Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-05-25
ECLI:NL:RBNHO:2023:14021
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Bodemzaak
1,227 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknummer : 10435751 \ WM VERZ 23-591
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 25 mei 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [Betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [Woonplaats] (hierna te noemen: betrokkene)
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 25 mei 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: voor een motorrijtuig of aanhangwagen met toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg is geen keuringsbewijs afgegeven.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift kort samengevat aangevoerd dat de bedrijfsauto werd afgekeurd in verband met de verlichting. Er zat teveel verlichting op en er moest een schakelaar gemonteerd worden. Dat heeft betrokkene de dag nadat het voertuig werd afgekeurd gedaan, echter moest hij toen weer drie weken wachten op de herkeuring. De boete staat niet in verhouding. Betrokkene werkt in de evenementensector en had al 18 maanden geen inkomsten en wil voorkomen dat hij failliet gaat.
Blijkens het zaakoverzicht van het CJIB heeft het keuringsbewijs voor het voertuig met voormeld kenteken zijn geldigheid op 25 februari 2020 verloren. Niet in geschil is dat op de datum waarop de registercontrole is uitgevoerd, 26 april 2021, het keuringsbewijs van het voertuig was verlopen. Daarom staat vast dat de gedraging is verricht. Gelet op het gevoerde verweer dient de kantonrechter te beoordelen of er sprake is van omstandigheden die het opleggen van een sanctie niet billijken dan wel matiging van die sanctie rechtvaardigen.
De kantonrechter stelt voorop dat er op grond van de wettelijke bepalingen met betrekking tot de verzekeringsplicht een zorgplicht bestaat voor kentekenhouders, om tijdig hun voertuig te laten keuren, ongeacht of dat op de weg wordt gebruikt. Deze verplichting geldt slechts niet indien (gedurende een bepaalde periode), de geldigheid van de tenaamstelling is geschorst. Het in strijd met artikel 72 van de WVW 1994 niet voldoen aan de keuringsplicht, terwijl de geldigheid van de tenaamstelling niet is geschorst zoals hier rechtvaardigt op zichzelf reeds het opleggen van een administratieve sanctie. Dit betekent dat de aangevoerde omstandigheden niet leiden tot het oordeel dat het opleggen van een sanctie niet billijk is. Betrokkene voert verder aan dat hij geen inkomsten had, maar heeft dit verweer niet met bewijsstukken onderbouwd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd dan ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: