Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-19
ECLI:NL:RBNHO:2023:9258
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,756 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/138461-21 (P)
Uitspraakdatum: 19 september 2023
Tegenspraak
Vonnis
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
5 september 2023 in de zaak tegen:
[verdachte]
,
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] .
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. C.J. Booij, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S. Mabrouk, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
1Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 oktober 2020 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen openlijk, te weten, op het voetbalbalveld van [voetbalclub] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging
geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] door
- die [slachtoffer 1] een of meermalen in het gezicht en/of het lichaam te slaan en/of stompen;
- die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen/trekken/trappen en/of op die [slachtoffer 1] te gaan zitten;
- ( terwijl die [slachtoffer 1] op de grond ligt) tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en/of trappen;
- die [slachtoffer 2] in/tegen zijn nek, althans de achterkant van zijn lichaam, te trappen.
2Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Beoordeling
3.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het ten laste gelegde feit.
3.2
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit.
3.3
Vrijspraak
Op 3 oktober 2020 heeft er een voetbalwedstrijd plaatsgevonden tussen de voetbalteams [team verdachte] en [team slachtoffers] bij de [voetbalclub] . Tijdens de tweede speelhelft is er door meerdere personen geweld uitgeoefend tegen de grensrechter [slachtoffer 1] (hierna: de grensrechter) en een speler [slachtoffer 2] van het team [team slachtoffers] .
De rol van de verdachte zou zijn geweest dat hij, terwijl hij het shirt van [team verdachte] met rugnummer 11 droeg, de grensrechter een of meer vuistslagen tegen zijn linker oog zou hebben gegeven. Door de grensrechter en meerdere getuigen behorend tot het voetbalteam [team slachtoffers] is namelijk verklaard dat een speler van het voetbalteam [team verdachte] met het rugnummer 11 de grensrechter een klap op zijn oog heeft gegeven, terwijl op het wedstrijdformulier dat door de KNVB is verstrekt, met daarop de spelerslijst en bijbehorende rugnummers, bij nummer 11 de naam van de verdachte is vermeld.
De verdachte heeft iedere betrokkenheid bij het tenlastegelegde ontkend. Hij bevond zich naar eigen zeggen aan de andere kant van het speelveld toen de chaos uitbrak. Volgens de verdachte klopte het wedstrijdformulier niet en is het een dag voor de wedstrijd opgesteld door een persoon die op de bewuste dag niet bij de wedstrijd aanwezig was. De spelers pakken vaak lukraak een shirt uit de tas en zelf speelde hij de bewuste voetbalwedstrijd met rugnummer 16, aldus de verdachte.
De rechtbank overweegt als volgt. Geen van de getuigen heeft een duidelijk signalement kunnen geven van de speler van [team verdachte] met rugnummer 11. De verdenking jegens de verdachte komt daardoor hoofdzakelijk te rusten op het KNVB wedstrijdformulier. De rechtbank kan echter niet met voldoende zekerheid vaststellen dat de daarop vermelde namen en rugnummers correspondeerden met de spelers in het veld. Zo bevat het formulier in ieder geval één aantoonbare onjuistheid (op nummer 2 staat een speler vermeld die volgens getuigen van [team verdachte] in het geheel niet aanwezig was die dag). Ook de verklaring van getuige [getuige] , die heeft verklaard dat hij ervan uitging dat de personen op het formulier op hun eigen positie speelden, maakt dat niet anders. In zijn verklaring noemt hij slechts de posities waarop een bepaalde rugnummers spelen, maar koppelt dit niet aan namen van spelers.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het wedstrijdformulier onvoldoende betrouwbaar is om vast te kunnen stellen dat de verdachte met rugnummer 11 heeft gespeeld en dat het de verdachte is geweest waarover de grensrechter en de getuigen hebben verklaard.
De rechtbank is van oordeel dat op grond hiervan – nu niet is gebleken dat de verdachte op enige wijze door verbale of fysieke handelingen de geweldshandelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen aan het ontstaan of het voortduren daarvan – niet is komen vast te staan dat de verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde openlijk in vereniging gepleegde geweld tegen de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zodat het aan de verdachte ten laste gelegde feit niet kan worden bewezen en de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
4Vordering benadeelde partij
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 264.808,26 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het tenlastegelegde zou hebben geleden.
De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, de benadeelde partij niet in de vordering kan worden ontvangen.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering.
Dictum
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.J. Roos, voorzitter,
mr. N.M.L. Rogmans en mr. H. Bakker, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier, mr. J. Dommershuijzen,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 september 2023.