Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-08-02
ECLI:NL:RBNHO:2023:13704
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,349 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10567956 \ WM VERZ 23-442
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 2 augustus 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
1Het verloop van de procedure
1.1.
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De zaak is behandeld op de zitting van 2 augustus 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
2.1.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat.
2.2.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat er niet door rood is gereden. Daarnaast hebben de verbalisanten dit vanaf hun positie niet goed kunnen zien. Zij keken namelijk naar de achterzijde van het verkeerslicht. Er zijn ter plaatse 5 verkeerslichten op een rij. Drie voor rechtsaf en twee voor rechtdoor. De verkeerslichten voor rechtsaf stonden op groen. De verkeerslichten voor rechtdoor stonden op groen. Deze waren voor betrokkene bestemd.
2.3.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
2.4.
In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.
Naast de in de inleidende beschikking vermelde gegevens, houdt de verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB onder meer het volgende in:
“(…) Gedragingsgegevens: wij hadden direct zicht op het verkeerslicht en zag dat betrokkene ongeveer 10 meter verwijderd was van de stopstreep op het moment dat het verkeerslicht rood licht ging uitstralen. Betrokkene negeerde dit verkeerslicht en vervolgde zijn weg. Wij zagen dat betrokkene heel dicht op zijn voorganger zat. Wij zagen dat dit een oplegger betrof. Mogelijk door de grote van de oplegger heeft betrokkene het verkeerslicht genegeerd. (…)Plaatsaanduiding verkeerslicht: Links van de weg. (…)”
Betrokkene is staande gehouden en heeft verklaard: “Ik heb geen rood gezien.”
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
Reeds bij staandehouding heeft betrokkene aangegeven geen rood te hebben gezien. Daarnaast heeft betrokkene specifieke omstandigheden aangevoerd die vragen oproepen over de waarneming van de verbalisant. Het opvragen van een aanvullend proces-verbaal door de officier van justitie lag in de rede. De kantonrechter ziet thans geen reden om de officier van justitie nog in de gelegenheid te stellen om een nader proces-verbaal te overleggen, omdat de officier die gelegenheid al voldoende heeft gehad. Betrokkene krijgt het voordeel van de twijfel. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Jansen, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: