Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-23
ECLI:NL:RBNHO:2024:11233
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,809 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10609665 / CV EXPL 23-4390
Uitspraakdatum: 23 oktober 2024
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
De Nederlandse Kluis B.V.
gevestigd te Rotterdam
de eisende partij
gemachtigde: AGIN Timmermans Gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
wonende in de gemeente [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
Procesverloop
1.1.
Bij tussenvonnis van 31 januari 2024 (hierna: het tussenvonnis) heeft de kantonrechter de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van bepaalde bedingen uit de toepasselijke algemene voorwaarden van de eisende partij. Dit heeft zij gedaan bij akte van 28 februari 2024 (hierna: de akte).
2De verdere beoordeling
Incassokosten en schadevergoeding
2.1.
In de akte heeft de eisende partij gesteld dat de betreffende bedingen niet zijn bedoeld om klanten te benadelen en/of de wederzijdse verplichtingen ten nadele van consumenten te verstoren. Verder heeft de eisende partij gesteld dat haar vorderingen niet voortvloeien uit deze (oneerlijke) bedingen. Zij heeft toegelicht dat deze bedingen in beginsel wel als “trigger” kunnen dienen voor zakelijke klanten om de overeenkomst na te komen.
2.2.
De kantonrechter volgt deze stellingen niet. Uit artikel 7 van de algemene voorwaarden blijkt niet dat het beding alleen van toepassing is op zakelijke overeenkomsten. Dat de eisende partij zich in de praktijk niet beroept op de bepalingen in de algemene voorwaarden is niet relevant. Het gaat erom dat de eisende partij op grond van de bepalingen in de overeenkomst de mogelijkheid heeft meer kosten dan wettelijk is toegestaan in rekening te brengen en dat de bepalingen het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk kunnen verstoren. In zo’n geval bestaat er daarom geen recht op de gevorderde wettelijke vergoeding. In de toelichting van de eisende partij ziet de kantonrechter dan ook geen aanleiding voor een ander oordeel over de oneerlijkheid van de bedingen dan in het tussenvonnis.
2.3.
Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 7 van de algemene voorwaarden voor zover dit beding ziet op buitengerechtelijke incassokosten en schadevergoeding. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen. De eisende partij heeft analoge toepassing bepleit van wat in overweging 2.12 van het tussenvonnis ten aanzien van de toewijsbaarheid van de proceskosten is overwogen. Daarvoor bestaat evenwel geen grond. Op grond van artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de (kanton)rechter gehouden om de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te veroordelen. Ten aanzien van buitengerechtelijke incassokosten bestaat zo’n wettelijke bepaling niet.
2.4.
De kantonrechter heeft in overweging 2.7 van het tussenvonnis een onderdeel van artikel 9 van de algemene voorwaarden als (mogelijk) onredelijk bezwarend aangemerkt. Omdat dit onderdeel geen verband houdt met de vordering, zal de kantonrechter niet overgaan tot vernietiging daarvan. Hoofdsom
2.5.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 212,75. Dit bedrag bestaat uit € 211,20 aan hoofdsom, € 40,00 incassokosten en € 4,55 aan rente, waarop op 17 maart 2023 een bedrag van € 43,00 in mindering is voldaan. Gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW en wat hiervoor is overwogen, strekt deze betaling eerst in mindering op de rente en vervolgens op de toewijsbare hoofdsom. Dat betekent dat een bedrag van € 172,75 aan hoofdsom zal worden toegewezen. Ontbinding en ontruiming
2.6.
Zoals in het tussenvonnis is geoordeeld wordt de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst toegewezen omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Hetzelfde geldt voor de gevorderde ontruiming van de kluis.
Betalingsverplichting na 23 september 2023
2.7.
Ook de vordering tot betaling van de huur na 23 september 2023 tot het moment van ontruiming, vermeerderd met de overeengekomen indexatie, wordt toegewezen. De indexatie van de huurprijs is gebaseerd op artikel 6 van de algemene voorwaarden. De kantonrechter heeft dit beding getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Proceskosten
2.8.
De gedaagde partij wordt (grotendeels) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 172,75, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 27 juni 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij de kluis met nummer 5-451, staande en gelegen te [plaats], aan het adres [adres], binnen een maand na betekening van dit vonnis met al wat zich daarin vanwege de gedaagde partij mocht bevinden te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van de eisende partij te stellen, bij gebreke waarvan de ontruiming gedwongen zal plaatsvinden door een gerechtsdeurwaarder;
3.4.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van de jaarlijkse huur van € 211,20, vermeerderd met indexatie als overeengekomen, voor ieder jaar of gedeelte daarvan dat de gedaagde partij de kluis na 23 september 2023 in haar bezit houdt of niet ter beschikking van de eisende partij stelt;
3.5.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
€ 107,84 wegens dagvaardingskosten,
€ 128,00 wegens griffierecht
€ 82,00 wegens salaris gemachtigde en
€ 41,00 wegens nakosten;
3.6.
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter