Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:10924
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,090 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer / rolnummer: C/15/354762 / HA ZA 24-404
Vonnis in incident van 16 oktober 2024
in de zaak van
[eiser]
,
wonende te [plaats 1],
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het incident,
advocaat mr. R.A.W. van Oudheusden te Oosterhout,
tegen
1de maatschap [gedaagde 1] ADVOCATEN,
gevestigd te [plaats 2],
2. MR. [gedaagde 2],
kantoorhoudende en mede woonplaats hebbende te [plaats 2],
gedaagden in de hoofdzaak,
eisers in het incident,
advocaat mr. H.M. Kruitwagen te Arnhem.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding;
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
de akte tot referte inzake het vrijwaringsincident.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
Beoordeling
2.1.
[eiser] vordert in de hoofdzaak samengevat veroordeling van [gedaagden] tot betaling aan hem van € 68.163,45 te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag der algehele voldoening en te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten, proceskosten en nakosten.
2.2.
[gedaagden] vordert in het incident dat haar wordt toegestaan [bedrijf] B.V. in vrijwaring op te roepen.
2.3.
[gedaagden] legt aan haar vordering samengevat het volgende ten grondslag. [eiser] heeft [gedaagden] aansprakelijk gesteld wegens het niet tijdig laten uitbrengen van een herstelexploot in hoger beroep van een van de door [gedaagden] namens [eiser] gevoerde procedures. [gedaagden] had de opdracht voor het uitbrengen van het herstelexploot gegeven aan [bedrijf] B.V. [bedrijf] B.V. was verantwoordelijk voor het tijdig uitbrengen van het herstelexploot, aldus [gedaagden] Verder heeft [bedrijf] B.V. de aansprakelijkheid voor het te laat uitbrengen van het exploot aanvaard. [gedaagden] stelt dat voor het geval in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat [gedaagden] aansprakelijk is tegenover [eiser], [bedrijf] B.V. dan de schadevergoeding waartoe [gedaagden] in de hoofdzaak (hoofdelijk) mochten worden veroordeeld, op zich moeten nemen.
2.4.
[eiser] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
2.5.
De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen, dit in een zoveel mogelijk tegelijkertijd met de hoofdzaak te behandelen vrijwaringszaak.
2.6.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
2.7.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
3.1.
staat toe dat [bedrijf] B.V. door [gedaagden] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 27 november 2024,
3.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
3.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 27 november 2024 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Pott Hofstede en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2024.
type: 1835