Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2023-11-16
ECLI:NL:RBNHO:2023:12014
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Mondelinge uitspraak
1,764 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 23/6528
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van16 november 2023 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
Buurtvereniging [naam 1] , uit Den Helder, verzoekster
(gemachtigde: mr. P.C.T. Bijveld en M.W. van Nijendaal),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder, verweerder
(gemachtigde: M. Scholte en A. van Splunter).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam 2] uit Den Helder (derde-partij)
(gemachtigde: mr. P. van Lingen).
Zitting
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens verzoekster deelgenomen [naam 3] , penningmeester, bijgestaan door voornoemde gemachtigden. Tevens hebben deelgenomen: de gemachtigden van verweerder en de gemachtigde van derde-partij.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna onder de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- schorst het besluit van 29 september 2023, nadien gewijzigd bij besluit van 27 oktober 2023, tot twee weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 365,- aan verzoekster vergoedt;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten aan verzoekster.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de aan haar opgelegde last onder dwangsom om voor 30 november 2023 de aanbouw/overkapping aan [buurthuis] gelegen aan de [adres] in Den Helder te verwijderen en verwijderd te houden.
1.1.
De last is aan verzoekster opgelegd bij het bestreden besluit van verweerder van 29 september 2023, nadien gewijzigd bij besluit van 27 oktober 2023. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.2.
Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Spoedeisend belang
3. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter gevraagd het bestreden besluit te schorsen tot zes weken nadat op het door haar gemaakte bezwaar is beslist. Omdat de aan het bestreden besluit verbonden begunstigingstermijn op 29 november 2023 afloopt, kan verzoekster een spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening niet worden ontzegd.
Bevoegdheid
4. Verweerder treedt handhavend op omdat verzoekster een overkapping heeft gebouwd en laten staan zonder de daarvoor volgens verweerder benodigde omgevingsvergunning. Verzoekster betwist verweerders bevoegdheid tot handhavend optreden en stelt dat de overkapping vergunningsvrij kon worden opgericht.
4.1
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een vergunningsvrij bouwwerk omdat de overkapping niet in het achtererfgebied is gerealiseerd. Verzoekster beschikt niet over de benodigde omgevingsvergunning en voor het oordeel dat het besluit waarbij de door verzoekster gevraagde omgevingsvergunning voor de overkapping ten onrechte zou zijn geweigerd, ziet de voorzieningenrechter in hetgeen door verzoekster is aangevoerd vooralsnog geen grond. Nu verzoekster niet over een vergunning beschikt was verweerder naar voorlopig oordeel bevoegd en – bijzondere omstandigheden daargelaten – gehouden om handhavend op te treden tegen de overkapping.
Belangenafweging
5. De voorzieningenrechter ziet in weerwil van het voorgaande toch aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Zij heeft daartoe de belangen van verzoekster, verweerder en derde-partij tegen elkaar afgewogen. De voorzieningenrechter ziet in de ingrijpendheid van de afbraak van de overkapping en de gestelde schade die de afbraak zou kunnen veroorzaken aan het hoofdgebouw aanleiding verzoekster voor de afbraak een langere periode te gunnen dan de thans resterende twee weken. Het belang van derde-partij bij afbraak binnen deze korte termijn is daarbij naar het oordeel van de voorzieningenrechter op dit moment niet zodanig zwaarwegend dat geoordeeld moet worden dat het belang van verzoekster daarvoor zou moeten wijken. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat zij ervan uitgaat dat de overlast in de winterperiode van geringer aard en omvang is dan tijdens de zomerperiode.
Omdat onder deze omstandigheden de belangenafweging in het voordeel van verzoekster uitvalt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toe zoals hiervoor onder Beslissing is bepaald. Daarbij geldt wel dat verzoekster de overkapping alleen mag gebruiken voor het stallen van scootmobielen, rollators en (elektrische)fietsen. Ook wordt van verzoekster verwacht dat zij het hek dat toegang geeft tot het terrein buiten de openingstijden van het buurthuis op slot doet. Dit, ter (verdere) voorkoming van overlast en hinder zoals deze wordt ervaren door derde-partij.
Griffierecht en proceskosten
6. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoekster vergoeden. Daarom krijgt verzoekster ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoekster een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 837,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.674,-.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2023 door
mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. P.C. van der Vlugt, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.