Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-27
ECLI:NL:RBNHO:2024:13449
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
3,262 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11209938 \ CV FORM 24-4936
Uitspraakdatum: 27 november 2024
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1
[verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],beiden wonende te [plaats 1]
3. [verzoeker 3],
4. [verzoeker 4], beiden wonende te [plaats 2]
5. [verzoeker 5],
6. [verzoeker 6],
beiden wonende te [plaats 3]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Transportes Aereos Portugeses S.A.,
gevestigd te Lissabon (Portugal)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. J. Nooij (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie verzocht voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, namelijk het uitwijken naar een andere luchthaven als gevolg van brokstukken op de landingsbaan. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn komen vast te staan. Het verzoek van de passagiers wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 25 juni 2024;
het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 4 september 2024.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 1 juli 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Lissabon Airport (Portugal), met vlucht TP673 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
2.5.
Passagiers sub 3 en 4 hebben de eventuele vordering van hun minderjarige kind aan zichzelf gecedeerd.
Geschil
3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 2.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 405,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de landingsbaan op de luchthaven van Lissabon ten tijde van de geplande aankomst van de vlucht (tijdelijk) was gesloten. De vervoerder had daardoor geen andere mogelijkheid dan uit te wijken naar een andere luchthaven. De vlucht is uitgeweken naar Sevilla, en is na een tussenlanding doorgevlogen naar Lissabon. Het uitwijken heeft ertoe geleid dat de passagiers met meer dan drie uur vertraging op hun eindbestemming zijn gearriveerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. Het feit dat de vlucht óók is vertraagd door niet-buitengewone omstandigheden is in dit kader van ondergeschikt belang. Immers, deze niet buitengewone omstandigheden hebben bij elkaar tot een vertraging van minder dan drie uur geleid.
4.4.
De kantonrechter is verder van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken. De verzochte rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van deze beschikking.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 238,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;5.3. verklaart deze beschikking – voor wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11209938 \ CV FORM 24-4936
Uitspraakdatum: 27 november 2024
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1
[verzoeker 1],
2. [verzoeker 2],beiden wonende te [plaats 1]
3. [verzoeker 3],
4. [verzoeker 4], beiden wonende te [plaats 2]
5. [verzoeker 5],
6. [verzoeker 6],
beiden wonende te [plaats 3]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Transportes Aereos Portugeses S.A.,
gevestigd te Lissabon (Portugal)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigden: mr. E.C.C.M. Bootsman en mr. J. Nooij (Russell Advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie verzocht voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden, namelijk het uitwijken naar een andere luchthaven als gevolg van brokstukken op de landingsbaan. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn komen vast te staan. Het verzoek van de passagiers wordt daarom afgewezen.
1Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 25 juni 2024;
het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 4 september 2024.
Feiten
2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 1 juli 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Lissabon Airport (Portugal), met vlucht TP673 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
2.5.
Passagiers sub 3 en 4 hebben de eventuele vordering van hun minderjarige kind aan zichzelf gecedeerd.
Geschil
3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 2.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 405,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt – voor zover relevant – bij de beoordeling ingegaan.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de landingsbaan op de luchthaven van Lissabon ten tijde van de geplande aankomst van de vlucht (tijdelijk) was gesloten. De vervoerder had daardoor geen andere mogelijkheid dan uit te wijken naar een andere luchthaven. De vlucht is uitgeweken naar Sevilla, en is na een tussenlanding doorgevlogen naar Lissabon. Het uitwijken heeft ertoe geleid dat de passagiers met meer dan drie uur vertraging op hun eindbestemming zijn gearriveerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. Het feit dat de vlucht óók is vertraagd door niet-buitengewone omstandigheden is in dit kader van ondergeschikt belang. Immers, deze niet buitengewone omstandigheden hebben bij elkaar tot een vertraging van minder dan drie uur geleid.
4.4.
De kantonrechter is verder van oordeel dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover de vervoerder daadwerkelijk nakosten zal maken. De verzochte rente over de proceskosten en de nakosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van deze beschikking.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 238,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 15 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;5.3. verklaart deze beschikking – voor wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open