Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-14
ECLI:NL:RBNHO:2024:11836
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,023 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/358045 / KG ZA 24-607
Vonnis in kort geding van 14 november 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] VASTGOED B.V.,
gevestigd te [plaats 1],
eiseres,
advocaat mr. B.P. van Overeem te Amsterdam,
tegen
[gedaagde]
,
wonende te [plaats 2],
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna [eiseres] Vastgoed en [gedaagde] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met producties 1 en 2
de mondelinge behandeling van 31 oktober 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn mr. van Overeem en [gedaagde] verschenen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
2.1.
[eiseres] Vastgoed vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te veroordelen het gehuurde te ([postcode]) [plaats 2] aan de [adres] binnen tien dagen na betekening van dit vonnis met al die en al wat zich vanwege huurder daarin of daarop bevindt te ontruimen en te verlaten met overgave van sleutels geheel ter vrije beschikking aan [eiseres] Vastgoed te stellen in goede staat en bezemschoon;
II. [gedaagde] op grond van artikel 7:225 BW te veroordelen tot een vergoeding gelijk aan de huurprijs voor de maand oktober 2024;
III. [gedaagde] te veroordelen tot voldoening van de kosten van het geding.
2.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
3.1.
Ter zitting heeft [gedaagde] erkend dat tussen partijen sprake was van een huurovereenkomst voor bepaalde tijd, waarvan de huurtermijn op 31 augustus 2024 is geëindigd. [gedaagde] erkent ook dat hij daarom de woning moet verlaten.
3.2.
[gedaagde] heeft verklaard dat hij (en zijn gezin) inmiddels de woning hebben verlaten. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] de sleutel van de woning aan de advocaat van [eiseres] Vastgoed overgedragen. Zekerheidshalve handhaaft [eiseres] Vastgoed de vordering tot ontruiming. De voorzieningenrechter zal de ontruimingsvordering toewijzen, met uitzondering van overgave van sleutels omdat dit al heeft plaatsgevonden,
3.3.
[eiseres] Vastgoed heeft ter zitting de vordering tot betaling van een vergoeding gelijk aan de huurprijs voor de maand oktober 2024 verminderd tot nihil, zodat op deze vordering niet meer hoeft te worden beslist.
3.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld. Ter zitting heeft mr. van Overeem aangegeven geen aanspraak te maken op een proceskostenvergoeding en de proceskosten van [gedaagde] te zullen voldoen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 320,00 aan griffierecht.
Dictum
De voorzieningenrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen tien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] in [plaats 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van [eiseres] Vastgoed zijn en in goede staat en bezemschoon aan [eiseres] Vastgoed ter vrije beschikking te stellen,
4.2.
veroordeelt [eiseres] Vastgoed in de proceskosten van [gedaagde] van
€ 320,00,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. A. de Bert op 14 november 2024.
Conc.: 1589