Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-11-03
ECLI:NL:RBNHO:2023:14147
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,262 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10692781 \ WM VERZ 23-594
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 3 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Adviesbureau Skandara (P.C. van den Aarsen).
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat wegens schending van de hoorplicht ook in dit geval, waarin de betrokkene zelf beroep bij de officier van justitie heeft ingesteld en dit beroep te laat was ingesteld, de kantonrechter consequentie moet verbinden dat het bedrag van de boete wordt gematigd met 25%. Gemachtigde van de betrokkene verwijst daarbij naar de arresten van het hof.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Het standpunt van gemachtigde van de betrokkene vindt geen steun in het recht.
Het hof heeft in zijn arrest het structureel niet horen door de officier van justitie van een betrokkene die zonder (professioneel) gemachtigde procedeert, aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv (ov. 16). Dit impliceert dat aan compensatie van de schade in verband met die schending van de hoorplicht eerst kan worden toegekomen wanneer sprake is van een ontvankelijk beroep tegen de inleidende beschikking. Daarvan is in dit geval geen sprake. De aangevoerde grond treft geen doel.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te vinden op www.rechtspraak.nl met zoektermen ECLI:NL:GHARL:2016:5210, ECLI:NL:GHARL:2018:3954 en ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
Vgl. de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
Vgl. de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:7023.
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10692781 \ WM VERZ 23-594
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 3 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Adviesbureau Skandara (P.C. van den Aarsen).
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 27 oktober 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. De gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat wegens schending van de hoorplicht ook in dit geval, waarin de betrokkene zelf beroep bij de officier van justitie heeft ingesteld en dit beroep te laat was ingesteld, de kantonrechter consequentie moet verbinden dat het bedrag van de boete wordt gematigd met 25%. Gemachtigde van de betrokkene verwijst daarbij naar de arresten van het hof.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Het standpunt van gemachtigde van de betrokkene vindt geen steun in het recht.
Het hof heeft in zijn arrest het structureel niet horen door de officier van justitie van een betrokkene die zonder (professioneel) gemachtigde procedeert, aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wahv (ov. 16). Dit impliceert dat aan compensatie van de schade in verband met die schending van de hoorplicht eerst kan worden toegekomen wanneer sprake is van een ontvankelijk beroep tegen de inleidende beschikking. Daarvan is in dit geval geen sprake. De aangevoerde grond treft geen doel.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Vgl. de uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden te vinden op www.rechtspraak.nl met zoektermen ECLI:NL:GHARL:2016:5210, ECLI:NL:GHARL:2018:3954 en ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
Vgl. de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 november 2022, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2022:9934.
Vgl. de uitspraak van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 augustus 2023, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2023:7023.