Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-02
ECLI:NL:RBNHO:2024:10570
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Bodemzaak
1,903 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10787207 \ CV EXPL 23-7300
Uitspraakdatum: 2 oktober 2024
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser], wonende te [plaats]
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
De vennootschap naar buitenlands recht
Pegasus Hava Tasimaciligi Anonim Sirketi, mede handelende onder de naam Pegasus Airlines
gevestigd te Istanbul, Turkije
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. P. Frühling
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter oordeelt dat 1,5 uur van de vertraging veroorzaakt is door een buitengewone omstandigheid waardoor er minder dan 3 uur vertraging overblijft. De vordering wordt aldus afgewezen.
1Het procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 25 augustus 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Istanbul Sabiha Gökçen International Airport (Turkije), met vlucht PC1252 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
Geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 72,60, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
Ook verzoekt de passagier de kantonrechter om een certificaat af te geven zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening 1215/2012 (hierna: de Brussel I bis-Verordening).
3.4.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden en de vertraging ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden.
4.3.
De vervoerder stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van beperkingen door de luchtverkeersleiding. Volgens de vervoerder heeft de luchtverkeersleiding een aangepaste vertrektijd (CTOT) opgelegd aan de vlucht. De CTOT van de vlucht was om 12:44 uur. Deze is door de luchtverkeersleiding uitgesteld tot 14:19 uur. Zonder deze wijziging zou de vertraging minder dan drie uur bedragen hebben. De reden van de beperkingen was grote drukte op Schiphol, aldus de vervoerder (zie de overgelegde CTOT-berichten, eigen berichtgeving en een intern ‘Operations Control Centre’-rapport van de vervoerder).
4.4.
De passagier betwist dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van drukte op Schiphol. Volgens de passagier blijkt uit het jaaroverzicht en een nieuwsbericht dat de drukte geen belemmering voor de uitvoering van vluchten vormden. Daarnaast was de vlucht in kwestie de enige vlucht die met een vertraging van meer dan drie uur werd uitgevoerd Ten slotte voert hij aan dat de voorgaande vlucht al vertraagd was en dat de vervoerder dus al kon weten dat er een vertraging was en zat aan te komen.
4.5.
De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat uit de vertragingscodes blijkt dat de CTOT werd gewijzigd door van de luchthavenverkeersleiding. Het ‘Operations Control Centre’-rapport vermeldt namelijk vertragingscode 81, hetgeen staat voor ‘Air Traffic Control En-route Demand/Capacity Problems’. Weliswaar was de vlucht al vertraagd door voorgaande rotaties, maar daaruit dit was niet de oorzaak van de aanvullende vertraging, aldus de vervoerder.
4.6.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder met de overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vlucht met een uur en 35 minuten vertraagd werd door beperkingen van de luchtverkeersleiding. Als een vlucht een beperking door de luchtverkeersleiding krijgt opgelegd, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit is dus niet inherent aan de uitvoering van het bedrijf van de vervoerder en deze kan daar ook geen daadwerkelijke invloed op uitoefenen. De reden van de beperkingen doet daar in beginsel niet aan af.
4.7.
Niet in geschil is de totale vertraging van de vlucht 3 uur en 12 minuten bedroeg. Na aftrek van de vertraging vanwege buitengewone omstandigheden, resteert een vertraging van minder dan drie uur. Daarom is de langdurige vertraging van de passagier op de eindbestemming het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.8.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen. De vervoerder stelt dat hij de beperkingen van de luchtverkeersleiding, ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen, niet kon voorkomen. De passagier heeft dit niet betwist. Daarom is dit vast komen te staan. De vordering van de passagier zal daarom worden afgewezen.
4.9.
De passagier zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vorderingen van de passagier af;
5.2.
veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter