Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-11-11
ECLI:NL:RBNHO:2024:11375
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
8,452 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/3445
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 november 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Bergen (NH), eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen, verweerder
(gemachtigden: F. Soeltaansingh).
Inleiding
1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van een eik op het perceel [perceel] in Bergen.
1.2
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 december 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 18 april 2023 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4
De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder, bijgestaan door [naam]
Beoordeling
2.1
De rechtbank beoordeelt of verweerder de omgevingsvergunning heeft kunnen weigeren. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
2.2
Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Feiten
3.1
Eiser is eigenaar van het perceel [perceel] in Bergen. Op dit perceel staat tegen de erfgrens aan de oostzijde van de tuin aan de kant van de [straat] een eik met een diameter van circa 58 centimeter.
3.2
Op 24 oktober 2022 heeft eiser een aanvraag ingediend om omgevingsvergunning voor het kappen van deze eik. Eiser geeft hierbij aan dat de boom steeds schever komt te staan omdat op minder dan twee respectievelijk vijf meter van deze boom in de gemeenteberm een nog grotere eik en beuk staan. Die bomen dringen de eik op het perceel van eiser verder naar buiten. Dit brengt het risico mee dat de boom schade kan toebrengen aan mensen, (passerende) auto’s of de woning van eiser. Ook heeft eiser minder zon op het gazon en minder lichttoetreding in de keuken van de woning.
3.3
Met het besluit van 19 december 2022 heeft verweerder besloten om de omgevingsvergunning te weigeren, omdat de aanvraag van eiser niet aan de voorwaarden uit de APV voldoet.
Bestreden besluit
4. Verweerder heeft de afwijzing van de omgevingsvergunning met het bestreden besluit gehandhaafd. Het uitgangspunt is dat in beginsel niet wordt meegewerkt aan het kappen van gezonde bomen die niet (acuut) gevaarlijk zijn. Het perceel van eiser is dichtbij een Natura 2000-gebied en de tuin heeft de duiding Natuur Landschappelijke Waarde (NLW). Bij iedere aanvraag wordt advies gevraagd aan een bomendeskundige, het advies was om de vergunning te weigeren. Verweerder heeft besloten om dit advies over te nemen. Het gaat om een gezonde eik en er zijn alternatieve mogelijkheden om de door eiser aangedragen problemen op te lossen. Wel heeft verweerder onder verwijzing naar het advies van de commissie voor de bezwaarschriften en het verweerschrift in de bezwaarprocedure de motivering aangepast in de zin dat wijze waarop de betrokken belangen tegen elkaar zijn afgewogen meer kenbaar is gemaakt.
Juridisch kader
5.1
Artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat het verboden is houtopstand te vellen of te doen vellen zonder omgevingsvergunning. Op grond van artikel 2.18 van de Wabo kan de omgevingsvergunning, voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, slechts worden verleend of geweigerd op de gronden van die zijn aangegeven in de betrokken verordening. Artikel 2.2, eerste lid, sub g van de Wabo bepaalt dat het vellen van houtopstand of te doen vellen hieronder valt. Afdeling 3, van hoofdstuk 4, van de APV van de gemeente Bergen 2019 (de APV) bevat regelgeving over houtopstanden. Artikel 4:11b van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Bergen omschrijft de weigeringsgronden. Het college kan een vergunning weigeren, dan wel aan de vergunning voorschriften of beperkingen verbinden, in het belang van:
–ecologische waarden;
–landschappelijke / stedenbouwkundige waarden;
–cultuurhistorische waarden;
–waarden voor recreatie en leefbaarheid;
–waarden van dorpsschoon;
–beeldbepalende waarden.
5.2
In bijlage 4 van het Bomenbeleidsplan Bergen (2015) staan de afwegingscriteria bij het beoordelen van een kapvergunning nader uitgewerkt. Zie de bijlage bij deze uitspraak.
