Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-09-26
ECLI:NL:RBNHO:2023:12064
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,070 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer : 10618594 \ WM VERZ 23-434
CJIB-nummer : [nummer]
Uitspraakdatum : 26 september 2023
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
[betrokkene]
Het verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de3 feitcode gewijzigd en het beroep voor het overige ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 september 2023. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft.
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft aangevoerd dat hij de voertuigen aan de linkerzijde inhaalde en vervolgens rechtdoor is gereden. Tevens stelt betrokkene dat hij het er niet mee eens is dat de officier van justitie de feitcode heeft gewijzigd omdat betrokkene nooit de intentie had om linksaf te slaan en uit eigen veiligheid moest uitwijken waardoor hij op de rijbaan voor linksaf kwam.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren.
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier, met name uit de foto’s van de gedraging, voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is begaan. Op grond van de WAHV heeft de officier van justitie de mogelijkheid de gegevens in een beschikking te wijzigen.
Op grond van artikel 78 RVV1990 zijn bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen, verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. De strekking van dit artikel is het bevorderen van een rustig verkeersbeeld en de verkeersveiligheid. Betrokkene had daarom de vóór de kruising gekozen rijrichting moeten blijven volgen. Dat betrokkene ervoor heeft gekozen een inhaalmanoeuvre te maken vóór het kruispunt, waardoor hij op de andere rijbaan terecht is gekomen en vervolgens weer van rijstrook is gewisseld, dient dan ook voor rekening en risico van betrokkene te blijven, omdat betrokkene de verplichte rijrichting had kunnen en moeten volgen. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Woerdman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: