Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-05
ECLI:NL:RBNHO:2024:12251
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,046 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 11142111 \ WM VERZ 24-866
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 5 november 2024
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
[betrokkene]
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 5 november 2024. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
Betrokkene heeft een boete gekregen, omdat hij geen richting heeft aangegeven bij een belangrijke zijdelingse verplaatsing.
Betrokkene stelt dat de boete onterecht is, omdat er geen sprake was van een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Betrokkene wijst erop dat hij bij het verlaten van een rotonde op de rechterbaan reed, die was afgescheiden van de daarnaast gelegen linkerbaan, en dat hij op die rechterbaan alleen rechtdoor kon rijden.
Op de plek waar het om gaat, zien de rotonde en de rijbanen er als volgt uit:
en
De kantonrechter volgt het standpunt van betrokkene dat hij rijdend op de rechterbaan bij het verlaten van de rotonde geen richting hoefde aan te geven.
Volgens artikel 55 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) moeten bestuurders van een motorvoertuig een teken met hun richtingaanwijzer geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen, alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen.
Geen van de gevallen genoemd in artikel 55 RVV 1990 doet zich hier voor. Met name was geen sprake van een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Betrokkene reed bij het verlaten van de rotonde immers op de rechterbaan en een rijstrook voor doorgaand verkeer, die door een verhoging gescheiden is van de daarnaast gelegen linkerbaan. Daarbij volgt betrokkene in feite in een rechtdoorgaande weg met een flauwe bocht naar rechts. Dat niet kan worden aangemerkt als een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Er is in die situatie ook geen enkele aanleiding om andere bestuurders of weggebruikers erop attent te maken dat van richting wordt veranderd.
Het beroep is daarom gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie van het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling teveel heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 11142111 \ WM VERZ 24-866
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 5 november 2024
Uitspraak op een beroep tegen een boete op grond van de Wet administratief-
rechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
[betrokkene]
De verkeersboete en het beroep
Aan betrokkene is een boete opgelegd voor een verkeersovertreding. Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen de boete. Het beroep is behandeld op de zitting van 5 november 2024. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. Er is op de zitting uitspraak gedaan.
Beoordeling
Betrokkene heeft een boete gekregen, omdat hij geen richting heeft aangegeven bij een belangrijke zijdelingse verplaatsing.
Betrokkene stelt dat de boete onterecht is, omdat er geen sprake was van een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Betrokkene wijst erop dat hij bij het verlaten van een rotonde op de rechterbaan reed, die was afgescheiden van de daarnaast gelegen linkerbaan, en dat hij op die rechterbaan alleen rechtdoor kon rijden.
Op de plek waar het om gaat, zien de rotonde en de rijbanen er als volgt uit:
en
De kantonrechter volgt het standpunt van betrokkene dat hij rijdend op de rechterbaan bij het verlaten van de rotonde geen richting hoefde aan te geven.
Volgens artikel 55 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) moeten bestuurders van een motorvoertuig een teken met hun richtingaanwijzer geven, indien zij willen wegrijden, andere bestuurders van een motorvoertuig willen inhalen, de doorgaande rijbaan willen oprijden en verlaten en indien zij van rijstrook willen wisselen, alsmede bij alle andere belangrijke zijdelingse verplaatsingen.
Geen van de gevallen genoemd in artikel 55 RVV 1990 doet zich hier voor. Met name was geen sprake van een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Betrokkene reed bij het verlaten van de rotonde immers op de rechterbaan en een rijstrook voor doorgaand verkeer, die door een verhoging gescheiden is van de daarnaast gelegen linkerbaan. Daarbij volgt betrokkene in feite in een rechtdoorgaande weg met een flauwe bocht naar rechts. Dat niet kan worden aangemerkt als een belangrijke zijdelingse verplaatsing. Er is in die situatie ook geen enkele aanleiding om andere bestuurders of weggebruikers erop attent te maken dat van richting wordt veranderd.
Het beroep is daarom gegrond.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie van het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling teveel heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 Wahv hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: