Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-09-16
ECLI:NL:RBNHO:2024:10849
Bestuursrecht
Wraking
863 tokens
Dictum
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker]
wonende te Vijfhuizen, hierna te noemen: verzoeker.
Het verzoek is gericht tegen:
de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem
hierna te noemen: de rechtbank.
1Het procesverloop
1.1
Verzoeker heeft op 16 september 2024 schriftelijk, door middel van drie e-mails, de wraking verzocht van de rechtbank. Het gaat om de zaken van verzoeker die aanhangig zijn bij deze rechtbank, team Bestuur Algemeen/VK, locatie Haarlem, met als zaaknummers HAA 22/998, HAA 19/2810 en HAA 24/1239, hierna te noemen: de hoofdzaken.
1.2
De wrakingskamer heeft op grond van artikel 5, tweede lid, onder e van het Wrakingsprotocol besloten dat zonder mondelinge behandeling op het wrakingsverzoek zal worden beslist.
1.3
De hoofdzaken zullen ter zitting behandeld worden op 17 september 2024. De wrakingskamer heeft daarom bepaald dat er vandaag uitspraak zal worden gedaan.
Beoordeling
2.1
Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Alleen de rechter die de zaak behandelt, waarin de verzoeker tot wraking partij is, kan worden gewraakt. Uitgangspunt bij de beoordeling is voorts dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Wraking van een rechter is daarom slechts aan de orde indien, kort samengevat, de rechter (i) jegens een partij een vooringenomenheid koestert of (ii) wanneer de schijn van partijdigheid gewekt is.
2.2
Omdat het wrakingsverzoek van verzoeker ziet op de gehele rechtbank en dus op alle rechters en medewerkers, verklaart de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk op grond van artikel 5, tweede lid, aanhef en onder e, van het Wrakingsprotocol. Een wrakingsverzoek moet, gezien op artikel 8:15 van de Awb, betrekking hebben op de met de behandeling van de zaak belaste rechter(s). Het verzoek kan niet tegen het hele college gericht zijn. Voorts kunnen andere medewerkers van de rechtbank dan rechters niet worden gewraakt, zodat het verzoek ook in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk is.
Dictum
De wrakingskamer:
3.1
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
3.2
bepaalt dat de procedure in de hoofdzaken met zaaknummers HAA 22/998, HAA 19/2810 en HAA 24/1239 worden voortgezet in de stand waarin deze zich ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking bevonden;
3.3
beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter,
mr. E. Jochem en mr. T. van Muijden, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van F.M. Groen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op
16 september 2024.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.