Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-09
ECLI:NL:RBNHO:2023:8245
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,322 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10421024 \ WM VERZ 23-217
CJIB-nummer : 249069734
Uitspraakdatum : 9 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Adviesbureau Skandara.
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde van betrokkene betwist de gedraging heeft namens betrokkene aangevoerd dat er niet is gebleken dat er geen reële mogelijkheid was om staande te houden.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
Beoordeling
Relevant is of artikel 5 van de Wahv is geschonden. De verbalisant heeft verklaard dat de reden dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden de volgende was: “onopvallende burgerauto zonder politietransparant in burger gekleed en onderweg voor een SGBO inzet Schiphol”. De kantonrechter begrijpt hieruit dat de verbalisant geen middelen zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen voorhanden had. Aangezien sprake is van een onopvallend voertuig is verder niet relevant of dit een dienstvoertuig of privévoertuig is geweest. De verbalisant heeft voorts verklaard dat het voertuig op de snelweg met een snelheid van 100 km/u reed. Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet mogelijk om – op een veilige en verantwoorde wijze – op de snelweg met die snelheid rijdend in een onopvallend voertuig zonder stopmiddelen de aandacht van de bestuurder van een ander voertuig te trekken en dit is daarom geen reële mogelijkheid. Aldus biedt de verklaring van de verbalisant voldoende grond voor het oordeel dat zich in het onderhavige geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Er blijkt uit de stukken in het dossier en uit de aangevoerde gronden in het beroepschrift bovendien geen contra-indicatie dat er wel een mogelijkheid was tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
2.5.
Beoordeling
Op basis van de gegevens in het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging begaan is met het voertuig. De ambtenaar heeft namelijk blijkens het proces verbaal het volgende waargenomen: “Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand, ter hoogte van het stuur, vasthield. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk in het voertuig en naar het mobiel elektronisch apparaat kunnen kijken. (…) Verder zag ik dat hij in zijn rechterhand een smartphone vasthield en daarop keek terwijl hij met zijn rechterduim het beeld swypte naar een volgende pagina, of beeld. Ik zag dat hij maar zo af en toe op de weg keek…” Wat namens betrokkene wordt aangevoerd, hetgeen in de kern neerkomt op een loutere ontkenning een mobiele elektronisch apparaat te hebben vastgehouden tijdens het rijden, geeft de kantonrechter geen aanleiding tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar. Dat voor het opleggen van een boete voor de onderhavige gedraging te allen tijde een staandehouding moet plaatsvinden ter controle van het voorwerp dat is vastgehouden, vindt geen steun in het recht. De kantonrechter stelt voorop dat aanwijzingen in het feitenboekje zich richten tot de ambtenaar en dat de betrokkene, anders dan de gemachtigde kennelijk meent, daaraan geen rechten kan ontlenen. Het noteren van het type en merk van het mobiele elektronisch apparaat is dan ook niet verplicht om de gedraging vast te kunnen stellen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.6.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10421024 \ WM VERZ 23-217
CJIB-nummer : 249069734
Uitspraakdatum : 9 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Adviesbureau Skandara.
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en gemachtigde van betrokkene betwist de gedraging heeft namens betrokkene aangevoerd dat er niet is gebleken dat er geen reële mogelijkheid was om staande te houden.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
Beoordeling
Relevant is of artikel 5 van de Wahv is geschonden. De verbalisant heeft verklaard dat de reden dat geen staandehouding heeft plaatsgevonden de volgende was: “onopvallende burgerauto zonder politietransparant in burger gekleed en onderweg voor een SGBO inzet Schiphol”. De kantonrechter begrijpt hieruit dat de verbalisant geen middelen zoals een stoptransparant of optische- en geluidssignalen voorhanden had. Aangezien sprake is van een onopvallend voertuig is verder niet relevant of dit een dienstvoertuig of privévoertuig is geweest. De verbalisant heeft voorts verklaard dat het voertuig op de snelweg met een snelheid van 100 km/u reed. Het is naar het oordeel van de kantonrechter niet mogelijk om – op een veilige en verantwoorde wijze – op de snelweg met die snelheid rijdend in een onopvallend voertuig zonder stopmiddelen de aandacht van de bestuurder van een ander voertuig te trekken en dit is daarom geen reële mogelijkheid. Aldus biedt de verklaring van de verbalisant voldoende grond voor het oordeel dat zich in het onderhavige geval geen reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Er blijkt uit de stukken in het dossier en uit de aangevoerde gronden in het beroepschrift bovendien geen contra-indicatie dat er wel een mogelijkheid was tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
2.5.
Beoordeling
Op basis van de gegevens in het dossier kan worden vastgesteld dat de gedraging begaan is met het voertuig. De ambtenaar heeft namelijk blijkens het proces verbaal het volgende waargenomen: “Ik zag dat de bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat met de rechterhand, ter hoogte van het stuur, vasthield. Tijdens mijn waarneming heb ik duidelijk in het voertuig en naar het mobiel elektronisch apparaat kunnen kijken. (…) Verder zag ik dat hij in zijn rechterhand een smartphone vasthield en daarop keek terwijl hij met zijn rechterduim het beeld swypte naar een volgende pagina, of beeld. Ik zag dat hij maar zo af en toe op de weg keek…” Wat namens betrokkene wordt aangevoerd, hetgeen in de kern neerkomt op een loutere ontkenning een mobiele elektronisch apparaat te hebben vastgehouden tijdens het rijden, geeft de kantonrechter geen aanleiding tot twijfel aan de verklaring van de ambtenaar. Dat voor het opleggen van een boete voor de onderhavige gedraging te allen tijde een staandehouding moet plaatsvinden ter controle van het voorwerp dat is vastgehouden, vindt geen steun in het recht. De kantonrechter stelt voorop dat aanwijzingen in het feitenboekje zich richten tot de ambtenaar en dat de betrokkene, anders dan de gemachtigde kennelijk meent, daaraan geen rechten kan ontlenen. Het noteren van het type en merk van het mobiele elektronisch apparaat is dan ook niet verplicht om de gedraging vast te kunnen stellen. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.6.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: