedt de rechter een mogelijkheid om een vonnis op leugens en aannames van de wederpartij in de hoofdzaak te rechtvaardigen. Verder heeft de rechter een financieel belang in de hoofdzaak.
Beoordeling
3.1.
Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan de rechter die een zaak behandelt op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt bij de beoordeling van een wrakingsverzoek is dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter ten opzichte van een procespartij vooringenomen is, althans dat de bij die partij daarvoor bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De wrakingskamer overweegt het volgende.
3.2.
Dictum
3.3.
Verzoekster heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de rechter een financieel belang heeft in de hoofdzaak. Op de zitting heeft verzoekster dit standpunt desgevraagd nader toegelicht. Volgens verzoekster is sprake van een financieel belang omdat 1) de moeder van verzoekster door middel van een rechterlijke beslissing onder bewind is gesteld waarbij een bewindvoerder is benoemd en 2) de bewindvoering via de Staat verloopt en 3) een rechter een werknemer van de Staat is. Daar zit volgens verzoekster, althans zo begrijpt de wrakingskamer, de financiële verstrengeling. Deze onderbouwing kan niet leiden tot de conclusie dat er sprake is van een financieel belang van deze rechter in de hoofdzaak. De positie van een rechter is namelijk op een andere wijze geregeld dan die van een bewindvoerder. De (financiële) positie van de rechter kan door zijn beoordeling in de hoofdzaak daarom niet worden geraakt.
3.4.
Gelet op het voorgaande ziet de wrakingskamer geen aanleiding om aan te nemen dat er sprake is van (schijn van) partijdigheid.
3.5.
De slotsom is dat het verzoek om wraking van de rechter moet worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank
4.1.
wijst het verzoek tot wraking van de rechter af,
4.2.
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de kantonrechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
4.3.
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. H.P. van der Lelie en
mr. C.S. Schoorl, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. F.L. Zillinger Molenaar, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2024.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.