Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-06-09
ECLI:NL:RBNHO:2023:8229
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,945 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10420929 \ WM VERZ 23-203
CJIB-nummer : 251669970
Uitspraakdatum : 9 juni 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
1Het verloop van de procedure
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: 16 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de foto van de gedraging erg onduidelijk is. Er is daarnaast geen hectometerpaal vermeld op de foto en is de bestuurder ook niet zichtbaar op de foto. Op de foto ontbreekt ook het bord dat de maximum snelheid aangeeft.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
Beoordeling
Artikel 5 WAHV bepaalt dat wanneer is vastgesteld dat een gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, maar niet meteen is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, de boete wordt opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Anders dan betrokkene aanvoert gaat het er dus niet om of betrokkene zelf op de in de beschikking vermelde tijd en plaats is geweest, maar om de vraag of voldoende vaststaat dat de auto (of aanhangwagen) waarvan het kenteken op dat moment op naam van betrokkene stond daar is geweest en of daarmee de vermelde gedraging is verricht. Het is dan ook niet nodig dat de bestuurder zichtbaar is op de foto.
2.5.
Beoordeling
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant op ambtseed of belofte voldoende grondslag voor de vaststelling van het plegen van de gedraging door betrokkene. Dit is alleen anders indien betrokkene ten aanzien van deze gedraging voldoende specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven voor twijfel aan de juistheid van één of meer onderdelen van voornoemde verklaring van de verbalisant. Uit de aanvullende verklaring van de verbalisant en de verklaring zoals opgenomen in het zaakoverzicht blijkt dat de snelheidsovertreding is vastgesteld met behulp van een mobiele radar, waarbij de verbalisant dus zelf ter plaatse aanwezig was en dat op deze weg gelegen tussen hectometerpalen 68,5 en 73,7, geen aanduiding was van een autosnelweg of autoweg en dat daarom een snelheid gold van 80 km/u. Deze snelheid was ook aangegeven op de hectometerpalen. Uit rechtspraak volgt dat in geval van een mobiele controle, zoals hier aan de orde, het uitgangspunt is dat de verbalisant die ter plaatste aanwezig is, voorafgaand aan de controle de bebording heeft gecontroleerd. De kantonrechter is van oordeel dat hiermee voldoende duidelijk was dat er ter plaatse maximaal 80 km per uur gereden mocht worden. Dat er een hectometerpaal of bord op de foto van de gedraging ontbreekt, geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
2.6.
Beoordeling
De gegevens waarop deze ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn ook opgenomen in dit zaakoverzicht. Dit bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en bevat daarnaast onder meer de volgende gegevens:
"(…) Door mij is waargenomen hetgeen langs elektronische weg is geconstateerd en digitaal is vastgelegd. De werkelijke snelheid stelde ik vast m.b.v. een voor de meting getest, goedgekeurd en op de voorgeschreven wijze gebruikte snelheidsmeetmiddel.
Gemeten (afgelezen) snelheid : 99 km/u.
Werkelijke (gecorrigeerde) snelheid : 96 km/u.
Toegestane snelheid : 80 km/u.
Overschrijding met : 16 km/u.
Doordat de overtreding met een mobiele radar is geconstateerd bestond er geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder.
Type: Multaradar CT”.
Het dossier bevat een tevens foto waarop in het midden het voertuig met kenteken [ ] van betrokkene zich bevindt op Lane 2. De foto is weliswaar donker maar er is duidelijk een voertuig te zien. Om eventuele meetfouten te voorkomen maakt de politie gebruik van beoordelingslijnen op de foto. In dit bereik (tussen beide verticale beoordelingslijnen) mogen geen andere voertuigen zichtbaar zijn om eventuele meetfouten uit te sluiten. De beoordelingslijnen liggen in dit geval midden op de foto en rechts van het midden. Binnen die twee lijnen is geen ander voertuig zichtbaar. Er is dan ook geen reden te twijfelen aan de juistheid van de meting. De gedraging is dan ook met het voertuig van betrokkene begaan. Betrokkene voert onvoldoende feiten en/of omstandigheden aan die ertoe aanleiding geven te twijfelen aan de deugdelijkheid van de apparatuur en/of de waarneming van de verbalisant. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Ploeger, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 februari 2020, te vinden op www.rechtspraak.nl, met zoekterm ECLI:NL: GHARL:2020:1803.