Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2024-10-03
ECLI:NL:RBNHO:2024:10165
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,207 tokens
Inleiding
RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/354542 / KG ZA 24-394
Herstelvonnis in kort geding van 2 oktober 2024
in de zaak van
[eiser] ,
handelend onder de naam [naam],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. C.A. Gentile Martin,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE DRECHTERLAND,
te Bovenkarspel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat mr. M.C. Jonkman,
en
de naamloze vennootschap
LIANDER N.V.,
te Arnhem,
tussenkomende partij,
advocaat mr. F.J.J. Cornelissen.
1Het verzoek tot aanvulling
1.1.
Op 10 september 2024 heeft de advocaat van Liander de voorzieningenrechter verzocht om een aanvulling van het op 9 september 2024 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat alsnog een beslissing wordt genomen over de proceskosten zijdens Liander in de hoofdzaak. Liander verzoekt alsnog te beslissen over de door haar gemaakte kosten.
1.2.
De advocaat van [eiser] heeft gereageerd op het verzoek en is van mening dat het vonnis niet hoeft te worden aangevuld, omdat de voorzieningenrechter in rechtsoverweging 1.3 al een beslissing heeft genomen over de kosten aan de zijde van Liander, te weten compensatie van kosten.
Beoordeling
2.1.
De voorzieningenrechter stelt vast dat in genoemd vonnis nog niet is beslist op de proceskosten aan de zijde van Liander in de hoofdzaak. In rechtsoverweging 1.3 van het vonnis is uitsluitend overwogen dat de voorzieningenrechter ter zitting mondeling heeft beslist op de vordering tot tussenkomst en dat in dat incident de kosten zullen worden gecompenseerd. Op de kosten aan de zijde van Liander in de hoofdzaak is ten onrechte niet beslist. De voorzieningenrechter zal het vonnis van 9 september 2024 daarom op de voet van artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aanvullen als hierna te melden.
2.2.
[eiser] is in de hoofdzaak in het ongelijk gesteld. Dit betekent dat [eiser] ook de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van Liander moet betalen. Deze kosten worden begroot op:
- griffierecht
€
688,00
- salaris advocaat
€
1.107,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.973,00
Dictum
De voorzieningenrechter:
3.1.
bepaalt dat in het dictum van het vonnis waar staat
“5.3. verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad”
dit wordt gewijzigd in
“5.3. veroordeelt [eiser] daarnaast in de proceskosten aan de zijde van Liander van € 1.973,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4
verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.”
3.2.
bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 2 oktober 2024 wordt vermeld op de minuut van 9 september 2024,
3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van 9 september 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op
2 oktober 2024.
LK/FJ