Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-12-28
ECLI:NL:RBNHO:2023:13973
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
792 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Bestuursrecht
zaaknummers: HAA 23/4538, 23/4539, 23/4540, 23/4541, 23/4542
uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 december 2023 in de zaken tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder.
Inleiding
1.1
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de verzoeken van verzoeker inzake de besluiten van verweerder op verzoeken van verzoeker op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) en de Wet open overheid (hierna: Woo).
1.2
Verweerder heeft met de besluiten van 18 november 2021, 17 juni 2021, 18 mei 2022, 23 november 2022 en 27 december 2022 (hierna: de primaire besluiten) op die verzoeken beslist.
1.3
Met de besluiten van 7 april 2022, 26 april 2022, 11 oktober 2022 en 31 mei 2023 en 20 juni 2023 (hierna: de bestreden besluiten) heeft verweerder beslist op de bezwaren van verzoeker tegen de primaire besluiten. Tegen deze besluiten heeft verzoeker beroep ingesteld en hangende de beroepen deze verzoeken om een voorlopige voorziening ingediend.
1.4
Omdat de verzoeken kennelijk niet-ontvankelijk zijn doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de verzoeken kennelijk niet-ontvankelijk zijn.
Beoordeling
2.1
Op grond van artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2
Bij uitspraak van 28 december 2023 heeft de rechtbank de hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroepen niet-ontvankelijk dan wel ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen beroepsprocedures meer lopen.
Conclusie
3. De verzoeken om voorlopige voorziening zijn daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart de verzoeken om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.B. Klaus, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Pirs, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.