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
6. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. De APV is op 1 januari 2024 vervallen. Omdat de aanvraag die heeft geleid tot de geweigerde vergunning is ingediend voor 1 januari 2024, volgt uit artikel 4.3 van de Invoeringswet Omgevingswet dat dit geschil moet worden beoordeeld aan de hand van het voor die datum geldende recht.
Beroepsgronden van eiser
Verweerder heeft het advies van de bomenadviseur niet ten grondslag kunnen leggen aan zijn besluit
7.1
Eiser voert aan dat de adviseur van verweerder vooringenomen is en een onjuist advies heeft gegeven. Het rapport begint meteen met de mededeling dat de vergunning geweigerd moet worden. De deskundige heeft een uitgesproken, persoonlijke opvatting. Het advies is daarom niet objectief. Verweerder had alleen al de schijn van vooringenomenheid moeten zien te vermijden. De stelling dat de boom gezond is en dat daarom de vergunning geweigerd moet worden treft geen doel, omdat de gezondheid van de boom geen criterium is in de APV. Ook is de stelling dat de boom gezond is niet nader onderbouwd, terwijl eiser duidelijk heeft aangegeven dat de boom een reëel risico vormt doordat deze scheefgroeit en topzwaar is. Eiser voert aan dat in het besluit een behoorlijk aantal feitelijke onjuistheden en ongefundeerde opvattingen staan. Zo staat bijvoorbeeld in het rapport dat de tuin van eiser grenst aan een Natura 2000-gebied. Dat is niet juist. Verweerder heeft onvoldoende serieus naar de bezwaren tegen het advies van de gemeentelijke bomendeskundige gekeken. Eiser legt zelf ook een deskundigenadvies over. Daar komt een veel genuanceerder beeld uit naar voren. De boom verkeert in matige conditie en staat te dicht op andere bomen. De boom heeft behoorlijk wat dood hout en schimmel op de bladeren. Bijsnoeien is niet mogelijk zonder ook aan de andere kant gewicht weg te nemen. Als men dat doet is de kans groot dat de boom afsterft, omdat dan meer dan 25% bladmassa moet worden weggenomen. Dat is meer dan een boom normaliter kan verdragen.
7.2
Verweerder stelt dat bij iedere aanvraag om omgevingsvergunning voor het kappen van een boom, advies wordt gevraagd aan een bomendeskundige. In dit geval heeft [naam] advies uitgebracht. Verweerder gaat uit van zijn deskundigheid op dit gebied. Uitgangspunt is dat in beginsel niet wordt meegewerkt aan het kappen van gezonde bomen die niet (acuut) gevaarlijk zijn. In het verweerschrift benadrukt verweerder dat zijn bomendeskundige is opgeleid tot Opzichter Uitvoerder van groenvoorzieningen. De bomendeskundige heeft meer dan 45 jaar ervaring in dit vak. De conclusie van de bomendeskundige is, nadat hij op locatie is geweest, dat de boom in goede conditie verkeert. Er dreigt geen acuut gevaar dat het kappen van de boom noodzakelijk maakt. Verweerder ziet geen aanknopingspunten voor vooringenomenheid. Hetgeen eiser naar voren heeft gebracht biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat persoonlijke belangen of voorkeuren van de boomdeskundige de besluitvorming van verweerder hebben beïnvloed. Eiser heeft de gestelde vooringenomenheid niet met objectieve gegevens aannemelijk gemaakt. Dat eiser van mening is dat de motivering van het besluit niet voldoende was, maakt nog niet dat met vooringenomenheid is gehandeld.
