Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-05-26
ECLI:NL:RBNHO:2023:8135
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,630 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10379637 \ WM VERZ 23-153
CJIB-nummer : 249681859
Uitspraakdatum : 26 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Zaakrecht (R. de Nekker).
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene wordt aangevoerd dat uit de foto’s niet blijkt dat het voertuig de stopstreep heeft gepasseerd. Ook blijkt niet dat het verkeerslicht daadwerkelijk is gepasseerd. Daarnaast had er een ongeval plaatsgevonden en werd het verkeer geregeld door verkeersregelaars.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
Beoordeling
De kantonrechter volgt dit verweer niet. In het dossier bevinden zich de twee foto's die van de gedraging zijn gemaakt. Op de eerste foto is het voertuig van de betrokkene zichtbaar terwijl het zich met de achterwielen op de stopstreep bevindt. Het voor dit voertuig bestemde rode verkeerslicht brandt. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig verder is gereden: het voertuig bevindt zich deels voorbij het verkeerslicht.
2.5.
Beoordeling
De gegevens in de databalk bovenaan de foto's komen overeen - voor zover van belang - met de gegevens die blijken uit voormelde verklaring van de verbalisant. De stelling van de gemachtigde, dat uit de foto's van de gedraging niet blijkt dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd, gaat niet op. Op de tweede foto van de gedraging is immers te zien dat de voorzijde van het voertuig zich voorbij het verkeerslicht bevindt. Reeds daarom staat vast dat het voertuig niet is gestopt voor het verkeerslicht, terwijl dat rood licht straalde.
Gemachtigde van betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat het verkeer werd geregeld door verkeersregelaars blijkt niet uit de foto’s van de gedraging en is verder ook niet aannemelijk gemaakt. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen namens betrokkene is aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.6.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10379637 \ WM VERZ 23-153
CJIB-nummer : 249681859
Uitspraakdatum : 26 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Zaakrecht (R. de Nekker).
1Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
1.3.
De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
2.2.
Het verweer tegen de opgelegde boete
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en namens betrokkene wordt aangevoerd dat uit de foto’s niet blijkt dat het voertuig de stopstreep heeft gepasseerd. Ook blijkt niet dat het verkeerslicht daadwerkelijk is gepasseerd. Daarnaast had er een ongeval plaatsgevonden en werd het verkeer geregeld door verkeersregelaars.
2.3.
Het standpunt van de vertegenwoordiger van de officier van justitie
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
Beoordeling
De kantonrechter volgt dit verweer niet. In het dossier bevinden zich de twee foto's die van de gedraging zijn gemaakt. Op de eerste foto is het voertuig van de betrokkene zichtbaar terwijl het zich met de achterwielen op de stopstreep bevindt. Het voor dit voertuig bestemde rode verkeerslicht brandt. Op de tweede foto is te zien dat het voertuig verder is gereden: het voertuig bevindt zich deels voorbij het verkeerslicht.
2.5.
Beoordeling
De gegevens in de databalk bovenaan de foto's komen overeen - voor zover van belang - met de gegevens die blijken uit voormelde verklaring van de verbalisant. De stelling van de gemachtigde, dat uit de foto's van de gedraging niet blijkt dat het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd, gaat niet op. Op de tweede foto van de gedraging is immers te zien dat de voorzijde van het voertuig zich voorbij het verkeerslicht bevindt. Reeds daarom staat vast dat het voertuig niet is gestopt voor het verkeerslicht, terwijl dat rood licht straalde.
Gemachtigde van betrokkene heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat het verkeer werd geregeld door verkeersregelaars blijkt niet uit de foto’s van de gedraging en is verder ook niet aannemelijk gemaakt. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen namens betrokkene is aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
2.6.
Proceskosten
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.D.M. Hazeu, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: