Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-11-15
ECLI:NL:RBNHO:2023:13206
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,137 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 10722207 \ WM VERZ 23-618
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 15 november 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve boete (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 15 november 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Betrokkene is opgeroepen voor de zitting. De oproepbrief is onbestelbaar retour gekomen onder vermelding van “onvolledig adres”. Vervolgens heeft de griffier van de rechtbank via een BRP-check de adresgegevens van betrokkene geverifieerd. De adresgegevens komen overeen met het adres waarop betrokkene is aangeschreven. Vervolgens is betrokkene nogmaals opgeroepen voor de zitting. Ook deze oproepbrief is onbestelbaar retour gekomen onder vermelding van “onvolledig adres”. Deze omstandigheid komt voor rekening van betrokkene. In de eerste plaats omdat het de verantwoordelijkheid van een betrokkene is om te zorgen voor een juiste vermelding van zijn adres in de gemeentelijke basisadministratie. In de tweede plaats omdat betrokkene geen adreswijziging heeft doorgegeven wat van hem mocht worden verwacht. De kantonrechter gaat daarom over tot behandeling van de zaak.
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet voorzien van een duidelijk geplaatste parkeerschijf.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat de auto stuk was gegaan. Betrokkene heeft de auto zo goed mogelijk proberen neer te zetten op een parkeerplaats zodat niemand er last van had. Betrokkene wist niet dat er een parkeerschijf gebruikt moest worden. Er is een factuur van de garage overgelegd.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
Betrokkene heeft erkend dat hij geen parkeerschijf achter de voorruit had gelegd, zodat de gedraging hiermee is komen vast te staan. Om op die locatie te mogen parkeren had betrokkene een blauwe schijf in het voertuig moeten neerleggen (of een andere ontheffing). Dat betrokkene dit niet wist en niet heeft gedaan dient voor risico van betrokkene te blijven. De bebording ter plaatse is duidelijk. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending:
Basisregistratie Personen, voorheen: GBA.
Vgl. de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2018, te vinden op www.rechtspraak.nl met zoekterm ECLI:NL:GHARL:2018:2966.