7.3
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het advies van de bomendeskundige aan zijn besluit ten grondslag mogen leggen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het advies onzorgvuldig of vooringenomen is. Het advies is opgebouwd aan de hand van het toetsingskader. Per toetsingspunt heeft de deskundige een motivering gegeven. Dat de conclusie al meteen bovenaan staat, getuigt niet van vooringenomenheid, maar past bij de opbouw van het rapport. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het advies dat de deskundige een goed beeld heeft van het toetsingskader dat hij dient langs te lopen. Dit heeft zijn weerslag in het advies. Dat de gezondheid van de boom geen toetsingscriterium zou zijn, volgt de rechtbank niet. Dit is vervat in het criterium ‘de ecologische waarde’, het eerste criterium uit de APV, zoals ook ter zitting door verweerder bevestigd. Uit de uitgewerkte afwegingscriteria (zie bijlage) kan worden afgeleid dat de gezondheid van de boom onder dit criterium valt. Zelfs een dode boom kan ecologische waarde hebben, staat daar te lezen.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, rechter, in aanwezigheid van mr. N.L. Pruntel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 november 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
Bomenbeleidsplan Bergen (2015)
(…)
Bijlage 4 Afwegingscriteria bij behandeling kapaanvraag
Inleiding
Bij de behandeling van een aanvraag om te kappen wordt een afweging gemaakt tussen het
belang van verlening van de vergunning en de waarden die kunnen leiden tot weigering van
de vergunning. Onderstaand een uitwerking van de afwegingscriteria.
Criteria voor verwijdering van een boom
Redenen om een boom te verwijderen komen voort uit overlast, of sterk verminderde vitaliteit van een boom, of er is sprake van een dringende reden vanuit algemeen belang (overheid) of persoonlijk belang (particulier), zoals een bouwplan of herinrichting van de openbare ruimte.
De belangrijkste vormen van overlast zijn:
- Overlast van de boom door bijvoorbeeld lichtreductie of schaduwvorming;
- Een te grote boom t.o.v. de grootte van de tuin;
- Gevaarzetting van de boom.
Hierbij dient opgemerkt te worden dat overlast veroorzaakt door blad, bloesem, vruchten,
pollen of plagen alleen in extreme vorm als motivering voor de kap van een boom wordt
meegenomen. Voor bomen met hoge gevaarzetting zal, ongeacht de waarde, al gauw een
kapvergunning worden verleend.
Een aantal veel voorkomende redenen voor de kap van bomen nader uitgewerkt:
a. Zieke of afgestorven bomen
Diverse boomziekten kunnen andere bomen besmetten en brengen onomkeerbare
processen van rot en/of afsterven teweeg, waardoor bomen op termijn tevens gevaarlijk
kunnen worden voor hun omgeving.
b. Schaduwoverlast
Bij schaduwoverlast wordt beoordeeld hoeveel overlast er is. Een boom met een standplaats
ten noorden/of oosten van de woning geeft minder schaduwoverlast dan een boom op het
zuiden of westen. Bij bomen die wintergroen zijn (coniferen) of die een zeer dichte
takkenstructuur hebben kan er sprake zijn van schaduwoverlast gedurende het gehele jaar.
Het enkele feit dat een boom teveel schaduw geeft op zonnepanelen is geen reden tot kap.
c. Dreigend gevaar voor de omgeving
Als gevolg van scheefgroei, weersomstandigheden (blikseminslag/storm) of door instabiliteit kunnen bomen dusdanig scheef staan of slecht verankerd zijn, dat ze een gevaar voor de omgeving kunnen opleveren.
d. Dunning
Snelgroeiende en zichzelf uitzaaiende bomen kunnen hinder opleveren door hun talrijkheid.
Indien bomen binnen een groep dicht op elkaar staan, kan dit problemen geven bij de groei,
waarbij zelfs verstikking kan optreden. Als dit het geval is en snoeien geen oplossing biedt,
kan dat een reden zijn om een kapvergunning te verlenen, waarbij het uitgangspunt is de
beste bomen te behouden. Het dunnen mag niet leiden tot aantasting van het verband van
de boomgroep waardoor de overblijvende bomen instabiel worden en een grote kans lopen
om te waaien.
e. Aantoonbare schade door bomen of houtopstand aan onder- en bovengrondse
infrastructuur
Schade aan onder- of bovengrondse infrastructuur kan soms veroorzaakt worden door
houtopstand. Mocht schade aantoonbaar ontstaan zijn door houtopstand en slechts kunnen
worden hersteld na kappen of verplanten van de boom of houtopstand, of indien de schade
aanzienlijk verergert als de boom of houtopstand op zijn plaats blijft, dan kan op grond van
dit criterium een kapvergunning worden verleend.
f. Aantoonbare schade door houtopstand aan constructies
Dit criterium is bedoeld om schade aan gebouwen tegen te gaan. De schade dient wel
aantoonbaar te worden veroorzaakt door houtopstand. Wanneer schade door snoei of
technische maatregelen niet valt te verhelpen, dan kan dit een reden zijn om een vergunning
tot kappen te verlenen.
g. Herprofilering en herinrichting
In het kader van ruimtelijke ordening, herinrichtings- en onderhoudsprojecten, waaronder
aanleg en onderhoud van nutsvoorzieningen, kan het kappen van houtopstand noodzakelijk
zijn. Het uitgangspunt bij projecten is dat de aanvrager van de kapvergunning aannemelijk
dient te maken dat de kap van de bomen of houtopstand noodzakelijk is in het kader van het
betreffende project en welke maatregelen er worden genomen om bomen te ontzien. Van
geval tot geval wordt bekeken of aannemelijk is gemaakt dat kappen inderdaad noodzakelijk
is. Wanneer het na weging van belangen en waarden, niet mogelijk is bomen in de nieuwe
situatie in te passen, dan kan dat een reden zijn om te besluiten te kappen, verplanten of in
de directe nabijheid herplant plaats te laten vinden. Deze keuzes rond bomen komen terug in
de besluitvorming van de aanvraag.
h. Overige criteria
Naast de bovengenoemde criteria kan er altijd sprake zijn van een afwijkend
afwegingscriterium. Dit criterium dient bij de aanvraag en publicatie goed te worden
toegelicht.
Waarden houtopstand
De belangen die aan de kapaanvraag ten grondslag liggen, worden afgewogen tegen de
waarden van de houtopstand. Hierbij gaat het om ecologische waarden, landschappelijke en
stedebouwkundige waarden, cultuurhistorische waarden, waarden voor recreatie en
leefbaarheid. Er is geen rangorde in de genoemde waarden.
a. Ecologische waarden
Bij het beoordelen van het belang van de kapaanvraag is de ecologische waarde van een
boom van belang. De ecologische waarde van een boom wordt bepaald door de
aanwezigheid van onder meer bloesem, vruchten en holten, bijzondere plantengroei op de
boom, de invloed op de bodemhuishouding en de nestel- of schuilgelegenheid voor bepaalde
diersoorten. Ook dode bomen kunnen ecologisch waardevol zijn voor onder andere vogels
(uilen) en bepaalde flora (schimmels).
b. Landschappelijke/stedenbouwkundige waarden
Het gaat hier om visuele en structuurbepalende kwaliteiten van houtopstand in relatie tot
architectonisch waardevolle bouwwerken, stedenbouwkundig interessante elementen en
andere structuren. Sommige bomen of houtopstanden zijn voor een bepaald gebied
beeldbepalend of zelfs monumentaal te noemen. Het kappen heeft een grote impact en de
boom is daardoor belangrijk voor het ruimtelijke beeld. Hoewel iedere boom een visuele
kwaliteit heeft in een stedelijke omgeving heeft niet iedere boom een belangrijke
stedenbouwkundige of landschappelijke waarde.
Feiten
Met het grenzen aan een Natura 2000-gebied is bedoeld dat de wijk grenst aan dit gebied, niet specifiek de tuin van eiser.De door eiser overgelegde beoordeling van het hoveniersbedrijf maakt het voorgaande niet anders. De enkele scheefstand van de boom maakt niet dat de boom ongezond is. De conclusies in deze beoordeling zijn ook niet goed navolgbaar. Zo staat in de beoordeling dat snoeien niet mogelijk is. Deze conclusie miskent dat het snoeien van de boom niet bedoeld is om alle door eiser ondervonden hinder weg te nemen. Snoeien op de manier die verweerder heeft voorgesteld is mogelijk zonder de boom te beschadigen en is bedoeld om risico’s als windvang en vallende takken te beperken. Hetgeen eiser overigens heeft aangevoerd kan ook niet leiden tot de conclusie dat het advies van de bomendeskundige vooringenomen of onzorgvuldig is. De beroepsgrond slaagt niet.
Geen deugdelijke onderbouwing
8.1
Eiser voert aan dat verweerder stelt dat alle in artikel 4.11b genoemde weigeringsgronden van toepassing zijn, maar dat verweerder dit niet verder heeft onderbouwd. Dit is in strijd met het motiveringsbeginsel zoals geregeld in artikel 3:46 en artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb). Verweerder heeft geen blijk gegeven dat hij de belangen van eiser heeft meegewogen, maar enkel naar het advies verwezen. Hier blijkt geen deugdelijk onderbouwde belangenafweging uit. Het gaat niet enkel om voldoende licht in de tuin en afstand tot het huis, maar eiser ondervindt hinder in de vorm van minder licht in de keuken en de vallende bladeren die de regenafvoeren van het dak verstoppen met het risico van lekkage. Bovendien vreest eiser dat de boom een keer omgaat of takken verliest met schade of persoonlijk letsel als gevolg. Eiser heeft een gecertificeerd hoveniersbedrijf ingeschakeld en dit bedrijf heeft geconstateerd dat de boom te dicht op andere bomen staat, dat deze erg kwetsbaar is bij een storm, behoorlijk wat dood hout heeft, veel schimmel heeft en dat de boom gemakkelijk kan afbreken aan de onderzijde van de bast. Het afzagen van dikke takken is niet mogelijk, dat zou de boom nog verder uit balans brengen. Verweerder gaat onterecht niet in op het risico dat de scheve boom omgaat of takken verliest. Op 5 juli 2023 zijn er als gevolg van een storm daadwerkelijk enkele grote takken losgescheurd en op straat gevallen. In 2024 is ook schade aan de woning ontstaan door de boom. Als gevolg van de vele bladeren die op het platte dak vallen heeft zich een forse lekkage voorgedaan, waarbij serieuze schade is ontstaan. De deskundige heeft zich beperkt tot de vaststelling dat de boom gezond is, zonder zijn oordeel te onderbouwen. In het bestreden besluit verwijst verweerder simpelweg naar het oordeel van de commissie, terwijl de commissie stelt dat verweerder een heldere belangenafweging heeft gemaakt en niet onjuist of onvolledig is, dit is onbegrijpelijk voor eiser.
8.2
Verweerder stelt dat hij voldoende gemotiveerd heeft waarom de boom behouden moet blijven en waarom de vergunning is geweigerd. De boom staat in een tuin met de duiding Natuur Landschappelijke Waarde. Dit maakt deel uit van de ecologische waarde van de omgeving samen met het Natura 2000-gebied. De eik is de enige boom in de tuin en is van zeer hoge waarde in een steriele tuin. De boom heeft landschappelijke en stedenbouwkundige waarde, de omgeving heeft een bosrijke uitstraling en de eik maakt daar deel van uit. Als de boom wordt gekapt is dit van invloed op het ruimtelijk beeld. Mede vanwege de ouderdom van de boom heeft deze cultuurhistorische waarde. De beeldbepalende waarde volgt uit het feit dat de boom meer dan 60 jaar oud is en ‘opgegroeid’ is met de twee andere bomen. Het is als het ware een drie-eenheid die samen beeldbepalend is. Samen met de twee andere bomen vormt dit een bosje. Nu de eik de enige boom is in de tuin van eiser heeft deze ook waarde voor recreatie en leefbaarheid. Tot slot is de boom gezond. Elke boom kan wel omvallen met een storm, maar dat is geen reden om over te gaan tot het kappen. Uit het advies blijkt dat er niks mankeert aan de boom en dat deze op voldoende afstand van de woning groeit. De boom staat een beetje schuin, maar dit komt omdat hij het licht zoekt. Er is geen andere (aangetoonde) oorzaak. Verweerder stelt dat er andere manieren zijn om de problemen van eiser te voorkomen en/of op te lossen. De beoordeling van de hovenier stelt dat de conditie van de boom ‘matig’ is. Niet is gebleken echter dat de boom ziek of zo slecht is dat de boom een acuut gevaar oplevert voor de omgeving dat moet worden overgegaan tot de kap van de boom. De storm die eiser noemt waarbij de boom is beschadigd heeft gewoed na de datum waarop de beslissing op bezwaar is genomen en valt daarmee buiten de omvang van het geschil. Verweerder ziet geen aanleiding het bestreden besluit te heroverwegen. Mogelijk stormrisico is geen reden om een omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een gezonde boom.
8.3
Naar het oordeel van de rechtbank is van een motiveringsgebrek geen sprake. Voor zover dit al een gebrek was in de primaire fase, is dit hersteld in bezwaar. De invulling van de weigeringsgronden en de belangen van eiser zijn besproken tijdens de hoorzitting en het is ook uitgebreid gemotiveerd in het verweer in bezwaar, welke onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
Onjuist uitvoeren van verkregen bevoegdheid
9.1
Eiser voert aan dat de APV aan verweerder een bevoegdheid toekent om te besluiten over kapvergunningen, verweerder heeft deze bevoegdheid doorgegeven aan alle medewerkers van het Team Vergunningen waarbij is aangegeven dat besluitvorming moet plaatsvinden op basis van het 4-ogen principe. Dat is in dit geval niet gebeurd. De medewerkster van Team Vergunningen heeft het advies van de deskundige om de vergunning te weigeren integraal overgenomen. Verweerder heeft per e-mail van 6 september 2023 erkend dat hij niet kan aantonen dat een tweede medewerker het besluit heeft gecontroleerd zoals voorgeschreven. Hierdoor is het ondeugdelijk gemotiveerde en vooringenomen advies tot een formeel besluit geworden. De ‘reparatie’ van deze onjuiste gang van zaken in het bestreden besluit, doet daar niet inhoudelijk aan af.
9.2
Verweerder stelt dat bij een aanvraag om een kapvergunning advies wordt ingewonnen bij een bomendeskundige. Nu dit advies verweerder niet kennelijk onredelijk voorkomt, de inhoud van het advies niet gebrekkig acht en het advies niet onzorgvuldig tot stand is gekomen, heeft verweerder het advies van de deskundige gevolgd. Tijdens de hoorzitting is al ingegaan op dit punt. Het is niet zo dat de niet bevoegde gemeentelijke bomendeskundige op de aanvraag heeft beslist, verweerder heeft dit advies ten grondslag gelegd aan zijn besluit. Het besluit is genomen door de medewerker vergunningen Wabo. Er is geen officieel en formeel document waarin het 4-ogenprincipe is vastgelegd. Dit houdt in dat er geen extra akkoord van een collega moet zijn. In het verweerschrift stelt verweerder dat het ook mogelijk is om een conceptbesluit te bespreken met een collega of door de inhoud te bespreken. Het niet volgen van het zogenaamde 4-ogenconcept levert geen formeel gebrek op in de besluitvorming.
9.3
De rechtbank volgt verweerder in bovenstaande. Voor zover het niet volgen van het 4-ogenprincipe al een formeel gebrek was in de primaire besluitvormingsfase, is dit met de volledige heroverweging in bezwaar hersteld. Deze beroepsgrond kan daarom niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden. De beroepsgrond slaagt niet.
Feiten
Beroep op artikel 4:6 van de Awb
10.1
Eiser voert onder verwijzing naar artikel 4:6 van de Awb aan dat naar aanleiding van de storm op 5 juli 2023 en de lekkage in 2024 door verweerder opnieuw inhoudelijk naar het besluit had moeten worden gekeken, dit heeft eiser ook aan verweerder laten weten. Eiser heeft verweerder per e-mail op de hoogte gesteld van de zich voorgedane schade, hij had verwacht dat dit reden zou zijn het bestreden besluit te heroverwegen. Het besluit zou mogelijk anders zijn geweest met de wetenschap van nu. Er is echter nooit een reactie op ontvangen.
10.2
Verweerder stelt dat de incidenten geen aanleiding geven om het bestreden besluit te heroverwegen. Daarbij merkt verweerder op dat wat daar verder ook van zij, mogelijk stormrisico geen reden is om een vergunning te verlenen voor het kappen van een gezonde boom.
10.3
De rechtbank stelt voorop dat artikel 4:6 van de Awb niet aan de orde is, aangezien dit artikel ziet op de situatie dat een nieuwe aanvraag wordt gedaan na een afwijzende beschikking. Eiser heeft geen nieuwe aanvraag gedaan. De rechtbank begrijpt het betoog van eiser als dat deze twee incidenten aantonen dat verweerder de situatie verkeerd heeft beoordeeld en dat verweerder daarom tot een andere afweging had moeten komen. De rechtbank volgt eiser hierin niet. De boom heeft inmiddels ten minste twee stormen doorstaan zonder om te vallen. In zoverre vormt de boom dus geen gevaar. Dat er takken uit de boom vallen is inherent aan een boom (los van gezondheid van de boom). Dit kan worden ingeperkt door de boom op een verantwoorde wijze te snoeien. De door eiser ervaren hinder in de vorm van bladval is inherent aan het wonen in een bosrijke omgeving. Bladval kan naar het oordeel van de rechtbank niet als (overmatige) hinder worden aangemerkt. Voor zover eiser betoogt dat dat de schade aan zijn dak rechtstreeks door deze boom is ontstaan, kan de rechtbank eiser evenmin volgen. Los van het feit dat er nabij het huis van eiser meer bomen staan die blad verliezen, kan van iemand die woont in een bosrijke omgeving verwacht worden dat hij regelmatig zijn daken en dakgoten schoonmaakt. Dit heeft eiser te accepteren nu hij woont in een bosrijke omgeving. De beroepsgrond slaagt niet.
Gelijkheidsbeginsel
11.1
Eiser voert aan dat gelijke gevallen in beginsel gelijk moeten worden behandeld. Eiser heeft alle gepubliceerde aanvragen voor een kapvergunning voor zijn wijk en de naastgelegen wijk, die beide aan hetzelfde natuurgebied grenzen, gegevens opgevraagd. Hieruit blijkt volgens eiser dat de stellingen van verweerder over zijn beleid met betrekking tot kapvergunningen niet in lijn zijn met eerder genomen besluiten. Ter zitting heeft eiser specifiek gewezen op de kapvergunning die verleend is voor het adres [straat] [nummer] . Verweerder is niet consistent bij het toetsen aan de weigeringsgronden zoals opgenomen in de APV of de eigen weigeringsgronden, hierdoor worden vergelijkbare gevallen niet gelijk behandeld. Ook merkt eiser op dat bij onderhavige weigering als motivering wordt gewezen naar het naastgelegen Natura 2000-gebied, terwijl verweerder in 2023 een kapvergunning heeft afgegeven voor 13.000 bomen in dit gebied. Daarover heeft verweerder bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) verdedigd dat er geen gronden waren om te weigeren.
11.2
Verweerder stelt dat bij het beoordelen of een kapvergunning verleend dan wel geweigerd dient te worden, gekeken wordt naar de waarde(n) van de betreffende boom. Er wordt een belangenafweging gemaakt tussen de waarde(n) en de reden voor het kappen van de houtopstand. Bij elke vergunningsaanvraag, en elke boom, worden deze belangen afgewogen. In de door eiser aangedragen gevallen waar wel een vergunning is verleend, heeft de weging anders uitgepakt. Er is geen sprake van gelijke gevallen. Wat betreft [straat] [nummer] heeft verweerder in bezwaar toegelicht dat dit een perceel is met veel bomen. Omdat veel bomen daarvan oud zijn, heeft verweerder meegedacht met het beheer daarvan. Een dunning, een selectieve kap, behoort dan tot de mogelijkheden zonder het beeld van een bostuin aan te tasten. Dat is dus een heel andere situatie dan het geval is bij eiser.
11.3
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende onderbouwd duidelijk gemaakt dat van een nagenoeg identiek geval bij de door eiser aangedragen voorbeelden geen sprake is. Iedere door eiser aangedragen vergunning is door een samenstel van verschillende factoren tot een andere afweging gekomen. Daardoor is van een nagenoeg identiek geval aan de situatie van eiser geen sprake. Eiser is er niet in geslaagd een geval aan te dragen waarbij alle relevante omstandigheden gelijk waren aan zijn situatie.
Evenredigheidsbeginsel
12.1
Eiser voert aan dat het besluit onevenredig is. Verweerder had naar de geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid moeten kijken. Dat volgt uit de uitspraak van de Afdeling, van 2 februari 2022. Het besluit is niet noodzakelijk omdat eiser heeft aangeboden om een nieuwe boom te planten op een andere plek in de tuin zonder hinder zodat het aantal bomen gelijk blijft. Ook naar de evenwichtigheid is onvoldoende gekeken, eiser heeft onevenredig nadelige gevolgen ten opzichte van het belang van verweerder om één van de vele bomen te houden om de omgeving ‘groen’ te houden. Voor zover er al een belangenafweging is gemaakt is niet voldaan aan artikel 3:4, eerste lid, van de Awb. Volgens vaste jurisprudentie moet de belangenafweging ook kenbaar en inzichtelijk maken hoe de belangen van de aanvrager bij het besluit zijn meegewogen. Hier is geen sprake van, het besluit kan niet in stand blijven.
12.2
Verweerder stelt dat de belangen van eiser een aspect vormen dat moet worden meegenomen bij de belangenafweging, maar dat niet is gebleken dat de overlast van dien aard is dat de kapvergunning in redelijkheid moest worden afgeven. De voor eiser nadelige gevolgen van het besluit zijn niet onevenredig in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Het middel is geschikt om het dorp ‘groen’ te houden. De weigering is noodzakelijk omdat voor het kappen van bomen een kapvergunning nodig is. Het is noodzakelijk om een besluit te nemen omdat met het besluit wordt voorkomen dat er een onomkeerbaar gevolg intreedt. Het besluit treft eiser niet onevenredig zwaar in zijn belangen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat voor hem een situatie is ontstaan waarin het besluit niet meer evenredig is met het te dienen doel. Eiser kan de hinder die hij ervaart verminderen door bijvoorbeeld de boom te snoeien. De mogelijke verstopping van dakgoten en afvoeren kan worden voorkomen door het regelmatig schoonmaken daarvan, dit is een normale activiteit die eiser niet onderscheidt van anderen die bladeren in de dakgoten en afvoeren hebben. Van bewoners mag worden verwacht dat zij deze overlast, die hoort bij de natuurlijke gesteldheid van bomen, dulden.Voor zover eiser van mening is dat in het primaire besluit niet voldoende is gemotiveerd waarom geen vergunning is verleend, is dit verzuim hersteld in het bestreden besluit. Immers, eiser heeft in bezwaar al zijn gronden naar voren kunnen brengen. Ook de commissie heeft geoordeeld dat in het verweer in bezwaar in voldoende mate is ingegaan op de bezwaren van eiser. Ten overvloede merkt verweerder nog op dat in beginsel nooit wordt meegewerkt aan het kappen van gezonde bomen die niet (acuut) gevaarlijk zijn. Verweerder is van oordeel dat het belang van eiser dat gelegen is in het wegnemen van de hinder die de boom veroorzaakt door vermindering van licht, vallende bladeren en mogelijke stormschade, niet opweegt tegen het algemeen belang van dat gediend is met het in standhouden van de groen structuur en het gevoel van ‘wonen in het bos’.