Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-09
ECLI:NL:RBNHO:2023:8965
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,012 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10421394 \ WM VERZ 23-216
CJIB-nummer : 250890253
Uitspraakdatum : 9 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
1Het verloop van de procedure
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 6 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Het verweer
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene erkent de gedraging, zodat deze vast staat, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat zij met het verkeer mee reed en een gevaarlijke situatie wilde voorkomen. In verband met de auto vlak achter haar zou het een zeer gevaarlijke situatie hebben opgeleverd of zou zij zelfs een botsing hebben veroorzaakt als zij hard zou hebben geremd.
Beoordeling
2.4.
De kantonrechter overweegt dat het aan betrokkene, als bestuurder, is om op de juiste wijze te anticiperen wanneer zij een verkeerslicht nadert en zo nodig al op voorhand haar snelheid en rijgedrag aan te passen. Dat betrokkene dat kennelijk niet voldoende heeft gedaan, is een omstandigheid die voor haar rekening moet blijven. Het is de kantonrechter niet gebleken dat remmen of veilig en verantwoord stoppen in dit geval niet mogelijk was. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat op de in het dossier aanwezige foto van de gedraging is te zien dat het stoplicht reeds oranje licht uitstraalt en niet is te zien dat er vlak achter betrokkene een auto rijd. De boete is dus terecht opgelegd.
2.5.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
2.6.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10421394 \ WM VERZ 23-216
CJIB-nummer : 250890253
Uitspraakdatum : 9 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
1Het verloop van de procedure
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 juni 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De boete
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 6 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom.
Het verweer
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
2.3.
Betrokkene erkent de gedraging, zodat deze vast staat, maar doet een beroep op de omstandigheden van het geval. Betrokkene stelt dat zij met het verkeer mee reed en een gevaarlijke situatie wilde voorkomen. In verband met de auto vlak achter haar zou het een zeer gevaarlijke situatie hebben opgeleverd of zou zij zelfs een botsing hebben veroorzaakt als zij hard zou hebben geremd.
Beoordeling
2.4.
De kantonrechter overweegt dat het aan betrokkene, als bestuurder, is om op de juiste wijze te anticiperen wanneer zij een verkeerslicht nadert en zo nodig al op voorhand haar snelheid en rijgedrag aan te passen. Dat betrokkene dat kennelijk niet voldoende heeft gedaan, is een omstandigheid die voor haar rekening moet blijven. Het is de kantonrechter niet gebleken dat remmen of veilig en verantwoord stoppen in dit geval niet mogelijk was. Daarbij wordt ook in aanmerking genomen dat op de in het dossier aanwezige foto van de gedraging is te zien dat het stoplicht reeds oranje licht uitstraalt en niet is te zien dat er vlak achter betrokkene een auto rijd. De boete is dus terecht opgelegd.
2.5.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
2.6.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: