Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-12-05
ECLI:NL:RBNHO:2024:12579
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,217 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Haarlem
voorlopige voorzieningen/tegenspraak
zaak-/rekestnr.: C/15/357695 / FA RK 24-5153
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 5 december 2024
in de zaak van:
[de vrouw]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. R.J. Ottens, kantoorhoudende te Noordwijk,
tegen
[de man]
,
wonende te [plaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. M. Raaijmakers, kantoorhoudende te Hoofddorp.
1Procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw, ingekomen op 9 oktober 2024;
- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 23 oktober 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 november 2024 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. R.J. Ottens en de man door mr. M. Raaijmakers.
Beoordeling
3.1.
De vrouw heeft verzocht om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning.
Zij heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de gesprekken tussen partijen zijn vastgelopen en dat de vrouw een fysiotherapiepraktijk aan huis heeft. Partijen hadden afgesproken dat zij tot medio december week op week af in de woning zouden verblijven, waarbij de vrouw haar praktijkruimte zou kunnen gebruiken tijdens de werkuren van de man. Inmiddels blijkt dat de man de vrouw bedreigt in de week dat hij in de woning verblijft. De bedreigingen zijn dermate ernstig dat de politie is ingeschakeld. De man maakt het voor de vrouw onmogelijk om haar praktijk te voeren, zodat de vrouw genoodzaakt is het uitsluitend gebruik van de woning te vragen. Het is de bedoeling dat de vrouw de woning overneemt en de man kan in ieder geval tijdelijk in zijn caravan verblijven.
3.2.
De man heeft daartegen als verweer gevoerd dat hij de vrouw niet heeft bedreigd, dat de vrouw geen praktijk aan huis heeft maar in loondienst werkt en dat de man geen caravan heeft waar hij terecht kan.
3.3.
Ter zitting is besproken en voldoende aannemelijk geworden dat de vrouw een fysiotherapiepraktijk heeft en die uitoefent in de echtelijke woning. Besproken is ook dat de vrouw in de echtscheidingsprocedure, die recentelijk door haar aanhangig is gemaakt, een voorstel heeft gedaan om de echtelijke woning over te nemen. Het is onweersproken gebleven dat de vrouw in staat is om de echtelijke woning op korte termijn over te nemen. Doordat de situatie tussen partijen is geëscaleerd en de vrouw zowel feitelijk als op de sociale media zeer onaangenaam is bejegend door de man, is ter zitting gebleken dat partijen het in zoverre met elkaar eens zijn dat zij niet meer in staat zijn de oorspronkelijke week-op-week-af regeling op een goede manier uit te voeren. Daarom is een snelle verdeling van de huwelijksgemeenschap in de echtscheidingsprocedure van groot belang.
Tegen deze achtergrond en in samenhang met wat hiervoor is benoemd, zal de rechtbank de echtelijke woning voorlopig aan de vrouw toewijzen. De rechtbank realiseert zich daarbij dat iedere toewijzing van de echtelijke woning aan een van beide partijen voor de andere partij buitengewoon ongelukkig uitpakt omdat duidelijk is dat woonruimte schaars is en geen van beide echtgenoten uitzicht heeft op andere vaste woonruimte.
Dictum
De rechtbank:
4.1.
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning en de zich daarin bevindende inboedelgoederen aan [adres] met bevel dat de man die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
4.2.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Stefels, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2024.
Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.